Volledig scherm
Eindhoven - Milou Jaspers en Fleur Lagendijk testen in het lab van Fontys University of Applied Sciences de biermonsters. © Fotopersburo van de Meulenhof BV

Evenementenbier, fabel of bedrog? ED onderzoekt

VideoEINDHOVEN - Wie gelooft in de mythe weet het zeker: tijdens evenementen wordt massaal met water aangelengd bier geschonken. De voordelen lijken evident: bezoekers worden minder snel lastig, blijven meer bestellen en de kosten voor de brouwer zijn lager. Maar bestaat het ook? Het ED onderzoekt.

,,Wij noemen het ook wel lauwe pis of bocht.” En: ,,ze gooien er een kwak water bij." Of: ,,het smaakt in ieder geval anders dan als je het in de supermarkt haalt.” Ze verwoorden het verschillend, maar bedoelen allemaal hetzelfde: evenementenbier bestaat. Tenminste als we een groep studenten (lees: een doelgroep die goed vertegenwoordigd is op festivals) mogen geloven.

Mythe
De mythe rond evenementenbier is nog altijd springlevend. Veelal gevoed door de ervaring dat je op festival toch opvallend veel glazen achterover kan slaan voordat de eerste signalen van dronkenschap zich aandienen. En er valt ook wel een motief te bedenken voor de bierbrouwers en festivalorganisatoren. Want minder alcohol in bier betekent in de regel dat er meer wordt gedronken en dat betekent weer meer geld in de kassa. Oftewel, evenementenbier = kassa.

Reden genoeg om dit tot de bodem van het glas uit te zoeken. Daarvoor heeft het  ED samenwerking gezocht met studenten van Fontys School of Applied Science in Eindhoven. Ze hebben een heus laboratorium tot hun beschikking. In totaal zijn 21 biermonsters in afsluitbare minireageerbuisjes verzameld tijdens de enkele grote evenementen in Brabant dit voorjaar: Paaspop in Schijndel, Koningsdag in Eindhoven, Bevrijdingsdag in Tilburg en Intents Festival in Oisterwijk. Tijdens Koningsdag zijn de meeste monsters verzameld op plekken verspreid over de stad. Van de Dommelstraat tot het Wilhelminaplein en van Stratum tot Strijp-S en Supersized Kingsday op Aquabest. Die biermonsters zijn allemaal veiliggesteld in het lab en worden getest op alcoholpercentage.

Biermonsters
Dat meten gebeurt met een machine waarin eerst alle stoffen in het pils van elkaar worden gescheiden. Om te bepalen of alles werkt, testen de studenten eerst enkele biertjes uit fles. Bij de supermarktpils valt al meteen iets op. Waar Bavaria en Jupiler nagenoeg het percentage alcohol scoren dat op het etiket staat vermeldt, zit Heineken fiks lager: 4,5 in plaats van 5 procent.

Het rechtvaardigt een belletje naar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Die wijst op haar beurt naar een wet waarin is vastgelegd hoeveel het alcoholpercentage mag afwijken. Heineken komt wat dat betreft nipt door de keuring. Bier dat voor minder dan 5,5 procent uit alcohol bestaat, mag straffeloos een half procent afwijken. Oftewel, staat er 5,0 procent op het etiket, dan moet er minimaal 4,5 procent alcohol in zitten. Bij bieren met meer dan 5,5 procent alcohol, mag de fabrikant er zelfs een heel procent naast zitten.

Een bierbrouwer kan handig van zo’n marge gebruikmaken. Want hoe lager het alcoholpercentage, hoe minder mout er gebruikt hoeft te worden en dus hoe lager de productiekosten zijn. 

Alcohol Infolijn
Terwijl de laboratoriummachine aan de slag gaat met de biermonsters van de festivals, bellen we met de Alcohol Infolijn van Trimbos Instituut. Jongeren kunnen daar terecht met vragen over alcohol. We hebben er eentje: bestaat evenementenbier? ,,Er bestaat wel bier met een lager alcoholpercentage”, zegt Nienke van de infolijn. ,,Maar dat normaal bier wordt verdund met water is een fabeltje”, zegt ze overtuigend. ,,Bovendien moet het altijd duidelijk aangegeven worden als er bier wordt geschonken met minder alcohol.” Volgens de infolijn gebeurt dat weleens bij risicowedstrijden in het voetbal. Daarnaast produceren steeds meer brouwers ook bier met een lager alcoholpercentage. Als je op een festival overal parasols en bierviltjes ziet staan van Bavaria 3,3 dan is de kans dus groot dat er 3,3 procent alcohol in zit.

,,Bier is zo immens populair dat brouwers als leeuwen over de kwaliteit van hun bier waken”, zegt bierexpert Alain Schepers. ,,In de grote markt kan niemand zich imagoschade veroorloven.” Want wie eenmaal het imago heeft van sjoemelpils, komt daar niet zomaar vanaf. Daarom zijn zythologen (bierexperts) het over één ding eens: als brouwers bier leveren aan festivals of evenementen, dan zal dat gewoon pils zijn.

Uitslagen
Maar is dat ook het beeld dat de laboratoriumuitslagen laten zien? Ja en nee. Op het eerste gezicht lijkt er wel enigszins met het bier gesjoemeld te zijn. De alcoholpercentages schommelen geregeld rond de 4,5. Kortom, van dat bier zou je tien in plaats van negen glazen bier moeten drinken om dezelfde hoeveelheid alcohol binnen te krijgen. Zie hier het eventuele voordeel voor de festivalorganisator.

Fontys-student Milou Jaspers wijst echter op de foutmarge in de meting. Het bier werd bij dit onderzoek in tubetjes geschonken, enkele uren meegedragen op de festivals en lag daarna een paar dagen in de koelkast voordat het de meetmachine inging. Op al die momenten kunnen er minieme hoeveelheden alcohol zijn ontsnapt. ,,Als je daar rekening mee houdt, is er maar één conclusie mogelijk”, zegt Jaspers. “Wij zijn geen evenementenbier tegengekomen.”

Heineken
Heineken herkent zich niet in de onderzoeksresultaten van de pils uit fles. Daarbij scoorde het merk slechts 4,5 procent in plaats van 5. ,,De kwaliteit van ons bier heeft bij Heineken de allerhoogste prioriteit. Daarom worden onze bieren en andere dranken nauwkeurig en zeer regelmatig getest door specialisten in het laboratorium. Ons Heineken-pils voor de Nederlandse markt is bijvoorbeeld in 2017 al zo’n 120 keer getest. Op basis van deze tests herkennen wij ons niet in de resultaten van de tests. Over 2017 komen onze tests namelijk uit op een gemiddeld alcoholpercentage van 4.99 procent. Bovendien is de statistische afwijking bijzonder klein. Er is dus geen sprake van een wisselend alcoholpercentage." 

In samenwerking met indebuurt Eindhoven