Vooral na de aanslagen op 11 september 2001 in New York en de moord op Theo van Gogh in 2004 kwam het motto Cohen zowel op lof als kritiek te staan. Tegenstanders, onder wie diezelfde Van Gogh en politica Rita Verdonk, verweten hem te soft te zijn tegenover probleemjongeren of problemen op het gebied van integratie. Anderen prezen de aanpak van Cohen. In een politiek klimaat dat steeds harder werd, bleef hij met overtuiging vasthouden aan de nuance en gematigdheid, weigerde hij steevast te snel te oordelen en bleef hij proberen de kloven tussen bevolkingsroepen te overbruggen.
De afgelopen jaren manifesteerde de PvdA'er zich als een van de meest uitgesproken tegenstanders van Geert Wilders en diens PVV. Toen die begin 2008 de anti-islamfilm Fitna uitbracht, ging de burgemeester langs enkele Amsterdamse moskeeën om te benadrukken dat hij het absoluut niet eens is met de inhoud daarvan. In een snoeihard debat met PVV'er Hero Brinkman in diezelfde periode in het tv-programma NOVA verweet Cohen zijn opponent dat diens harde opstelling leidt tot haat en polarisatie. Brinkman stelde op zijn beurt dat de PvdA'er de slechtste burgemeester van Nederland is.
Cohen was als burgemeester zeker niet alleen maar soft. Op het gebied van het handhaven van de openbare orde bouwde hij een solide staat van dienst op. Zo is hij niet schuw van methodes als preventief fouilleren.
Marius Job Cohen werd geboren op 18 oktober 1947 in Haarlem en begon zijn loopbaan als geleerde. Hij studeerde publiekrecht in Groningen en promoveerde op 34-jarige leeftijd aan de Leidse universiteit op het onderwerp 'studierechten in het wetenschappelijk onderwijs'. Tien jaar werkte hij als wetenschappelijk medewerker in Leiden, totdat hij in 1981 naar Maastricht overstapte en het tot rector magnificus schopte aan de Rijksuniversiteit Limburg.
In 1993 begon hij aan politiek Den Haag te proeven toen hij twee jaar lang staatssecretaris van Onderwijs was. Die periode kreeg een vervolg in 1998 toen hij staatssecretaris van Justitie werd. Dat was hij tot 2001, toen Amsterdam hem binnenhaalde als burgemeester.
Al op 20-jarige leeftijd sloot Cohen, van joodse afkomst, zich aan bij de PvdA en bekleedde binnen de partij talloze bestuursfuncties. Van 1995 tot 1998 was hij fractievoorzitter voor de PvdA in de Eerste Kamer. Begin 2003 schoof de partij hem bij de Tweede Kamerverkiezingen naar voren als kandidaat-premier.
Cohen liet destijds doorschemeren dat hij het niet heel erg vond dat het premierschap aan zijn neus voorbij ging. In een interview vertelde hij dat hij zou weigeren, als de PvdA opnieuw een beroep op hem zou doen. De ziekte van zijn vrouw, zij heeft multiple sclerose, speelde daarbij een rol. Toch stelt hij zich nu, zeven jaar later, kandidaat om partijleider te worden.



















