Weblog: Irene in Kenia

Foto's
6
Afbeelding

ED-verslaggever Irene van de Ven was een week in Nairobi, Kenia om te zien voor welke stichting de organisatie van de Somerense Kennedymars geld inzamelt. Zij deelt haar ervaringen van die reis in deze weblog. Sarakasi is opgericht door oud-Somerenaar Rudy van Dijck en zijn vrouw Marion. De stichting wil mensen een kans geven en richt zich vooral op dans en acrobatiek. Maar het gaat veel verder.

20. De Kennedymars

Inmiddels ben ik weer een paar weken in Nederland. Gewoon, druk, mijn oude leventje weer opgepakt. Nou ja, ik ga door met een flinke portie relativering. De laatste week, in aanloop naar de Kennedymars, krijg ik enkele mailtjes binnen van mensen die aandacht willen voor het goede doel waar ze geld voor ophalen door de Kennedymars te lopen. Ik waardeer dat in die wandelaars. Iets willen doen voor je medemens, om de wereld een stukje mooier te maken.

Redactioneel kan ik er niet zo gek veel mee. Ik heb de keuze gemaakt om over dat ene doel te schrijven. Sarakasi, waar ook JOEK voor koos. Een verantwoorde journalistieke keuze, lijkt me. Het is daarom zo jammer dat ik veel mensen hoor mopperen dat JOEK dit niet had moeten doen, het kiezen van een algemeen goed doel.

‘Laat de mensen zelf bepalen’. Dat doet JOEK mijn inziens ook. Voor elke wandelaar staat het vrij om te kiezen. Maar een ding weet ik zeker: het komt bij Sarakasi op een verschrikkelijk goede plek terecht.


19. Thuiskomen

Een collega, die regelmatig in Afrika is geweest, waarschuwde me al. "Afrika kan je grijpen. Het zal ook even duren voor het je dan weer loslaat.” Ik landde heel vroeg in de ochtend op Schiphol en had vrij snel mijn koffer te pakken. Geen oog dichtgedaan, maar een heel geanimeerd gesprek gehad met een bijzondere Fransman. Mocht ik ooit weer eens in Parijs zijn, dan ga ik hem zeker bellen. Wederom een bijzondere ontmoeting, de zoveelste die week.

Ik liep snel naar de treinen toe. Ik wilde mijn familie niet opzadelen met een kort nachtje om me in Amsterdam op te moeten halen. Me opwachten in Eindhoven was net zo praktisch. In de trein, die heerlijk leeg was, drong het een klein beetje door wat ik allemaal meegemaakt had die week. Op mijn iPod hoorde ik ineens Michael Jackson zingen: ‘I am starting with the man in the mirror’. Ik heb tot Utrecht niks kunnen zien door mijn tranen. Wat een mooie ervaring die me verrijkt heeft. Afrika heeft me inderdaad gegrepen, om me nooit meer los te laten.

18. Mama Sarakasi

Het was me inmiddels duidelijk geworden dat Marion, als manager-directeur van de stichting, een belangrijke rol heeft. “Ik word Mama Sarakasi genoemd, ja. Dat is ook wel een beetje zo.” Van hierarchie is echter binnen de stichting geen enkele sprake. Iedereen is even belangrijk, dat is het devies van Rudy en Marion.

In een afsluitend gesprek, op de laatste dag van mijn bezoek, vroeg ik Marion of ze het niet miste waar het allemaal begonnen is. Met een groep acrobaten de stad in. “Nee, ik mis het niet. Ik ben door al die jaren heen ook gegroeid tot waar ik nu ben. Ik was heel erg verlegen. Moet je me nou zien. Dat heb ik ook aan Sarakasi te danken.” Haar werk bestaat vooral uit het zoeken naar geld, om Sarakasi een financieel gezonde stichting te houden. “Ik voel het helemaal niet als bedelen of schooien. Ik geloof hier gewoon in. Stel, je hebt een ziek kind. Er is geen medicijn. Dan ga je ook van deur tot deur om de oplossing te zoeken. Dan voelt het ook niet als bedelen, toch?”

