Leonie van den Heuvel (32) werkt sinds 2005 bij ASML als systemowner in
Flow and Temperature Group
Leonie begon aanvankelijk aan een
studie werktuigbouwkunde aan de TU/e. Na het eerste jaar stapte ze over naar
Medische Technologie. Na haar studie werkte ze vijf jaar aan een promotie
over de gevolgen van dotteren voor bloedvaten. Ze maakte proefopstellingen
en ontwikkelde methodes om de gevolgen nauwkeurig te kunnen meten.
"In Mariahout waar ik vandaan kom, was ik het eerste meisje dat een
technische universitaire studie ging doen. Vooral in het begin kreeg ik veel
reacties zo van: 'Och meiske wa gade nou toch doen?'. Ik heb me er nooit
iets van aangetrokken. Ik vind dat iedereen gewoon moet doen waar hij of zij
goed in is. Ik ben nooit een meisje-meisje geweest. Heb altijd geweten dat
ik iets technisch zou gaan doen en iets ingewikkelds. Geef mij een probleem
en ik los het op. Zowel privé als in mijn werk ben ik altijd degene die
oplossingen probeert te bedenken. Het kan me niet ingewikkeld genoeg zijn,
ik stort me er met evenveel enthousiasme op. Ik zit hier helemaal op mijn
plek. Ik geloof niet dat er in heel Europa voor mij een grotere technische
uitdaging te vinden is dan bij ASML. Na mijn promotie ben ik me gaan
oriënteren op een echte baan. Ik zat een beetje in een luxepositie, want in
die tijd hoefde je je cv maar ergens naartoe te sturen en kon er al komen
werken, bij wijze van spreken. Via een detacheringsbureau ben ik bij ASML
terechtgekomen. Dat beviel me erg goed, en andersom dachten ze er bij ASML
ook zo over.
Bij ASML ben ik verantwoordelijk voor het
specifiek schoonhouden van vier onderdelen in onze chipmachines. Die vier
noem ik mijn klanten. Het schoonhouden gebeurt met gascircuits. Eén van mijn
'klanten' is de lens waarmee chips worden gebrand. Om die schoon te houden,
heb ik een speciaal luchtgordijn ontwikkeld. De lens wordt zo afgesloten
voor stoffen van buitenaf. Het is te vergelijken met zo'n luchtgordijn bij
de ingang van een winkel, waarmee koude lucht wordt buitengehouden. De
luchtgordijnen in de chipmachine kunnen bestaan uit speciaal samengesteld
gas waarmee delen voor viezigheid worden afgesloten. Ik werk veel op de
grenzen van natuurkunde en techniek. Dat is soms lastig. Iedereen die een
bijdrage levert aan zo'n chipmachine heeft wensen voor hoe zijn onderdeel
moet werken en onder welke omstandigheden. Maar niet alles is zonder meer
mogelijk. Je moet vaak in discussie over wat er technisch mogelijk moet zijn
en wat er natuurkundig kan. Als iemand lucht wil met een hoge
luchtvochtigheid, zit er natuurlijk wel een maximum aan, anders krijg je
gewoon water.
Ik geloof niet dat ik anders werk, omdat ik een
vrouw ben. Maar soms gebruik ik het wel. Bijvoorbeeld als ik geen zin heb om
iets uit te zoeken, dan trek ik er wel eens een dom gezicht bij; doe ik net
of ik het niet snap. Dan moet je eens zien hoe snel de mannen je te hulp
schieten. Dus het kan inderdaad wel eens handig zijn. Het lijkt ook of ik me
als vrouw meer zorgen maak over de moeilijke situatie waarin ASML zich nu
bevindt, mannen gaan daar veel meer gelaten mee om. Ze zijn wat zorgelozer,
zo lijkt het. Aan de andere kant, ze werken hier ook langer, misschien zijn
ze wat meer gewend."
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.

























