In een uithoek van het terrein, verscholen onder bomen en achter hagen, ligt het kerkhof van hen die vergeten zijn. En zij die vergeten moesten worden. Op een mosveld staan grafzerken, en rijen betonnen paaltjes. Ze steken nog net boven het maaiveld uit. Ze zijn begroeid met mos, verzakt en aangevreten door de tijd. De stompjes geven aan waar mensen liggen begraven, anoniem, soms vijf hoog.
'Eenzaam leven - eenzaam sterven' staat op een grafsteen. 'Tussen graven
droom ik weder / dat de lente aan komt spoên' staat op een andere.
Twee jaar geleden kwam cliënte Karin Bonewald op een wandeling min of meer
toevallig op het kerkhof van de Grote Beek terecht. Ze voelde zich die dag
niet zo goed. Bij het zien van de verwaarloosde graven werd ze boos en
verdrietig.
"Ik voelde me heel erg verbonden met de mensen
die daar lagen. Ik dacht: als ik ooit sterf zal het er ook wel zo uit komen
zien. Ik vond dat heel erg. Mensen die al zo'n moeilijk leven hadden gehad,
hadden niet eens een waardige laatste rustplaats."
Bonewald
kaartte het aan bij Jolanda Soethout van het cliëntenbelangenbureau. Die was
het met haar eens. Ze kregen een afspraak met de raad van bestuur. Het
balletje ging daarna opvallend snel rollen. Ook de leiding van de instelling
zag in dat het kerkhof een symbool was van het verleden, een omstreden
verleden. Dat moest niet langer worden weggestopt, daar moest iets aan
gebeuren. De naamlozen moesten weer een naam krijgen.
"Dit was
een rijksinstelling waar mensen gedwongen werden opgenomen. De eerste taak
van de RPI was, zoals in de wet staat, de samenleving beschermen tegen de
krankzinnigen, zin- en nuttelozen. De enige manier om hier weg te komen was
genezing. Als je overleed werd je hier begraven. Met familie was vaak geen
contact meer", vertelt Bert Jans, seksuoloog op de Grote Beek. Hij
beschreef de geschiedenis van de instelling bij het 75-jarig bestaan in 1993.
Omdat de 'patiënten' van destijds geen geld hadden en de directies er geen
geld voor over hadden, werd voor een goedkope oplossing gekozen. Na de
oorlog spande een verpleger, De Volder, zich in voor een waardige
begrafenis. Jans: "Hij zorgde ervoor dat er een potje kwam om een
bloemetje bij zo'n graf te leggen. En dat er altijd iemand van de instelling
bij was, en dus niet alleen maar de kraaien."
Een doorn in het
oog van Bonewald is dat het kerkhof is opgedeeld. De katholieken liggen
rechts van de haag, de protestanten links, met een apart hoekje voor de
joden. Het personeel ligt ook bij elkaar. De grafstenen van de eerste
geneesheer-directeuren zijn groot en royaal. Zij oefenden hun functies vaak
uit tot hun dood en werden daarna op het terrein begraven. In de decennia na
de oorlog kregen steeds vaker ook cliënten een grafzerk.
Jan
Claus was in september 1988 de laatste van in totaal 1800 personen die op de
Grote Beek werden begraven. Jans: "Het hoorde niet meer bij de moderne
tijd. Mensen in de psychiatrie behoorden ook tot de samenleving. We waren
onderdeel van Eindhoven geworden."
Langzaam werd het kerkhof
een verwaarloosde tuin des doods. Vorig jaar werd de as van Jolanda Soethout
er nog uitgestrooid. De naam van de voorvechtster van de cliëntenbelangen op
de instelling zal in de toekomst vereeuwigd worden bij het kerkhof. Dat is
onderdeel van de plannen die een projectgroep heeft uitgewerkt.
Bonewald: "Om het kerkhof weer toegankelijk te maken, komt er een brug
over de beek: de Jolanda Soethout-brug." In een nieuw pad vanaf het
Ketelhuis naar de brug komen 24 Stolpersteine van de Duitse kunstenaar
Gunter Demnig, ter nagedachtenis van de 24 joodse mensen die tijdens de
oorlog werden afgevoerd en nooit meer terugkeerden.
Op het kerkhof
wordt op 11 december een herdenkingsmonument onthuld. De vorm van de
grafpaaltjes zal daarin terugkeren. De namen van alle mensen die er begraven
liggen, zijn straks te lezen in het monument, gemaakt door de Eindhovense
kunstenaar Jacques van Erven.
Bonewald: "Het is niet alleen
een rehabilitatie voor de mensen van toen. Het is ook een erkenning voor de
cliënten van nu. We zijn niet meer rechteloos, we worden serieus genomen.
"
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
Niet beschikbaar!


Sorteer reacties














