Omdat de hoeveelheid elektronica in de chipmachines van ASML alsmaar toeneemt, moet het bedrijf in Veldhoven soms zijn toevlucht nemen tot 'origami elektronica'. Dat zei Wilbert van Luenen, directeur Elektronica-ontwikkeling bij ASML gisteren tijdens de Bits & Chips Hardwareconferentie in Den Bosch.
"De ruimte is soms gewoon te klein. Dan vouwen we elektronische circuits net zolang totdat we een noodzakelijk sensortje alsnog op zijn plek krijgen. Deze origami elektronica is soms wel gevoeliger voor hoge temperaturen, hoge stroomsterkte en vocht."
Van Luenen zei tegenover een gehoor van ingenieurs en managers dat hij de hoeveelheid hardware exponentieel ziet stijgen. "In één module zitten tot 50 servo's (elektronisch te bewegen onderdelen, red.) en die vergen een enorme hoeveelheid aansturingselektronica. We moeten hiervoor onze toeleveranciers in toenemende mate verantwoordelijk maken. Organisatorisch is het anders niet te behappen. Onze afdeling is al gegroeid van 220 naar 250 man in een jaar. Zonder toeleveranciers zouden we geëxplodeerd zijn tot wel 400 man. Uitbesteden kost misschien wel meer, maar het is goed als wij ons kunnen concentreren op de grote lijn."
ASML is al jaren bezig de rol van de toeleveranciers te vergroten en dat heeft er volgens Van Luenen in geresulteerd dat een machine van vele duizenden onderdelen is teruggebracht tot 56 modules die kant en klaar bij ASML worden aangeleverd. "Onze leveranciers hebben daaraan moeten wennen. Ze moesten zich een ander type kennis en competenties toe-eigenen en bijvoorbeeld 0ok de testtrajecten inrichten. Ook werden ze van alleen toeleverancier een bedrijf dat zelf ook een netwerk van toeleveranciers in stand moet houden. Tegelijk hebben ze ten aanzien van ons een unieke positie. Ze zijn partners geworden bij de ontwikkeling, waar we ze heel vroeg bij betrekken. Bovendien zijn zij de eersten die ons feedback geven als er problemen zijn. Om dit niet stroperig te laten gebeuren hebben we wekelijks overleg."
ASML is streng ten aanzien van de discipline bij zijn toeleveranciers, laat Van Luenen merken. "Zo hadden we een defect door braampjes aan een ventilator. De leverancier van de module had zijn leverancier onvoldoende gecontroleerd. We eisen flexibiliteit, ondernemerschap en de wil om te innoveren van onze leveranciers. Als ze op eigen initiatief een onderdeel verbeteren en daarmee bij ons aankloppen, dan is dat beter dan wanneer wij bij ze moeten aandringen om dat onderdeel te verbeteren. Ze moeten bovendien open naar ons toe zijn en een toewijding hebben aan de levertijden. Het is zoals onze bestuurder Martin van den Brink het noemt: 'je moet bijna paranoïde zijn'."
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
