 

17. Sawa Sawa Festival

Soms zit het mee, soms zit het tegen. Op het moment dat ik wist wanneer ik in Nairobi zou zijn, liet Marion me weten dat ik met mijn neus in de boter viel. Want juist in dat weekeinde zou het Sawa Sawa Festival gehouden worden.

‘Sawa sawa’ betekent in Swahili ‘oke’ of ‘goed’, als afsluiting van een gesprek. Op dat Sawa Sawa Festival treden gerenommeerde artiesten op uit alle Afrikaanse landen. Een mix van allerlei muzieksoorten. Sarakasi biedt als organisator ook een podium aan beginnende artiesten. Heel veel kansen hebben deze mensen niet, vergis je niet. Het Sawa Sawa Festival is dan ook een belangrijk evenement, en groots aangepakt. Ik was dan ook erg nieuwsgierig maar dat evenement, maar het mocht helaas niet zo zijn. Bij mijn aankomst werd duidelijk dat het festival een week verzet is. Jammer, maar ja: you can’t win them all.

16. Masai Market

Marion was op zoek naar boekenleggers die ze in Someren tijdens de Kennedymars wil verkopen. De opbrengsten gaan – hoe kan het ook anders – naar Sarakasi. Ze had al mooie exemplaren gezien, op de Masai Market. Velu en ik gingen met haar mee. De kleurrijke markt liet veel prullaria zien. De geijkte schilderijtjes van een giraffe en een olifant, trommeltjes, kleden, en honderdduizenden armbandjes. Natuurlijk kon ik het niet laten. Twee armbanden en een duimpiano. Met name het laatste vond ik wel een toepasselijk souvenir, aangezien ik de hele week omringd werd door muziek. Zo kon ik thuis ook nog oefenen. Marion liet zich verleiden tot het kopen van ‘weer een tas’. “Rudy ziet me al aankomen, maar deze is wel echt heel erg leuk hè.” Ook Velu kocht twee handtasjes voor zijn tweelingdochters.

 

Hoewel ik Afrika eigenlijk nergens mee kan vergelijken, kwam de Masai Market toch wel heel erg in de buurt van Turkije. Zoveel prullaria had ik nog nooit bij elkaar gezien. En heel vervelende, afdingende Amerikanen moeten we ook hier accepteren. Een klein smetje dan maar.

15. Natascha

Kenia, en misschien wel in heel Afrika, heerst geen knuffelcultuur, wist Fernande Verwiel. Zij is projectleider van een team entertainers dat kinderen opzoekt in jeugdgevangenissen, ziekenhuizen en HIV-klinieken. Zeg maar, op elke plek waar een kind niet hoort te zitten. Terwijl kinderen nou juist ook fysieke aandacht goed kunnen gebruiken. Welk kind kan zonder knuffel, handje of kus?

Terwijl acrobaat James in een lemen donker hutje alles uit de kast haalde om de kinderen die daar verblijven te vermaken, voelde ik ineens een handje. Heel zachtjes. Ik kijk naar beneden en zie haar staan. Ze kijkt me aan en durft aan mijn hand te trekken. Ik ga door mijn knieen en ze pakt me vast. Om me de komende twee uur niet meer los te laten. Dat hoefde ook niet. Natascha. Ik denk dat ze 3 of 4 jaar oud moet zijn. Wie zegt dat je taal nodig hebt?


14. Het mooie Kibera

Naar schatting leven hier een miljoen mensen bij elkaar. Hij wilde ons iets laten zien. Het uitzicht. Vanaf een spoorrails – elke dag rijdt een trein dwars door Kibera – kun je ver weg over de wijk kijken. Daar liep James een meisje tegen het lijf.

"Wacht even, dit moet je horen. Zij heeft een van de mooiste stemmen van Kibera." Op verzoek begon ze te zingen op een plek waar ellende, armoede, geweld en honger zich verzamelen. En heel even vergeet je dat.

 

13. Snagger

Snagger is een echte foute man. Ik leerde deze ladykiller kennen bij Rudy en Marion thuis. Hij is een van de pleegkinderen die het echtpaar helpt. Een echte rasta-man. Hij ademt reggae. Snagger heeft humor, geniet van het leven, is voor niemand bang. Snagger heeft vreselijk veel op zijn kerfstok. Wat precies? Marion: “Ik weet niet alles, en ik wil het ook helemaal niet weten.” Een andere avond trof ik Snagger weer aan de bar van de Sawa Sawa. Hij vertelde me dat Rudy en Marion zijn ouders zijn. En iedereen die hem ook maar durfde tegen te spreken, was aan het verkeerde adres. Zijn echte vader heeft hij nooit gezien, en hij heeft ook geen enkele behoefte om hem te zien. Met zijn moeder heeft hij nauwelijks contact. “Ik heb Rudy en Marion toch?”

 

12. Marion en Rudy

Denk niet dat ik ze ooit nog zal ontmoeten: zo’n bijzondere mensen als Rudy en Marion. Het duo heeft me geraakt. Hun gulheid, de manier waarop ze in het leven staan en hoe zij naar mensen kunnen kijken zonder ze te veroordelen. Met een bijzonder open vizier kijken ze naar een wereld, waar ze ook de verdorven kanten van zien. Elke dag weer.

Marion gaf me aan het begin van de week het advies om alles los te laten wat ik normaal vind in Nederland. “Het is hier gewoon anders.” Met die simpele woorden heeft ze me meer geholpen dan ze denkt, denk ik.

Hun harten staan open, maar ook hun huis. Ze hebben tijdens hun leven samen drie gezonde zoons op de wereld gezet, een dochter geadopteerd en ontzettend veel mensen weer op het juiste spoor gezet. Enkelen woonden bij ze in, en anderen maakten misbruik van ze. Maar ook daar kunnen ze mee omgaan. Bewonderenswaardig.

 

11. Weblog Irene in Kenia: Echt dansen

In een Nederlandse kroeg is dit het gemiddelde beeld: de meiden bewegen altijd wel een beetje op en neer, als het leuke muziek is. Als er meer drank wordt geschonken, gaat dat wiegen over in iets uibundiger feest vieren. Nederlandse mannen hangen tot aan een uur voor sluitingstijd aan de bar en een enkeling waagt het dan om de dansvloer op te gaan. Met stijve heupen, handen vaak omhoog en veel gelal en meezingen. Vaak uit de maat en net niet helemaal de tekst machtig.

Hoe anders is Nairobi? Of Kenia? Of Afrika zelfs! Iedereen danst. Geen spoor van schaamte, en al helemaal niet bij de mannen. Het hoort erbij. Iedereen pakt elkaar vast. Mannen met vrouwen, vrouwen met vrouwen en mannen met mannen. Alles kan gewoon, zonder gedoe of moeilijkheden. Knieen, enkels, voeten, polsen, heupen en god, die heupen. Alles beweegt. Wat ongelofelijk knap. Perfect op de maat, en continu met een mooie glimlach op het gezicht.

Daar kunnen die Nederlanders allemaal iets van leren. Of zal ik gewoon emigreren?

 

10. Weblog Irene in Kenia: Uitgaan

Rick en Tom, allebei stagiaires uit Nederland, liepen al wat maanden rond in Nairobi, kenden veel beter de weg dan ik, en namen me heel vaak op sleeptouw. Daar ben ik ze natuurlijk onwijs dankbaar voor. In de Sawa Sawa bar, pal naast de Sarakasi Dome, houdt de stichting regelmatig activiteiten. Op het programma stond een reggae-avond. Alhoewel ik die muziek, net als de meeste stijlen, erg goed kan hebben, verveelde het me op een gegeven moment wel een beetje. Ik bleef mijn ogen uitkijken, want dansen kunnen ze allemaal. Fotograaf Velu, Tom en Rick haalden me uiteindelijk over om het ‘nachtleven’ van Nairobi in te duiken. Want ook zij waren de reggaemuziek wel een beetje beu, zo bleek.

In een redelijk nieuwe tent, ergens op een verdieping stonden de stoelen en tafeltjes netjes naast elkaar. Ze werden alleen niet echt gebruikt, behalve om tassen en jassen op te zetten. Iedereen danst. Volstrekt onbekenden trekken je op de dansvloer en zorgen ervoor dat je wel mee moet doen. Kei gezellig, op zijn Brabants gezegd, maar er is één nadeel: bij deze mensen voelt een 31-jarige Brabantse boerenmeid zich een vreselijke houten klaas. Ach, meedoen leek belangrijker. En dat doe je dan maar.



9. Haantjesgedrag

In de Sarakasi Dome wordt elke dag vreselijk hard gewerkt en getraind. Dansers herhalen keer op keer en tot in den treure de aangeleerde pasjes en de choreografieën; acrobaten oefenen nieuwe trucs en proberen elke keer weer een stapje verder te gaan. Achter de bureaus wordt er net zo goed hard gewerkt om de stichting en alle projecten op een hoger niveau te brengen. Een inspirerende plek dus.

Vaker dan eens besloot ik om gewoon ergens te gaan zitten en mijn ogen goed de kost te geven. Bruce, een van de acrobaten, merkte mijn aanwezigheid ineens op. “Wat wil je zien?”, vroeg hij me. “Show me your best tricks.” Koren op de molen voor hem. Hij tikte zijn vier maten aan en spoorde ze aan om mee te doen. Wat volgde was een kwartier vol haantjesgedrag én elkaar uitlachen als het misging. Dat bestaat dus ook in Kenia.

 

8. ‘Domme leikel’

Na mijn kennismaking met het Keniaanse verkeer, neem ik mijn petje af voor iedere automobilist die het aandurft om te rijden in Nairobi. Dat compliment maakte ik Marion, onderweg naar huize Van Dijck. Ja, in haar auto.

“Ik rij hier al meer dan 20 jaar”, wuifde ze het compliment weg. “Ik ben niks anders gewend.” Nou ben ik zelf wel een mopperaar achter het stuur. Mensen die bijvoorbeeld voor me ook maar iets onder de snelheidslimiet durven te gaan rijden, scheld ik de huid vol. Op een slechte dag. Het deed me dan ook deugd dat Marion dat ook deed.

“Nou, ik heb me wel leren in te houden.” Hoezo? “Ik toeterde altijd twee keer, waarna consequent de opmerking ‘stomme eikel’ volgde. Tijdens een ritje met – ik denk dat het mijn oudste zoon Kevin was, die achter in een kinderstoeltje zat, toeterde ik weer. Nog voor ik kon zeggen dat het een ‘stomme eikel’ was, hoorde ik Kevin zeggen: ‘domme leikel he mama’. Tja.”

7. De Matatu

Ik kan mezelf geen angsthaas noemen. Kom op, ik vertrek zelfs in mijn uppie naar het verre, onbekende Kenia. Toegegeven, met gezonde zenuwen, maar ik doe het wel. Nee, ik ben niet snel bang. Mijn angst voor spinnen heb ik al lang overwonnen. Alleen als ze vreselijk harig, groot, dik en zwart zijn, heb ik er moeite mee om ze weg te pakken. Maar dat is meer van de walging, dan van angst.

Echter, in Nairobi heb ik doodsangsten uitgestaan. Niet lopend op straat, waar ik wel voor gewaarschuwd was. De stad draagt zelfs het twijfelachtige koosnaampje ‘Nairobbery’, vertrouwde Marion me toe in ons mailcontact.

Nee, het openbaar vervoer in Nairobi is mijn grootste angst geworden. De matatu. Om een beeld te schetsen: in een klein, bijna uit elkaar vallend busje zijn gemiddeld zo’n vijftien stoelen gepropt. De ‘conducteur’ hangt uit de deur, slaat op de zijkant van de bus als de chauffeur moet stoppen of weer kan gaan, en ik heb nog nooit zo’n chaotische wisseling van geld gezien als in de matatu. Onder het genot van keiharde muziek, of in een – voor Kenia - heel hip businterieur worden mensen van A naar B gebracht.

Een matatu-chauffeur gaat over lijken. Remmen doen ze pas als het ècht nodig is, zo’n millimeter of drie achter de voorganger. Op weg naar Kibera, de sloppenwijk, vond ik mezelf in een benarde positie. Met mijn knieën haast in mijn nek, mijn hoofd naar voren gebogen omdat het plafond zo laag was en het zweet op mijn voorhoofd. Naast me zat Tom, een stagiaire uit Nederland die voor Sarakasi werkt. Hij moet het aan me gezien hebben, want hij vroeg zo’n vier keer aan me of het wel ging. Nou, nee dus.

6: Cadeautjes

Om niet met lege handen aan te komen, had ik Marion van Dijck van stichting Sarakasi al gemaild voor mijn komst. Met wat voor Nederlandse lekkernijen kon ik hen blij maken?

Drop! Pindakaas! En ooooh, kaas! “Kaas hebben ze hier wel, maar die uit Nederland is zoveel lekkerder.”

En hoewel haar drie zoons en geadopteerde dochter nooit in Nederland hebben gewoond, hebben de dropjes geen drie dagen in huize Van Dijck overleefd. Had ik maar drie kilo meer meegenomen.

 


5. Velu

Tijdens de eerste rondleiding door de Sarakasi Dome ontmoette ik Velu, alias Luc Vekemans. Deze Belgische fotograaf is betrokken bij Sarakasi en Festival Mundial en heeft veel gereisd en prachtige foto’s gemaakt.

Vrijwel meteen besloten we samen op te trekken. Een geruststellende gedachte om te weten dat ik er niet alleen voor stond. Velu is een bijzonder fijn mens. Mede door hem is mijn week in Kenia onvergetelijk geworden. Met heel erg veel pret, want met Belgen kun je lachen. Maar hoe fijn is het om de ellendige beelden in je hoofd te kunnen verwerken met een maatje?

Naast Velu ben ik natuurlijk iedereen die ik ontmoet heb erg dankbaar, maar een speciale gedachte gaat ook uit naar Rick en Tom. Deze twee nuchtere jongemannen, die stage liepen bij Sarakasi, ben ik heel erg dankbaar. Gewoon, voor alles.

 

4. Sarakasi Dome

De geur van zweet kwam me tegemoet. Bij de eerste stappen die ik zette in de Sarakasi Dome, een bijzonder gebouw met een aparte vorm, gelegen aan de Ngara Road in Nairobi, was de geur van hardwerkende mensen het eerste dat me opviel.

Ik meldde me bij een man met een grote glimlach op zijn gezicht. Hij had een scanapparaat vast dat meer op een cricket-slaghout leek. Ik was goedgekeurd. Terwijl ik wachtte op Marion, kwamen tientallen mensen langsgelopen. De een met hele hippe danskleren, de ander met piercings en een zeer opvallend kapsel, een derde sjouwde eenwielers. Grappen werden onderling gemaakt, vuisten werden tegen elkaar aangeduwd als begroeting. Hier zou ik me wel thuis gaan voelen.

3. Rudy van Dijck

Na mijn aankomst in Nairobi dronken Sarakasi-oprichter Rudy van Dijck en ik naar goed Brabants gebruik samen een pilsje in de Sawa Sawa Bar, precies gelegen tussen het kantoor van Sarakasi en mijn verblijf, in dezelfde straat.

Rudy is al erg lang weg uit Someren. “Ik reis veel voor mijn werk bij de Verenigde Naties. Ik probeer dan altijd wel even te stoppen in Someren. Vooral om mijn ouders te zien. Zij zijn op leeftijd en niet meer in staat om naar Nairobi af te reizen. Veel volg ik niet meer in het dorp. Ik ken er niemand meer, dat verwatert toch. En dat is ook niet erg. Het voelt ook niet als thuis. Ik kom er graag hoor, begrijp me niet verkeerd. En natuurlijk volg ik op internet, via de website van het ED bijvoorbeeld, het nieuws wel. Maar ik kijk vooral hoe SV Someren het doet.” Laat dat nou net mijn blinde vlek zijn in Someren.

De Somerense stichting JOEK, organisator van de Kennedymars, vindt Sarakasi bij haar gedachtegoed passen. Maar waarom? Door middel van dans, muziek en acrobatiek geeft deze stichting in Nairobi mensen de kans om een leven op te bouwen. “Die gezelligheid, die informele sfeer. Dat past bij ons”, zei Petra van den Bosch van JOEK. Maar Sarakasi doet nog veel meer, zo merkte ik tijdens mijn verblijf in Kenia.

 

2. Bijzondere ontvangst

Hoe vaak zie je niet mensen staan met zo’n naambordje op Schiphol of zelfs op Eindhoven Airport? Ik had nooit van mijn leven kunnen denken dat mijn naam ook ooit op zo’n bordje zou prijken, maar op woensdag 30 mei maakte ik het mee. Rudy van Dijck, de oprichter van Sarakasi en oud-Somerenaar, wachtte me op in de hal van Nairobi Airport. Met een wit A4tje waarop in rode letters mijn naam stond.

Het was één van de eerste keren in die week dat ik dacht: dit maak ik nooit meer mee. Het leek wel of Rudy mijn gedachten kon lezen, want hij gaf me het papiertje. Ergens is nog een klein Somerens accent te ontdekken. “Hier, hou maar als eerste herinnering.”

De voorbereidingen waren ook al niet ‘alledaags’ geweest. Natuurlijk ben ik wel ooit op vakantie geweest, maar een ander werelddeel dan Europa had ik nog nooit bezocht. Wat komt er allemaal bij kijken? Spuiten. Oh ja. Maar welke? Ingeënt tegen gele koorts, hepatitis A en DTP: check. Visum? Na een tripje Den Haag: check. En een geruststellend mailtje dat ik werd opgehaald op het vliegveld.


1. Doen......Gaan

Het is een van de mooiste onderdelen van mijn beroep: nadenken over mooie verhalen en brainstormen met collega’s over hoe het ED zich kan onderscheiden met spraakmakende reportages. Als verslaggever voor de gemeente Someren (en Asten) kreeg ik de opdracht na te denken over de invulling van een aparte bijlage. Vanwege het 100-jarig bestaan van onze krant, maar ook ter ere van het gouden jubileum van de Kennedymars.

Gaandeweg kwam ik het goede doel tegen, waar organisatie JOEK zich aan conformeert. Sarakasi. In Kenia. Opgericht door een man uit Someren. Ik trok de stoute schoenen aan en met het zweet in de handen vroeg ik mijn adjunct- hoofdredacteur of ik naar Kenia mocht voor een reportage. Het duurde 5 lange seconden voor het besluit viel. Het antwoord was duidelijk: ‘Doen. Gaan. Jij moet daarheen.’ Wat een kans.

Eindhovens Dagblad, op dit artikel rust copyright.


Home / Extra / Dossiers / Kennedymars / Weblog: Irene in Kenia