FILMRECENSIE: Wickie en de schat van de goden * *
Runer Jonssons kinderboek Wickie de Viking werd in de jaren zeventig bewerkt tot een van de lelijkst geanimeerde tekenfilmseries ooit. De verhalen over een vikingjongetje dat niet heel dapper, maar wel heel slim is, kwamen in 2009 tot leven in een film met acteurs van vlees en bloed. En ook al is de tweede Wickiefilm gedraaid in 21ste-eeuws 3D: de knulligheid van de tekenfilmserie is gebleven.
Mede door de nasynchronisatie is het af en toe alsof je kijkt naar een oude film over Pippi Langkous – maar dan zonder de aanstekelijke anarchie van die jeugdfilmklassieker.
In Wickie en de schat van de goden vindt de blonde bangebroek zijn tegenhanger in een stoer zwartharig meisje. Samen gaan ze op zoek naar Wickies vader, die gevangen is genomen door een concurrerende Noormannenhoofdman. Zonder verrassingen en met een overdaad aan kluchterigheden ontvouwt zich een mild amusant avontuur, waarbij Wickie zich menigmaal uit een hachelijke situatie moet redden door met een vinger langs zijn neus te wrijven, waarna hij meestal een slim plan bedenkt. De meegebrachte juniorrecensent vond het allemaal 'wel best'. Maar ook niet meer dan dat.
Geleverd door Filmtrailer.com
Wickie en de schat van de goden
Regie: Christian Ditter.
Met: Jonas Hämmerle, Valeria Eisenbart.