Met een goede asielwetgeving en strenge handhaving droogt de 'toevoer' van nieuwe 'Mauro's' snel op.
Mauro staat nu symbool voor alle minderjarige asielzoekers, van wie velen langer bij pleeggezinnen of gastouders in Nederland wonen dan zij bij hun eigen moeder in hun geboorteland hebben gewoond.
Voor de tweede keer in zijn jonge leven zou Mauro tegen zijn wil een land worden uitgezet, waar hij is ingeburgerd en zich thuis voelt. Maar ja, regels zijn regels, zegt de meerderheid (al dan niet vrijwillig) in de Tweede Kamer. Een studievisum levert slechts uitstel van executie op. Na zijn studie moet Mauro alsnog 'uit vrije wil' Nederland verlaten. Zo staat dat in de overeenkomst.
Maar is het wel reëel, wat minister Gerd Leers deze negentienjarige puber liet ondertekenen? Is het niet zinvoller om te bezien hoe wij deze onmenselijke situaties kunnen voorkomen? Door een adequate asiel- en immigratiewetgeving met strikte handhaving, die het onmogelijk maakt dat constant 'nieuwe Mauro's' ons land uitzoeken als bestemming.
Bij de totstandkoming van de huidige asiel- en immigratiewet is over het hoofd gezien dat het voor kinderen traumatisch is om na een aantal jaren, waarin zij volledig zijn ingeburgerd, te moeten terugkeren naar een land waarvan zij de taal niet spreken en waarvan zij totaal vervreemd zijn. Ook pleegouders worden hard getroffen, omdat zij van het kind zijn gaan houden. Evenzo is het dramatisch dat afscheid moet worden genomen van vrienden en vriendinnetjes. Ook voor hen komt zo'n uitwijzing kil en onmenselijk over.
Er zijn in Nederland maximaal 1.500 gelijksoortige situaties, die om een definitieve maar ook menselijke oplossing vragen. Door 'Mauro's' terug te sturen in de wetenschap dat tegelijkertijd nieuwe 'Mauro's' Nederland binnenkomen worden de problemen niet opgelost. Dat is dweilen met de kraan open, zoals Pim Fortuyn het vaak noemde. Met andere woorden: repareer de wet zodanig dat je voorkomt dat ouders in Derde Wereldlanden ons land uitzoeken als bestemming voor hun kinderen en dat deze op kosten van de gesubsidieerde asielindustrie in ons land jarenlang kunnen procederen om hier te blijven. Dat repareren van de asielwet kan beter vandaag gebeuren dan morgen.
De Eindhovense gemeenteraadsfractie van de Lijst Pim Fortuyn is voorstander van het zogenoemde 'kinderpardon' voor al de huidige 'Mauro's'. Rijmt dat wel met het gedachtegoed van Pim Fortuyn? Jazeker! Fortuyn had, evenals het overgrote deel van onze landgenoten, de menselijke maat hoog in het vaandel. In landelijke enquêtes is meer dan 75 procent van de ondervraagden het erover eens dat Mauro niet teruggestuurd kan en mag worden naar Angola.
De Eindhovense politiek deelt deze mening. In de raadsvergadering van 24 januari is een motie van GroenLinks, SP en LPF aangenomen, waarin het college wordt opgeroepen om in een brief aan minister Leers aan te dringen op een 'kinderpardon'.
Het ED heeft hier uitgebreid aandacht aan besteed. Dat het 'kinderpardon' ook veel aandacht trok van lezers was af te leiden uit de ingezonden brieven. Die waren nagenoeg allemaal tegen het voorgestelde 'kinderpardon'. Het was duidelijk maar niet verrassend, dat je ook hier de zwijgende meerderheid niet hoorde.
Het is verstandig en humaan om de 'Mauro's', die in Nederland hun opleiding volgen of hebben gevolgd, de kans te bieden om hun economische bijdrage te leveren aan onze samenleving, mede gegeven de vergrijzing en de ontgroening van ons land.
De moraal van dit verhaal is dat je het ene moet kunnen doen zonder het andere te laten. Ofwel zorg eerst voor een waterdichte asiel- en immigratiewetgeving, die de problemen definitief kan voorkomen en ga dan strikt doch rechtvaardig handhaven. Dan droogt de 'toevoer' van nieuwe 'Mauro's' snel op.
Rudy Reker is fractievoorzitter en Charles Stroek raadslid van de Lijst Pim Fortuyn in Eindhoven.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














