Volledig scherm
Onderzoek naar de visstand in de Astense Aa in Liessel © FotoMeulenhof

Visstand-onderzoekers vinden snoek in het netje in Liessel

LIESSEL - Een snoek in het netje vinden, dat is voor Jorrit Mies zo ongeveer het summum van een visstandmeting. ,,Het is gewoon een machtig mooie vis. Een echt roofdier, dat hoog in het voedselketen staat.''

En dus hoopt Mies deze vis op donderdag van dichtbij te kunnen zien in de Astensche Aa. Met zijn collega Bart Niemeijer neemt hij deze donderdag op vijf plekken in het stroompje in de Peel monsters. Het duo van milieuadviesbureau ATKB is door Aa en Maas ingeschakeld om dat te doen. Het waterschap wil graag weten hoeveel en welke soort vissen voorkomen op verschillende plekken in de regio. Begin 2018 worden de conclusies bekend. Visstand is een thema dat de laatste tijd veel aandacht krijgt bij het waterschap. Bij wijze van proef werden aan de oevers van De Vlier bij Bakel bijvoorbeeld al de bermen minder vaak gemaaid, in een poging de diversiteit aan vissen te vergroten. Brusselse wetgeving dwingt waterschappen ook om biodiversiteit hoog in het vaandel te houden. Zo is de Europese kaderrichtlijn water opgesteld, waar waterschappen zich aan moeten houden. Niemeijer: ,,en dat dwingt ze een balans te vinden tussen natuur en landbouw. Vroeger werden beken zo veel mogelijk recht getrokken, nu niet meer.''

Onder de loep

Deze zomer wordt de visstand in de regio weer eens onder de loep genomen: onder meer in de Soeloop, de Traverse in Helmond en het Eindhovens Kanaal. Mies en Niemeijer zijn op pad gestuurd om bij Liessel poolshoogte te nemen. Zo hebben zij op de plek waar de Astensche Aa parallel loopt aan de A67 een netje gespannen. Een slordige 250 meter verderop laten zij een bootje te water, met daarop enkele emmers water. Terwijl Niemeijer het gevaarte langzaam richting het net stuurt, heeft zijn collega Mies zich op het voordek genesteld. Zijn evenwicht doet denken aan een Venetiaanse gondelier. De houten stok die hij in het water laat steken ook. Aan het uiteinde bevindt zich een schepnet, dat hij met de regelmaat van de klok uit het water haalt. ,,Vrij weinig vis hier'', valt Niemeijer al vlot op. En die bevinding staat niet helemaal op zichzelf. ,,We merken bij bemonsteringen wel vaker dat de biomassa - de totale hoeveelheid vissen dus - minder wordt.'' De ecoloog, zo'n zes jaar actief in het veld, ziet een verband met het schoner worden van wateren. ,,Is water zuiverder, dan zijn er vaak ook minder voedingsstoffen voor vissen.''

Stromend water

Het stukje Astensche Aa langs de snelweg past in dat plaatje: een schoon stukje Aa met stromend water. Minder vissen staat overigens niet direct gelijk aan minder soorten vissen. Zo nu en dan treft Niemeijer nog wel eens een zeldzame soorten aan, zoals de kwabaal. ,,Die komt nog weleens voor in de IJsselmonding.'' Dat soort aparte vondsten zijn voor hem de ultieme kick. ,,Dat houdt dit werk uitdagend.'' In het zicht van het net denkt Mies een reusachtige karper op te vissen, maar deze ontsnapt op het laatste moment. ,,Je zag het meteen aan de beweging van het net'', roept hij tegen zijn kompaan. Het is tijd om de balans op te maken. Aan de hand van een liniaal meet het duo de vissen, om die meteen daarna op een tablet in een systeem te registeren. Tot de buit behoren onder meer een alver van vier centimeter en een kleine modderkruiper van tien centimeter. Maar, gelukkig voor Jorrit Mies, ook een enorme snoek, met afschrikwekkende tanden en vervaarlijke vinnen. Een natte droom voor menig visstand-meter.

Deurne e.o.