door Walter Dresscher, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb)
De massale steun voor de actie is niet verbazingwekkend. Minister Marja van Bijsterveldt rommelt met lesuren en vakantiedagen. Bovendien helpt de ingreep het onderwijs niet, maar frustreert Van Bijsterveldt de al jaren lopende discussie over werkdruk in het voortgezet onderwijs.
Nederlandse leraren hebben in vergelijking tot hun buitenlandse collega's volle klassen en geven veel meer uren les. Op basis van internationale cijfers maakte de AOb (Algemene Onderwijsbond) de 'arbeidsproductiviteitsindex' die we misschien beter de 'burnout-voorspeller' kunnen noemen.
Na de Verenigde Staten staan Nederlandse leraren op nummer twee. In de rest van Europa zijn niet alleen de klassen kleiner, maar hoeven leraren fors minder lessen te geven. Is dat misschien de reden dat het burnout-risico zo hoog is?
De discussie over de werkdruk woedt al jaren. En het wordt er niet beter op. Door het aanhoudende lerarentekort in het voortgezet onderwijs wordt een groot beroep gedaan op zittende docenten. Verzoeken om bijscholing worden zelden gehonoreerd, omdat dat zou kunnen leiden tot meer lesuitval.
Onderwijspersoneel voelt zich bovendien geschoffeerd door de nullijn, waardoor in het onderwijs al twee jaar geen geld is voor salarisverhoging.
De enorme bezuinigingen op passend onderwijs betekenen dat docenten meer zorgleerlingen met forse leer- en gedragsproblemen moeten opvangen, zonder dat daar extra hulp voor is.
Prestatiebeloning wordt doorgedrukt, terwijl niemand daar op zit te wachten.
En dan komt minister Van Bijsterveldt met een wet die op essentiële punten rammelt. Om de wet maar door de Tweede Kamer te krijgen draait ze alle kanten op met de lesurennorm voor leerlingen. Eerst moesten het er 1.040 zijn, toen 1.000 en op het allerlaatste moment maakte de PVV er in een motie toch weer 1.040 voor de onderbouw van. Van Bijsterveldt vond het allemaal best en boog voor de gedoogpartner om de wet aanvaard te krijgen.
Daarnaast grijpt zij in in de vakantiedagen. Er is echter één probleem: formeel gaat de minister niet meer over de arbeidsvoorwaarden. Dat soort zaken worden afgekaart door schoolbesturen en onderwijsbonden in het cao-overleg. En daar woedt al jaren een stille oorlog over het werkdrukdossier waarin ook vakantiedagen een rol spelen.
Leraren hebben ook nog taken op de momenten dat leerlingen er niet zijn, zoals correctiewerk, lesvoorbereiding, vergaderingen en het bijhouden van hun vak. In de cao proberen wij af te spreken dat leraren 1.659 uur per jaar werken. Hier fietst de minister doorheen met haar wetsvoorstel.
Anders dan Van Bijsterveldt denkt, wordt de werkdruk niet door de wet verminderd. De kwaliteit van het onderwijs gaat evenmin omhoog en schooldirecties en leerlingen zitten er niet op te wachten.
Bovendien frustreert zij zo de zoektocht naar echte oplossingen voor de hoge werkdruk.
In eerste instantie bepaalde de minister slechts in de marge hoe scholen moeten omgaan met de zomervakantie en voerde ze nieuwe 'roostervrije dagen' in. Daarmee konden schoolbesturen en onderwijsbonden wel uit de voeten. In de cao maakten werkgevers en werknemers dan ook afspraken over de inzet van de roostervrije dagen, waarmee het verminderen van vakantiedagen door de minister leek afgewend. Uit Kamerstukken blijkt dat de minister chagrijnig is over die afspraak: "Ik constateer dat de ruimte die dit wetsvoorstel biedt om het werk beter te spreiden over het schooljaar zo niet wordt aangegrepen, en dat betreur ik buitengewoon."
Maar, zo erkent ze tijdens de behandeling van de wet, ze gaat er niet over. Uiteindelijk kon ze het toch niet laten: op de valreep knoeit Van Bijsterveldt weer wat 'roostervrije' dagen in haar plan, die leraren moeten gebruiken voor teamvergaderingen of bijscholing.
De bewegingsvrijheid van de cao-partners wordt in de laatste versie van het wetsvoorstel fors ingeperkt: alleen in de medezeggenschapsraad kan worden afgesproken dat leraren maximaal drie van die twaalf dagen vrij hebben.
Zo stort Van Bijsterveldt een bak nieuwe bureaucratie uit over scholen, over een onderwerp waar ze niet over gaat. Op die manier frustreert de minister alle discussies over werkdruk.
Leraren zien die ingreep dan ook terecht als het afpakken van vakantiedagen, zonder een oplossing voor de werkdruk die ze elke week ervaren.
Het belooft druk te worden, komende donderdag. En terecht. De minister rommelt, en maakt een wet die rammelt. Slechte wetten verdienen het niet om door de Eerste Kamer te worden aangenomen. Dat zien leraren en ze leggen dus massaal het werk neer.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














