Nederland bleef tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal, net als bijvoorbeeld Spanje, Denemarken en Zwitserland. Die drie landen bleven geheel buiten het conflict, maar voor Nederland lag dat iets anders.
Dat kwam door het zogenoemde Von Schlieffenplan, een tactiek die Duitsland
had klaarliggen om Frankrijk snel op de knieën te kunnen dwingen en
vervolgens de handen vrij te hebben om Rusland te kunnen weerstaan. Het plan
voorzag in een omtrekkende beweging via België en Nederland om de Franse
verdediging vanuit het noorden te overrompelen.
Nadat de
oorlogsmachinerie in Europa op 28 juli 1914 op gang was gekomen, met de
Oostenrijkse oorlogsverklaring aan Servië, besloten de Duitsers echter
alleen door België op te trekken. De Nederlandse neutraliteit bleef
gehandhaafd en de oorlog ging goeddeels aan ons land voorbij. Er kwamen wel
vluchtelingen vanuit België hierheen en er vielen aan de grens doden onder
mensen die probeerden het onder stroom gezette grensprikkeldraad (de
beruchte Duitse ‘dodendraad’) te passeren. Soms kwamen er ook bommen op
Nederlandse bodem terecht, maar de overheid deed daar weinig aan; alles om
de neutraliteit te bewaren. Dienstplichtigen werden wel onder de wapenen
geroepen maar kwamen slechts in actie als bijvoorbeeld Engelse soldaten
vanuit België de Nederlandse grens over vluchtten en moesten worden
geïnterneerd.
In Europese landen waar de oorlog woedde
en waar veel slachtoffers vielen – en ook in Canada en Australië – is 11
november, de dag waarop in 1918 de Eerste Wereldoorlog eindigde, wel een
belangrijke herdenkingsdag.
Deze vraag is ingezonden door
enkele lezers
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties















