Als iemand een beeld van toekomstige technologie kan geven, dan is het wel Egbert- Jan Sol. Bevlogen houdt hij zich bezig met zijn taak: filosoferen over de toekomst van technologie. Maar dan wel met een onderscheid tussen kansen en luchtfietserij.
Na de komst van de voertuigtechnische afdeling naar Helmond werken er bij
TNO in de regio 700 mensen. "Die move moest wel worden gemaakt omdat er
economisch hier zoveel gebeurt", zegt dr. Ir. Egbert-Jan Sol, directeur
Kennis van TNO Industrie en Techniek. "Het heeft even geduurd voordat
dat besef er in de randstad was. Want ze willen het eigenlijk niet zien:
sinds de crisis van begin jaren '90 is hier de hightech industrie veel
harder gegroeid dan gemiddeld. We verdienen in zuid Nederland met 2,5
miljoen mensen het geld in Nederland. Als je dat als kennisinstituut zou
negeren dan heb je een groot probleem."
Sol begint zijn
betoog graag met het plaatsen van deze ontwikkelingen in een historisch
perspectief. "Je krijgt te horen: wij zijn geen productie-, maar een
handelsnatie. Ik leg dan uit dat zelfs dat een technologische oorsprong
heeft. We waren in de 15de eeuw niet meer dan een arm polderland. Het was
aan de vondst van Cornelis van Uitgeest te danken dat het omsloeg. Hij vond
een krukas uit waardoor met een windmolen heel snel planken uit hout gezaagd
konden worden. Hierdoor bouwden de Hollanders 30 keer zo snel een schip als
de concurrenten in Portugal en Engeland. De overzeese handel kon hierdoor
explosief stijgen en de weelde van de gouden 16de eeuw is er rechtstreeks
aan te danken."
Als Sol filosofeert over de behoefte aan
technologie in de toekomst, trekt hij ontwikkelingen die hij nu ziet door. "
Je ziet hoe de mobiele telefoon alle mogelijke functies naar zich toe zuigt.
Een golf waarin computer en telefoon naar elkaar toegroeien. In een volgende
golf zie ik de functie van de telefoon uitbreiden naar allerlei gebieden
rondom de mens. Bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidsbewaking,
beveiliging en communicatie. Omdat die systemen steeds beter betaalbaar
zullen worden, verzamelen mensen steeds meer van die apparaatjes om zich
heen die dat soort functies uitvoeren. De mens van over pakweg 20 jaar heeft
misschien wel 500 van deze dingetjes in gebruik. Als je rekent dat 2 miljard
mensen dit doen, dan heb je dus een markt van 1000 miljard apparaatjes. We
moeten niet inzetten om die apparaatjes zelf te gaan produceren, maar wel de
machines die dat kunnen."
Met het Holst Centre, dat TNO
heeft opgezet samen met het Leuvense technologie instituut Imec, hoopt TNO
zich te prepareren voor deze toekomst. "Wat we binnen Holst steeds
beter kunnen is schakelingen in flinterdunne laagjes silicium op elkaar
plaatsen. Zo ontstaan er apparaten die heel veel kunnen en toch enorm klein
zijn. We werken aan machines die dat nauwkeurige plaatsen supersnel kunnen
doen. En aan andere machines waarmee dit soort schakelingen op een flexibele
rol gemaakt kunnen worden. Wij leveren straks de machines aan fabrieken die
kunnen starten met de productie van die 1000 miljard apparaatjes."
Een andere belangrijke ontwikkeling waar Sol een functie ziet voor deze regio
is de autotechnologie. "Voordat we volautomatisch rijden zijn we wel 20
jaar verder. Maar de nieuwe auto wordt nu al volgestopt met sensoren en het
duurt niet lang meer voordat we hele stukken in kleine konvooien kunnen gaan
rijden. Dan komen er op de snelwegen slimstroken waarop auto's die daarvoor
zijn uitgerust in bumper aan bumper achter elkaar kunnen rijden. Daarmee
gaan wij deze zomer beginnen door te experimenteren met auto's die in
treintjes automatisch rijden. Een jaar later hopen we zo ver te zijn dat we
auto's automatisch in deze treintjes laten invoegen. Dat gaan we dan op een
stuk afgesloten snelweg testen. Zo willen we de ontwikkelingen stapsgewijs
uitbreiden."
Waarom denkt Sol dat we in Nederland, met
niet eens een zelfstandige auto-industrie, kunnen concurreren met landen als
Duitsland en de VS? "Omdat auto's straks modulair worden. Je kan dan
zelf een keuze maken van de systemen die je in je auto wilt laten
installeren. Van het ontbreken van een auto-industrie moet je juist je
kracht maken. Die betekent immers ook geen bedreiging voor de zelfstandige
merken. In de VS is onderzoek naar autonoom rijden al gestopt, met
uitzondering van militaire doeleinden. Ik denk dat hier een heel grote
uitdaging voor ons open ligt."
Ook op het gebied van
voedselproductie en farmaceutische industrie wil TNO werken aan de toekomst.
"Het gaat bij dit soort onderwerpen om de wens van de mensen om
gepersonaliseerde producten. Maaltijden helemaal naar smaak en dieetwensen
van de persoon toegesneden. Medicijnen die in keuze van de werkzame stoffen
en in doses helemaal zijn afgestemd op jouw DNA."
Egbert-Jan Sol ziet kortom een grote toekomst voor TNO en technologisch
Zuidoost-Brabant.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.






























