EINDHOVEN - Afval een nuttige bestemming geven. Daar legt ingenieursbureau
Ingenia uit Eindhoven zich op toe. Het bedenkt processen om biobrandstoffen
te maken van allerhande afval zoals zaagsel, frituurvet, pulp,
aardappelschillen, tot zelfs golftees toe. „We kijken vooruit naar wat onze
klanten over twee jaar bezighoudt.”
Ronald Verberne (39) zet een miniflesje, gevuld met een gele vloeistof, op tafel. „Frituurvet, afkomstig uit mijn eigen keuken. Dat analyseren we in ons laboratorium. Binnen een week kan ik vertellen wat voor biodiesel hier van te maken valt. Vervolgens gaan we ermee naar klanten, voornamelijk industriële bedrijven, waarvan we weten dat zij met dit afval in hun maag zitten. We bieden hen dan een concreet product of een bepaalde dienst aan. Zo proberen we steeds twee jaar vooruit te kijken.”
Dat is in het kort de bedrijfsstrategie van het in 2000 opgerichte Ingenia. Inmiddels heeft het acht mensen in dienst en een jaaromzet van 600.000 euro. „Het is onze ambitie om binnen drie jaar vijftien tot twintig medewerkers te hebben. Het klinkt arrogant, maar we willen geen economische onzin verkopen. Als een activiteit economisch niet interessant is, doen we die niet. We onderzoeken mogelijkheden voor het maken van biobrandstof en gaan daarbij uit van bestaande technieken.”
„Nederland blijft bijvoorbeeld jaarlijks zitten met 400.000 ton plantaardig en dierlijk vet. Het wordt steeds moeilijker om daar een markt voor te vinden. Maar je kunt er met al bekende technieken heel goed biodiesel van maken, in dit geval 440 miljoen liter. Daarmee draag je er aan bij dat er minder CO2 in de atmosfeer komt, waardoor het broeikaseffect afneemt. Wij helpen bedrijven om daarvoor de juiste apparatuur en techniek te ontwikkelen.”
Zo heeft Ingenia ook in eigen huis onderzocht hoeveel energie er te halen valt uit het afval van een champignonkwekerij in Gemert. Vervolgens heeft het het ontwerp geleverd („wij bouwen niet, we leveren alleen de kennis”) voor de aanpassing van de aangrenzende voormalige vergistingscentrale van Mestac, tegenwoordig eigendom van Orgaworld in Uden. Het champignonbedrijf kan nu helemaal draaien op de eigen energie uit het afval.
Momenteel is Ingenia onder meer bezig met proeven bij een suikerfabriek om te achterhalen hoe de bietenpulp het best vergist kan worden tot biogas. Destructiebedrijf Rendac in Son bouwt een proeffabriek voor biodiesel. Op de brandstof die Rendac in die fabriek maakt van dierlijk vet, moeten alle vrachtwagens van het bedrijf straks kunnen rijden. Ingenia is nauw betrokken bij de uitvoering van dit project. Het bureau is ook betrokken bij de bouw van fabrieken in Amsterdanm en Lelystad om uit aardappelschillen ethanol te maken. Met Valacon in Sint-Oedenrode onderzoekt het ook de mogelijkheden om golftees te maken uit aardappelafval.
Bermgras
Uitermate frustrerend is voor Verberne en de zijnen het project met bermgras geweest. Nederland zit jaarlijks te kijken met anderhalf miljoen ton bermgras. Samen met Orgaworld had het bureau het procédé verbeterd om bermgras op een biologische manier te drogen in een installatie in Lelystad. Daarna zou het gras vermalen worden tot korreltjes, die in de energiecentrale van E.on op de Maasvlakte dienst kunnen doen als alternatieve brandstof voor steenkool, de belangrijkste bron van CO2 in de atmosfeer. De installatie stond op het punt te graan draaien, toen minister Brinkhorst eind vorig jaar liet weten dat de MEP-subsidie voor alternatieve brandstoffen verviel, met als verklaring: „Het geld is op.”
Een enorme klap voor alle betrokkenen. Verberne: „Door de stijging van de olieprijzen betalen we met zijn allen veel meer voor energie dan een paar jaar geleden. Het kabinet heeft 1,7 miljard aan extra btw binnengekregen. Aan biobrandstoffen geeft het 2,5 miljoen euro uit. Dat is niet meer dan een schijnbeweging. Je krijgt nu het gekke verschijnsel dat E.on dure houtkorrels in Canada of Rusland moet kopen en geen gebruik mag maken van het enorme overschot aan bermgras in Nederland.”

















