Volledig scherm
Mireille Hendriks op haar favoriete hardloopplek. © Fotopersburo van de Meulenhof bv

Mireille uit Helmond sport ook na Q-koorts

HELMOND - Dertien ‘lepeltjes’ per etmaal heeft ze. Dertien lepeltjes energie. Als die zijn verbruikt, is het klaar voor die dag. Doseren is alles voor Q-koortspatiënte Mireille Hendriks uit Helmond. Toch wil ze zo veel mogelijk bewegen. 

Na een nekhernia en een longembolie koos ze voor medische fitness speciaal voor mensen met Q-koorts. „Makkelijk is het niet en overdaad schaadt, letterlijk. Maar rust roest.”

Deze uitspraak typeert Hendriks (48). Ruim zevenenhalf jaar geleden kreeg ze Q-koorts. Nu heeft ze QVS, het Q-koortsvermoeidheidssyndroom. Toen de ziekte in het begin door haar lijf trok, kon ze niks. Hendriks is de bacterie kwijt, maar kampt met blijvende schade aan haar lichaam: aangetaste gewrichten en spieren, concentratie- en geheugenproblemen. Ze slikt pillen, zet vitaminespuiten. „Mijn immuunsysteem is in feite kapot. Mijn accu is ’s ochtends maar voor 75 procent gevuld en loopt erg snel leeg.” En dit is op goede dagen. Toch werkt ze nog 22 uur per week. Toch sport ze. „Zelfmedelijden is niks voor mij. Ik wil alles proberen wat iets positiefs brengt.”

Carnaval

Het was op carnavalsvrijdag 2010. „Ik werd ineens heel beroerd.” Ze dacht aan een griepje, het bleek ernstiger. Hendriks moest veel uitzoeken. „Ik liep bij de start van mijn ziekte tegen zo veel muren aan. In het Elkerliek ziekenhuis zeiden ze: zoek een sport die bij je past.” Hendriks kwam op hardlopen. „Dat kan individueel en in je eigen tijd. Teamsporten zijn in praktische zin lastig; ik weet nooit hoe ik me voel, of ik mee kan doen.”

Hardlopen dus. Hendriks bleef wel werken maar schoof verder alles aan de kant om te proberen haar fysieke toestand beter te maken. Haar sociale leven ging eraan. Geen feestjes meer, maar trimmen. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. „Mijn spieren verzuren heel erg snel.” Toch werkt het hardlopen voor Hendriks. Een verhard natuurpad in de buurt van haar huis is favoriet. „Daar, tussen de dieren en de planten, voel ik me fijn.”

Dertien sessies

Begin 2016 wierpen de nekhernia en de longembolie Hendriks ver terug. Toen zag ze via Q-Support, de belangenvereniging van Q-koortspatiënten, iets over medische fitness (zie kader) en meldde zich aan. Ze kreeg een persoonlijke fysiotherapeut maar profiteerde tijdens de dertien sessies vooral van het feit dat ze de mogelijkheden van haar eigen lijf door het hardlopen al goed kende.

Nog steeds doet ze elke dag haar oefeningen. Dat vergt heel veel discipline. Hendriks beschikt daarover. „Ik ken ook Q-koortspatiënten die alles kwijt zijn: hun baan, hun huis. Ik heb het nog niet zo slecht.” Juist daarom wond Hendriks zich laatst op. Iemand stelde op internet dat Q-koortspatiënten te moe zijn om te kunnen sporten. „Je moet de goede balans vinden en dat is niet gemakkelijk. Maar je kunt echt wel winst behalen. Ik ben weer aan het opbouwen, ik merk het.”

Medische fitness

-  Ontwikkeld door fysiotherapeut Peter Raaijmakers uit Schaijk, in samenwerking met het RadboudUMC in Nijmegen. Deelnemers krijgen achtereenvolgens een intakegesprek, een nulmeting (onder meer vetpercentage, spierpercentage en zuurstofopname), een loop- of fietstest (uithoudingsvermogen) en een spierkrachtmeting.

-  Aan de hand van de resultaten wordt een beweegprogramma opgesteld, dat de conditie en de spierkracht moet verbeteren, en daarmee de kwaliteit van leven. Maar: voorzichtig. Raaijmakers: „Overbelasting ligt snel op de loer en zorgt juist voor een terugslag.” Na dertien beweegsessies worden het uithoudingsvermogen en de spierkracht opnieuw gemeten.

-  Raaijmakers zag tot nu toe een kleine 300 mensen. De meesten zijn vooruitgegaan, al is het soms maar licht. Onderzoeker Lieke Sweerts van het RadboudUMC verwerkt de resultaten van het beweegprogramma in een wetenschappelijk onderzoek. Daarbij wordt ook gekeken naar de invloed van begeleiding door fysiotherapeuten.