Burgemeester Paul Depla praat met politiemedewerkers die een chemisch drugslab ontruimen in een woonwijk in Hoensbroek.
Volledig scherm
Burgemeester Paul Depla praat met politiemedewerkers die een chemisch drugslab ontruimen in een woonwijk in Hoensbroek. © ANP

Burgemeester Depla: 'Brabantse criminelen zijn nu de lachende derde'

TILBURG - Het kabinet hanteert nog te veel 'boekhoudkundige logica' bij de bestrijding van de drugscriminaliteit in Brabant. Dat zegt de Bredase burgemeester Paul Depla namens de speciale taskforce die in Brabant en Zeeland de georganiseerde misdaad te lijf gaat.

,,Criminelen zijn dan de lachende derde", zegt Depla. Als voorbeeld noemt hij de weigering van het kabinet om meer geld beschikbaar te stellen voor het afpakken van crimineel vermogen. Onder aanvoering van Peter Noordanus uit Tilburg pleitten de burgemeesters van de grote steden er in 2015 voor om vijftig miljoen euro te investeren in het 'plukken' van gearresteerde drugscriminelen. Die investering zou zichzelf moeiteloos terugbetalen, beloofde Noordanus.

Ontwrichtend
Het kabinet weigerde, vooral omdat minister Dijsselbloem van Financiën - net als Depla en Noordanus van de PvdA - er niet aan wilde. Het deze week verschenen boek 'De achterkant van Nederland', van Jan Tromp en Pieter Tops, maakt volgens Depla duidelijk dat de drugscriminaliteit een ontwrichtende invloed heeft op Brabant. ,,Alle publiciteit over het boek kan Den Haag wakker schudden. We hebben echt alle hens aan dek nodig. In Den Haag heeft nog niet iedereen dat in de gaten. Dat snap ik ook wel: ik ben tien jaar wethouder in Nijmegen geweest, toen zag ik dit probleem ook niet. Mij gingen de ogen pas open toen ik in Heerlen burgemeester werd."

In 2015 werd Depla burgemeester van Breda. ,,Ik heb nu het idee dat Lodewijk Asscher, de PvdA-lijsttrekker bij de verkiezingen, heel goed wat er speelt. Maar dit moet niet over partijpolitiek gaan. We hebben er allemaal belang bij dat de, bijna maffia-achtige structuren van de criminaliteit, worden aangepakt. Het is een kwestie van lange adem, misschien wel twintig jaar, maar we mogen het niet laten lopen."