Voor het beoordelen van de prijs van een tandartsbehandeling is kwaliteitsinformatie onmisbaar, aldus VGZ in reactie op het verhaal van Peter Gits, voorzitter van de Eindhovense Tandartsen Vereniging (ED 11 januari).
Wie plaatsneemt in de tandartsstoel, doet er sinds 1 januari goed aan de prijslijst te vragen voordat de tandarts de boor ter hand neemt. Sinds die datum mogen tandartsen hun tarieven zelf bepalen. Voorheen deed de overheid dit. Met het experiment 'vrije tarieven mondzorg' hoopt minister Schippers te bereiken dat de tandarts in Nederland kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar blijft.
Met die ambitie kan niemand het oneens zijn. Goede mondzorg is van groot belang, niet alleen voor een gezond gebit, maar ook vanwege de samenhang daarvan met de rest van de lichamelijke gezondheid. Als zorgverzekeraar begrijpt VGZ als geen ander dat het invoeren van vrije tarieven de zorg een kwaliteitsimpuls kan geven. Zo werkt het immers in de ziekenhuiszorg ook al voor steeds meer behandelingen: zorgverzekeraars maken afspraken met ziekenhuizen, en als een ziekenhuis zorg van aantoonbaar hoge kwaliteit biedt, krijgt het daar een betere prijs voor. Zorgverleners ervaren zo een extra stimulans om hun kwaliteit zichtbaar beter te maken. Meer en meer zullen patiënten hun zorgaanbieder gaan kiezen op basis van kwaliteitsinformatie. Slecht presterende zorgverleners hebben straks nog maar één keus: óf ze verbeteren hun kwaliteit of ze krijgen geen contract en dus minder patiënten.
In de mondzorg ontbreekt helaas het inzicht in de kwaliteit nog volledig. Patiënt én zorgverzekeraar hebben nu geen enkele mogelijkheid om erachter te komen of hun tandarts een kei is in zijn vak of niet. De kwaliteit van tandartsen kunnen we nog niet vergelijken. Informatie is van wezenlijk belang om een goede prijs-kwaliteit-afweging te kunnen maken, zeker wanneer sprake is van vrije tarieven. Dat is ook de reden waarom wij er in het voorjaar van 2011 bij de minister voor hebben gepleit om het experiment van vrije prijsvorming een jaar uit te stellen en pas van start te gaan wanneer er ook meer zicht zou zijn in de kwaliteitsverschillen per tandarts. De minister besliste anders.
De NMT, de landelijke koepel van tandartsen verwachtte een prijsstijging van circa 2 procent. Toen echter in de loop van december de eerste tarieflijsten van tandartsen binnenkwamen bij VGZ, lieten die een aanzienlijk hogere kostenstijging zien. Op basis van de eerste 200 tarieflijsten, moesten we concluderen dat deze een kostenstijging zouden veroorzaken van gemiddeld 10 procent. Bij sommige tandartsen liep dit zelfs op tot 30 procent.
VGZ ziet het als onderdeel van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid om mensen bewust te maken van de gevolgen van de invoering van vrije tarieven. Zo behoeden we mensen voor onaangename verrassingen. Bovendien draagt het bij aan de betaalbaarheid van de zorg. Wanneer de tandartskosten ongebreideld stijgen, heeft dat onvermijdelijk gevolgen voor bijvoorbeeld de premie of het verzekerde pakket.
Tandartsen verwijten VGZ geen oog te hebben voor kwaliteit en alleen maar over kosten te praten. Het tegendeel is waar. VGZ wil het liefst juist met zoveel mogelijk tandartsen contractafspraken maken over de kwaliteit van de zorg. Daar betalen we de tandarts graag extra voor. Tandheelkunde van goede kwaliteit komt immers iedereen ten goede. Voor de tandarts is het motiverender om met tevreden patiënten te werken en innovaties door te voeren, de zorgverzekeraar heeft liever een tandarts die behandelingen in één keer goed en zonder complicaties uitvoert, en – het allerbelangrijkste – voor de patiënt is het fijn om te weten dat zijn gebit in goede handen is en dat de prijs-kwaliteitverhouding van de behandeling prima in orde is.
Jeanette Horlings-Koetje is directeur zorginkoop van coöperatie VGZ
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties















