De aarde en de zon zijn 4,5 miljard jaar geleden op dezelfde manier aan hun ronde vorm gekomen. Beide waren toen nog zo heet dat alle materie nog vloeibaar was.
In de ruimte zelf is geen zwaartekracht aanwezig, deze vloeibare bollen
werden daarom nergens door beïnvloed. Wel hadden de zon en de aarde toen al
een zwaartekracht van zichzelf. Zwaartekracht zorgt er simpel gezegd voor
dat deeltjes elkaar aan willen trekken. Hoe hoger het aantal deeltjes, des
te groter de kracht die de deeltjes bij elkaar wil houden. Dit principe
zorgde er bij de aarde en de zon voor dat de afstand tussen de kern en de
oppervlakte overal even groot werd: zo ontstond de ronde vorm. Dit is te
zien bij bijvoorbeeld een voetbal. Waar je op de bal ook kijkt, overal is de
afstand vanaf het midden van de bal naar de buitenkant even groot.
Het verschil tussen de aarde en de zon is dat de eerste een planeet is, deze
wekt niet zijn eigen energie op. De aarde stond ver genoeg van de zon af om
af te kunnen koelen en daarmee een vast oppervlak te krijgen.
De zon daarentegen wekt nog altijd zijn eigen energie op en blijft daardoor
enorm heet (5500 graden aan de oppervlakte, 15 miljoen graden in de kern) en
vloeibaar. Door zijn eigen zwaartekracht behoudt ook de zon zijn ronde vorm.
Vraag ingestuurd namens Tim Kolijn (3 jaar) uit Eindhoven
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


















