In tien jaar tijd leveren gepensioneerden bij 2,5 procent inflatie per jaar al meer dan een kwart van hun pensioen aan koopkracht in.
Zie ook:
DNB bepaalt de rentetermijnstructuur waartegen de pensioenvoorziening wordt berekend. Die structuur is op de heersende kapitaalmarktrente afgestemd. Deze methode is dè bron van inconsistentie. Ga maar na: in april bedroeg de rente 3,7 procent en in september 2,2 procent. Uitgaande hiervan is het pensioenfonds in april gezond en in september ziek, althans volgens DNB. De wijziging van één externe factor, de daling van de rente met 1,5 procentpunt, zou de financiële positie van het fonds in nog geen half jaar tijd dramatisch doen verslechteren? DNB gelooft dat toch zelf niet!
De rentedaling heeft immers geen directe invloed op de innerlijke waarde van het fonds. Als het fonds bijvoorbeeld gemiddeld 6 procent rendement op zijn beleggingen maakt dan is het toch wereldvreemd om een slechter renteschema te moeten hanteren. Op basis van zo'n onzinnige rekenmethodiek de fondsen dwingen geen indexatie te verlenen en pensioenen te korten, getuigt van bekwaamheid noch inzicht in de pensioenproblematiek.
De kapitaalmarktrente wordt in feite door onze regering zelf bepaald. Deze rente is namelijk gebaseerd op het rendement van 10 jaars-staatsleningen. Door de uitgifte van staatsleningen tegen 2 á 3 procent wordt de kapitaalmarktrente laag gehouden. Onze regering veroorzaakt dus zelf de (volgens haar) slechte financiële positie van de fondsen. Nieuwe staatsleningen tegen minimaal 4 procent zouden de oplossing zijn. Maar de regering heeft daar geen baat bij. Het mes snijdt voor haar aan twee kanten: lage rentelasten én een motief om de pensioenregelingen te kunnen inperken. Externe factoren zullen de marktrente echter gegarandeerd ooit weer opstuwen. Daarom is er geen grond om een lage, fluctuerende rekenrente te hanteren voor pensioenvoorzieningen.
In de vorige eeuw gold een vaste rekenrente van 3 á 4 procent. Daardoor was de financiële positie van het fonds door de jaren heen stabiel. Er kwam wel eens onderdekking voor. Dan werd berekend hoeveel jaren het zou duren eer de 100 procent-financieringsgraad werd bereikt. Een duur van zes jaren was niet ongebruikelijk. In die periode werden de pensioenen wèl gewoon geïndexeerd. En dat werd toen door de Verzekeringskamer (inmiddels opgegaan in DNB) toegestaan!
Logisch, de gepensioneerden kunnen niet jarenlang op een indexatie wachten. In tien jaar tijd leveren zij bij 2,5 procent inflatie per jaar al meer dan een kwart van hun pensioen aan koopkracht in. In feite wordt het inkomen van miljoenen gepensioneerden door DNB bepaald.
Waarom voert DNB zo'n rampzalig beleid? Men zou kunnen denken dat het voortkomt uit de arrogantie van de macht, het halsstarrig vasthouden aan het eigen gelijk. Maar er speelt meer, denk ik.
DNB is bang voor claims als het bij een fonds mis zou gaan. De kwestie Vie d'Or – de Veldhovense levensverzekeraar die failliet ging – is traumatisch. Daarom worden zodanig hoge eisen aan de fondsen gesteld dat het niet mis kán gaan.
Vreemd genoeg wil DNB het aantal fondsen sterk terugdringen. Dat lukt haar al aardig door de duimschroeven zover aan te draaien dat de (vooral kleinere) fondsen het bijltje erbij neergooien.
De moraal van dit verhaal. Volgens DNB is tweemaal 3 hooguit 5. Als zij tot zes kon tellen dan zou ze bemerken dat de fondsen in goede gezondheid verkeren.
Er zijn overigens meer factoren die het ongelijk van DNB aantonen, maar die vallen buiten het kader van dit verhaal.
-
Henk te Lindert uit Bergeijk heeft een actuariële opleiding en was jarenlang werkzaam als pensioenadviseur.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














