Freek Unger uit Aarle Rixtel heeft in jappenkamp gezeten
Volledig scherm
Freek Unger uit Aarle Rixtel heeft in jappenkamp gezeten © FotoMeulenhof

Freek Unger uit Aarle-Rixtel zat in een jappenkamp: Iedere ochtend was er weer een kind overleden

AARLE-RIXTEL - Freek Unger is 1937 in Makassar (Soerabaja, Indonesië) geboren. Hij kwam als 5-jarig jongetje in een jappenkamp waar hij zijn zusje verloor. Zijn vader kwam in Birma om als dwangarbeider aan de beruchte Birma-spoorlijn. 

Pas rond zijn vijftigste, toen een posttraumatische stressstoornis de kop opstak, is Unger noodgedwongen gaan praten over die tijd. Nu wíl hij erover praten. ,,Veel mensen hebben er nog altijd geen weet van wat er destijds aan de andere kant van de wereld is gebeurd." Zijn levensverhaal. 

Vader
,,Na de capitulatie van het Nederlandse koloniale leger, in de oorlog tegen Japan, werden de Nederlanders geïnterneerd, in een afgesloten wijk in Makassar. De mannen waren krijgsgevangenen.
Mijn zusje en ik en alle kinderen zagen hoe hun vaders door de Japanners in vrachtwagens werden weggevoerd. Mijn vader was 2 meter 4 en de jappen konden amper bij zijn gezicht komen, maar met een bajonet tegen zijn rug verdween hij uit mijn gezichtsveld. Ik heb hem nooit meer teruggezien.

Pas na de oorlog hoorde ik dat hij als dwangarbeider aan de Birma-spoorweg is omgekomen, op 16 maart 1943. Hij ligt begraven in Thailand.

Mijn zusje werd al in het begin ziek en overleed. Vier jaar was ze. Mama mocht mee naar de begraafplaats, ik niet. Door de tralies keek ik mijn verdwijnende zusje na. We hebben haar graf later nooit meer kunnen vinden.

Kamp
We werden afgevoerd naar een kamp in Semarang,  dat de bijnaam Kamp Matti had. Matti is Indisch voor dood. De mensen stierven als ratten. Ik werd er ziek. in het hospitaal joeg mijn moeder de verpleegsters weg om zelf voor me te zorgen. Dat was mijn redding. Iedere morgen weer lag er een kind naast me dat geen antwoord gaf en dat overleden bleek te zijn. Ik zag hoe ze in zakken werden weggebracht en door andere kinderen begraven. Met 10 jaar werd je geacht volwassen te zijn en wie dat niet was, kon kleine klussen doen zoals kinderen begraven.

We moesten voor iedere Jap buigen. Owee als je dat niet goed deed, dan kreeg je een pak ransel. Executies heb ik ook gezien. We moesten erbij gaan staan als een Jap iemand zijn hoofd afsloeg. Soms zagen we onze moeders flauwvallen, want je moest lang stil blijven staan in de brandende zon.

We werden naar Ambarawa gebracht, Kamp 5 Barak 6. Er was wat meer te eten.... stijfsel met iets groens erin. Maar we werden wel geacht te werken en daar kregen we pinda’s en banaantjes voor. De rest moesten we zelf bij elkaar scharrelen. Zo hebben we drieënhalf jaar door weten te rommelen. 

Tegen het einde van de oorlog gingen er geruchten dat Japan zou capituleren. Kabar angin heette dat, windbericht. Toen het zeker was kwam een vrouw tevoorschijn met een Nederlandse vlag. Geen idee waar ze die al die tijd verstopt had. 

Buigen
Wat ik toen zag, vergeet ik nóóit meer: de kampcommandant voor wie wij altijd hadden moeten buigen  -  de vogeltjesschieter noemden wij die, want als hij zich verveelde schoot hij op vogels - boog bij het appèl opeens zelf voor tante Marie. Zij was de kampoudste. Hij gaf haar ook zijn zwaard en zei: 'Nu zijn jullie de baas'.. 

De Tweede Wereldoorlog was voorbij, maar in Indië begon de Persiap-periode, de Indonesische revolutie. Dat is de bloedigste tijd die ik heb meegemaakt, want toen zijn er heel wat Nederlanders vermoord. 

Wij werden in vrachtwagens naar de haven van Semarang gebracht, waar we wachtten op een schip. Ik stootte op een dag mijn teen ernstig kapot en op zoek naar goede zorg is mijn moeder met mij teruggegaan naar Makassar, naar onze oude huisarts dokter Tjan. Een Chinese arts, die ook alleen was. En verdomd, ze werden verliefd. Ik vond het niet erg dat dokter Tjan en mama wilden trouwen, het was een aimabele man. 

Nederland
De reis naar Nederland ging via
Soerabaja en Batavia. In Batavia hebben we in loodsen geslapen, hele en halve families, zoals wij, bij elkaar. Daar werd ons verteld dat papa niet meer leefde. 

