Naast mij stond de kabouter. Anoniem. Want hij had zijn rode muts niet op deze keer. Zo ken ik hem al twintig jaar. Met die rode muts. Alleen met carnaval. We stonden samen in het episch centrum van de carnaval. Maandagmiddag. Prijsblaoze.
Samen genoten we van de muziek. Zonder dreunende beats, teksten over harde
of zachte letters, drilboren of over mensen met een chromosoom-tekort. En we
lieten het over ons heen komen. We dronken bier maar laafden ons vooral aan
de sfeer. We hoorden de Blue Band een ode aan Shaffy brengen. Een mooi
moment. Maar het werd nog mooier deze maandagmiddag.
Als laatste
deelnemer aan het Prijsblaoze beklom Beperkt Houdbaar het podium. Paarse
muzikanten voor de laatste keer. Familie van elkaar, aan- en uitgevreejenen,
kouwe kant, al of niet met bakkes. Bliezen onder leiding van pater familias
Wim.
En ze hielden er toch echt mee op. Maar er was nog een
toegift. En daar had de kabouter op gewacht. En een halve zaal met hem.
J'attendrai.
De kabouter vertelde me iets moois over dit nummer.
Dat het persoonlijk veel voor hem betekende. En Beperkt Houdbaar speelde
het. En de muziek kwam recht binnen. Traanvocht in ooghoeken. Biggelende
traan op de wang. En niet alleen bij de dames van de ritme-sectie. Van de
kouwe kant of niet: zij hielden het ook niet droog. Een volle zaal deinde
mee. Ik stond stil geloof ik. Te genieten. Wat kan muziek met je doen.
Waarom moest ik vroeger zes uur per week achter een voetbal aanhollen? Ik
had beter een instrument leren bespelen. Desnoods grote trom of bekkens. Dat
moest zelfs mij toch wel lukken. Ach, ouders stuur uw kinderen naar de
muziekschool en de wereldvrede is weer een stapje dichterbij.
Het
waren de mooiste vijf minuten van de carnaval. De mooiste van 2010 tot nu
toe.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties















