Volledig scherm
Een geitenstal in het buitengebied van Bakel met horren in de zijgevel. © Arnold Mandemaker

Geiten verhogen kans op longontsteking

HELMOND/DEURNE - Wetenschappers rekenden een jaar lang alle gegevens over de gezondheidseffecten van de veehouderij door.  Eerdere conclusies blijven overeind. Sterker nog, ze zijn harder onderbouwd. 

Omwonenden van stallen voor varkens, kippen én geiten hebben vaker longontstekingen dan gemiddeld. Van de 1.650 ziektegevallen per 100.000 mensen zijn er ruim tweehonderd te verbinden met stallen binnen een straal van een kilometer. Dat is ruim zeven procent meer ziektegevallen. 

Dat blijkt uit een nadere doorrekening van gegevens die tussen 2014 en 2016 zijn verzameld. Toen werd onder leiding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu het  onderzoek Veehouderij en Gezondheid (VOG) in Oost-Brabant en Noord-Limburg gehouden. Dat was de grootste veldstudie op dit gebied ter wereld, uitgevoerd in de meest veedichte regio van Nederland.

De analyse, waar een jaar aan is gewerkt, bevestigt en onderbouwt de eerder vrijgegeven uitkomsten. De wetenschappers keken onder meer naar verzamelde luchtmonsters en de medische gegevens van ruim honderdduizend inwoners in het  gebied. 

Geitenhouderijen
Opmerkelijk is dat nu ook negatieve gezondheidseffecten van geitenhouderijen zijn vastgesteld. Bij de presentatie van het rapport in de zomer van 2016 konden de onderzoekers daarover nog niets zeggen. Omwonenden vroegen er tijdens informatiesessies nadrukkelijk naar vanwege de onrust veroorzaakt door de uitbraak van Q-koorts tussen 2007 en 2011. Nu blijkt dat omwonenden van geitenhouderijen in een cirkel van een kilometer 5,4 procent meer kans hebben op longontsteking dan gemiddeld. Dat zijn 89 gevallen per 100.000 mensen.

Het gezondheidsrisico zit vooral in de uitstoot van fijnstof uit stallen. Deze minuscule deeltjes binden zich met ammoniak en micro-organismen, zoals virussen of dierlijke cellen Dat kan longproblemen veroorzaken. Tijdens de uitbraak van Q-koorts bleek fijnstof ook het 'vervoermiddel' voor de bacterie die deze ziekte veroorzaakt. De bacterie zat in nageboorten van zwangere geiten.

Mest en stro
Tijdens de uitbraak van Q-koorts bleek dat vooral geitenhouderijen met half open potstallen een risico vormen. In dit type stal verdwijnt mest niet in gierkelders maar blijft op de vloer liggen, vermengd met stro. Periodiek wordt die massa weggehaald en over land uitgereden.

Tijdens de Q-koorts bleek dat de bacterie langdurig kan overleven in het mengsel van mest en stro. De horren, die in veel stallen de zijgevels afsluiten, houden fijnstof verbonden met ammoniak en bacteriën niet tegen. Niet alleen direct omwonenden werden besmet, maar ook toevallige passanten. De uitbraak van Q-koorts heeft zeker 74 mensen het leven gekost.

Volgens de onderzoekers droeg de uitbraak bij aan het verhoogd aantal longontstekingen onder omwonenden van geitenhouderijen. Voor ziektegevallen na 2011 leveren de gegevens echter geen afdoende verklaring. De fijnstof werd alleen aangetroffen op locaties met stallen, niet op andere plaatsen. Daarmee is definitief een veelgehoorde claim uit de agrarische sector weerlegd dat de fijnstof afkomstig zou zijn van andere bronnen, zoals snelwegen of het Duitse Ruhrgebied.