Eenmaal in Nederland is papa Tjan arts geworden in het Emma kinderziekenhuis in Amsterdam. Al snel werd mijn broertje Han geboren, een klein chineesje, tien jaar jonger. Papa Tjan heeft hem zelf gehaald. 

Papa en mama vertrokken weer naar Makassar, mij achterlatend in een land dat ik niet kende. Waar ik op schoenen moest lopen, waar het koud was, waar allemaal witte kinderen waren. Ik moest voor het eerst naar school. Op internaat en daarna naar verschillende kosthuizen, want ik was niet te houden.

Na de mulo ben ik gaan varen. Mijn oom Bart, eigenaar van een sleepvaartmaatschappij, zorgde voor een plek op een vrachtschip.  Op mijn 16e verjaardag, we waren onderweg naar Argentinië, kreeg ik een telegram van mijn moeder uit Makassar om me te feliciteren. De kok bakte een roze taart voor me. En voor het eerst van mijn leven kreeg ik twee pilsjes. De manschappen stonden erbij, want ze wilden zien dat ik het opdronk.

Korps Mariniers
Een jaar later zijn papa Tjan en mama voorgoed naar Nederland teruggekomen. Papa Tjan werd huisarts in Amstelveen. Ik tekende bij het Korps Mariniers en kwam bij de landingsdivisie, die houdt zich bezig met handhaving op het water. Op een dag werden we met twaalf man aangewezen voor de bewaking van het koninklijk paar, Juliana en Bernhard. We kregen een nieuw wapen, een smith en wesson, leerden schieten op het achterdek en moesten burgerkleren aan. Juliana wilde geen militairen in haar buurt. 

Het was 1955, 18 jaar was ik en ik had de leiding over het beveiligingsteam. Het koninklijk paar ging op vakantie naar Sint Maarten. Eenmaal daar werden we in een hotel ondergebracht. We mochten Juul en Bernhard niet uit het oog verliezen. En wat gebeurt er? Unger verliest ze uit het oog. Ze bleken er samen tussenuit geknepen te zijn in een Amerikaanse stationcar. 

En dan die ene dag dat het zo heet was. We hadden alleen lauw water te drinken dus ik ging  - gekleed in alleen een kaki broek - een emmertje ijs halen in de keuken. Toen ik het ijs pakte, hoorde ik achter me: 'Waar ben je mee bezig jongeman?' Het was Juliana, ze stond eieren te bakken. Ik zei: 'Mevrouw neemt u mij niet kwalijk. Ik haal even wat ijs want we hebben alleen maar warm water.'

Wat later heeft de koningin blikken met ananas, perziken en nog meer laten bezorgen. De jongens dachten dat ik dat geregeld had. Ik stond erom bekend dat ik van alles wist te ritselen, dat heeft met mijn kamptijd te maken.

Schiphol
Nadat ik bij de mariniers ben weggegaan heb ik wat baantjes hier en daar gehad tot ik in 1962 op Schiphol terechtkwam. Eerst bij de nieuwe oliemaatschappij Caltex vliegtuigen voltanken en later bij de havendienst van de luchthaven. Nu heet dat Airport Facility. Daar heb ik ook mijn huidige vrouw Has ontmoet, 47 jaar geleden. Ze is van goeien huize, een van Raymakers textiel in Helmond. En ze was mijn baas, chef inlichtingen en informatie.  

Op mijn 47ste kreeg ik vervroegd pensioen. Ik bleek PTTS te hebben, posttraumatische stressstoornis. Ik kon niks meer hebben van de jongens, werd boos over onbenulligheden als sokken of een stropdas. Ik moest gaan praten van de bedrijfsmaatschappelijk werkster. Zij was streng, maar heeft alles er bij me uit weten te trekken. Dat heeft me erg geholpen.

Op de eerste herfstdag van 1998 zijn Has en ik in Aarle-Rixtel komen wonen. Niet lang daarna kwam ik in contact met mijn zoon Rolf. Die ben ik kwijt geweest sinds zijn tweede. Zijn moeder en ik zijn uit elkaar gegaan en ik heb hem daarna bijna dertig jaar niet gezien. Mijn tante Cokkie zei dat hij sprekend op zijn opa lijkt.  

Wanneer het Mobilisatie-Oorlogskruis voor mijn vader er komt, is nog niet bekend. Luitenant-Kolonel Jacques Brijl, ook al 89 jaar, heeft zich ervoor ingezet en wil de onderscheiding graag persoonlijk overhandigen. Maar hij is net aan zijn knie geopereerd en bij mij is een stukje van mijn voet geamputeerd."  

Het graf van Bert Unger op begraafplaats Kanchanaburi in Thailand.
Volledig scherm
Het graf van Bert Unger op begraafplaats Kanchanaburi in Thailand. © -
Het Mobilisatie-Oorlogskruis
Volledig scherm
Het Mobilisatie-Oorlogskruis © -
Foto's van toen. Rechtsonder vader Bert, linksonder Freeks zusje.
Volledig scherm
Foto's van toen. Rechtsonder vader Bert, linksonder Freeks zusje. © -

Gemert e.o.