Niet van iedere kerk is een bibliotheek, concertzaal of boekhandel, zoals hier een van Selexyz in Maastricht, te maken.
Al enige tijd worden kerkgebouwen in Limburg gesloten. Niets nieuws, zou men kunnen zeggen, maar het gaat al gauw over meer dan honderd gebouwen. Dat aantal is dusdanig hoog, dat het allemaal niet meer 'vanzelf goed komt'.
In Limburg is een aantal kerkgebouwen succesvol herbestemd. De gebruiksmogelijkheden en toepassingen voor herbestemming zijn misschien nog niet uitgeput. Je kunt echter niet van iedere kerk een bibliotheek, concertzaal of boekhandel maken. Gemeenten, die vaak de trekker zijn, kunnen dat in deze tijd ook niet allemaal opbrengen. Creativiteit is dus gevraagd. Gelukkig lopen er mensen rond met goede ideeën. Maar om de haalbaarheid te onderzoeken en een goed initiatief te realiseren, is tijd en geld nodig.
Aan de overdracht van kerkgebouwen zijn door de kerk steeds meer voorwaarden gesteld, die de herbestemmingsmogelijkheden flink beperken. De kerkgebouwen die worden gesloten, kampen vrijwel allemaal met fors achterstallig onderhoud. Voor niet-monumentale kerken is sloop ook een optie en daarmee hergebruik van de grond. Maar niet overal zit men te springen om nieuwe ruimte voor ontwikkeling en bebouwing in de wijk of het dorp. Een kostendrager waaruit het allemaal betaald kan worden, is dus vaak niet voorhanden.
Kerkgebouwen 'aan de eredienst onttrokken' hebben naast soms een monumentale ook vaak een emotionele of sociale waarde. Wat je met een kerkgebouw wilt doen, vraagt daarom om een zorgvuldige afweging. En die kost tijd. Ondertussen staan kerkgebouwen leeg, gaat de onderhoudstoestand verder achteruit en de omgeving verloedert.
Dit probleem doet zich provinciebreed voor. Overal raken de gemeenten er vroeg of laat bij betrokken. Voor veel gemeenten zal dit uiteindelijk een te zware opgave worden. De provincie Limburg zou als mede-'probleemoplosser' kunnen optreden: maak de analyse met de betrokkenen en kijk op welke wijze en met welke middelen tijd kan worden gewonnen. De tijd die nodig is om tot een verantwoorde oplossing te komen. Zo kunnen waardevolle leegstaande kerken voor vroegtijdig verval worden behoed, bijvoorbeeld met geld uit een in te stellen overbruggingsfonds.
Wie behoort zich dit allemaal aan te trekken? Natuurlijk niet alleen de gemeente, provincie, de goedwillende initiatiefnemers en gemotiveerde vrijwilligers. Ook de kerk die deze gebouwen heeft laten bouwen, hoort daar bij. Uit een publicatie van het LGOG (Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap) over de kerkenbouw in de 19e en 20e eeuw komt naar voren dat in twintig tot zestig procent van de bouwinitiatieven subsidie ontvangen is van provincie en gemeente. Particuliere giften in grond en geld leverden de rest. Tegenover zoveel collectieve bijdragen toen, behoort nu een kerk te staan die positief bijdraagt aan deze flinke klus.
Commitment van de kerkelijke organisatie en de provincie is dus gevraagd. In de wetenschap dat dit in vele wijken en dorpen speelt of zal spelen, ligt hier een waardevolle maar ook dringende opgave. En ondertussen tikt de klok door.
Anton Kirkels is wethouder van Weert en lid van provinciale staten van Limburg voor de VVD.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














