Volledig scherm
Het in de Kasteeltuin gekochte seal-zakje wiet. foto Ton van de Meulenhof © FotoMeulenhof

Illegaal wiet kopen in Helmond: 'Maat gij hèd toch buitenpoet?'

HELMOND - Midden op de dag, midden tussen de mensen: een grammetje wiet valt in Helmond op de meest openbare plekken uiterst eenvoudig te scoren. 'Ruik maar, dit is goeie shit.'

"Jij bent van de politie, zeker weten. Bewijs dan dat je van het Eindhovens Dagblad bent."

Het schoolplein van het ROC Ter AA, rokerszone. Voor mijn neus staan vijf gasten van rond de twintig. Of een van hen mij een gram wiet kan verkopen? Korte blikken naar elkaar. "Wij doen niet aan grammen wiet", zegt een van hen. "Alleen aan kilo’s." Ze lachen. Een van de jongens vist daarna een sealtje uit zijn broekzak. "Ik heb wel wiet, maar dat is voor eigen gebruik. Dat mag, hoor", voegt hij daar voor de zekerheid aan toe. "Pas als ik het aan jou verkoop, ben ik strafbaar."

Sommige leerlingen pochen dat de wiet zelfs tijdens de les onder de tafeltjes door wordt verhandeld. Maar spul verkopen aan een vent van 35 jaar met een leren jas en een baard van twee weken die zegt dat hij bij de krant werkt? Volop wantrouwen. Ook een pasje van het ED krijgt de vijf jongemannen niet overtuigd: "Nee, wij vertrouwen jou niet."

Jointjes
De verhalen herhalen zich al jaren, maar klinken steeds een stukje luider: in Helmond tiert de illegale wiethandel welig. Die geruchtenmachine wordt gevoed door het simpele feit dat de stad nog slechts één coffeeshop telt. Één. Ter vergelijking: bij grote broer Eindhoven kun je op iets van vijftien plekken legaal je jointjes halen. 

Alleen al vanuit het oogpunt van marktwerking kan het niet anders dan dat je in Helmond, meer dan in andere steden, illegaal wiet kunt kopen. Het is precies waarover de enige coffeeshop in Helmond nu aan de bel trekt. De komende tijd moeten er meer agenten worden vrijgemaakt om die drugscriminaliteit keihard aan te pakken, belooft burgemeester Elly Blanksma. 

En dus gaat het ED zelf de straat op om te achterhalen hoe makkelijk een gram wiet kan worden gescoord. Veel genoemde plekken zijn de Molenstraat, rond de Lidl in de Heistraat, de parkeerplaats aan de rand van de Warande, bij Winkelcentrum de Bus of in de Kasteeltuin.

Lange vloei
Die laatste locatie is na de mislukte poging bij het ROC Ter AA, de eerstvolgende pitstop. Zonder de naam ED nog langer te laten vallen, is het meteen raak. Twee gastjes van zeventien hangen er op een van de bankjes. Onderuitgezakt, met hun gezichten richting de zon. Tussen hen staat een groot pak vruchtensap met ernaast lange vloei om jointjes mee te draaien, krakende hiphop uit de telefoon. Het is één uur ’s middags, nog drie uur tot de coffeeshop zijn deuren opent. Of de jongens weten waar je wiet kan krijgen? "Heb je een auto?", vraagt een van hen. "Nee? Oh, anders hadden we naar het Haagje kunnen rijden."

Geen probleem. Hij scrollt een keer door de telefoonlijst op zijn mobiel. "Wil je per se Haze?", vraagt hij. "Want als het mindere kwaliteit wiet mag zijn, weet ik wel iemand." Na een knikje, belt hij een van zijn vrienden. "Maat, gij hèd toch buitenpoet?", roept hij in de telefoon. "Wil je een tientje verdienen? Dan moet je even naar de Kasteeltuin komen. Welke? Hoezo welke? Die in Helmond natuurlijk."

Duizelt het in het hoofd al van alle vakterminologie? Een korte uitleg. Haze is een Californische wietsoort die redelijk sterk is. Nog wat merken: White Widow, Power Plant en Northern Light. Geen idee wat buitenpoet betekent, maar waarschijnlijk zoiets als hennep uit eigen tuin. Voor de prijs maakt het allemaal weinig uit. Een gram wiet, goed voor vijf jointjes, kost op straat een tientje. Altijd. Misschien ook wel, omdat negen of elf euro niet zo onopvallend kan worden betaald met een handjeklap.

Een kwartier later stappen twee dealertjes, hun leeftijdsgenoten, van de brommer. Een van de twee draagt een borsttasje. Hij plukt er een gedroogde henneptop uit, die vervolgens in een seal zakje gaat. Daarna is het twee keer handjeklap. Hij een tientje rijker, ik een gram wiet.

Bontkragen
Op naar andere locaties. In de Warande lopen zo midden op de dag geen jongeren rond. Hetzelfde geldt voor de Heistraat. In de Molenstraat is het tijd voor een nieuwe poging. Een voorbijganger (hangende baggy broek, gouden ketting) heeft wel de nummers van twee dealers in zijn telefoon. Twee keer geen gehoor. Hij haalt zijn schouders op. "Sorry man."

Bij winkelcentrum De Bus voldoen twee jongens precies aan mijn zelf verzonnen signalement van een dealertje: petjes, bontkragen, scootertje. Ze zien eruit alsof ze nog niet hun rijbewijs hebben. Wiet? Ze kijken elkaar aan. Terwijl de een wegloopt om zijn adresje te bellen, begint de ander vragen te stellen: "Ben jij van de politie?"
Ik: "Nee."
Hij: "Echt niet?"
Ik: "Nee."
Hij: "Je lijkt wel op een wout."
Ik: "Als je het niet vertrouwt, kunnen jullie me beter niet helpen." (lees: een poging van omgekeerde psychologie)

Als zijn kameraad na het ophangen van de telefoon zijn hoofd schudt, lijkt de kans verkeken. Halverwege de parkeerplaats komen ze toch toegesneld: "Meneer, meneer." De vragensteller blijkt zelf sealtjes wiet op zak te hebben. "Ik kan u toch wel helpen." Achter een aantal vuilniscontainers volgt de gebruikelijke handjeklap. Daarna trots: "Ruik maar, dit is goeie shit hoor."

Samenvatting: anderhalf uur, een handvol pogingen en twee gram wiet. Zo simpel is het dus. En dan ben ik nog iemand die geregeld wordt aangezien voor een agent. Stel dat je nog op school zit. Dan is het helemaal eenvoudig om illegaal aan wiet te komen. Dat verklaart ook waarom de coffeeshop en de burgemeester zich zo druk maken.