Beelden van de verstandelijk gehandicapte Brandon die jarenlang vastgeketend in een zorginstelling verbleef, leidden tot verontwaardigde reacties. Inmiddels verblijft hij in een andere instelling waar hij meer vrijheid heeft.
Deze wet springt onder meer in op de groeiende groep thuiswonende ouderen die kampen met dementie of psychiatrische stoornissen. Ook voor deze groep wordt het nu mogelijk dat zorgverleners, indien echt nodig, zorg toepassen tegen de wil van de patiënt in.
Cliëntenorganisaties als LOC, IDé en Alzheimer Nederland zijn bang dat het voorstel leidt tot een toename van maatregelen tegen de zin van de patiënten, terwijl zij vanuit hun oorspronkelijke focus op de institutionele zorg juist pleiten voor minder vrijheidsbeperkende mogelijkheden en bovendien voor een verbod op fixeren (vastbinden).
In het wetsvoorstel is nu opgenomen dat vastbinden alleen kan worden ingezet als uiterste mogelijkheid. Volgens de Inspectie van de Gezondheidszorg moet die mogelijkheid er zijn voor die gevallen als er echt geen andere keuze is.
Voor- en tegenstanders zijn afgelopen week over elkaar heen gebuiteld, terwijl er weinig kansen benut zijn om te kijken hoe gekomen kan worden tot een adequate toepassing van de nieuwe wet. De huidige wetgeving kent immers ook nadelen!
Jammer is ook dat het in de discussie over vrijheidsbeperkende maatregelen vaak vooral gaat over de toepassing van fixatie en niet over andere, soms even zware middelen en maatregelen, waaronder het gebruik van sederende (kalmerende) psychofarmaca.
Kortom, de nuance ontbreekt, terwijl het in de zorg juist gaat om integraal veilig en verantwoord werken. De uitvoering van de nieuwe wet moet bijdragen aan een verantwoord gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen als geheel. Ze zouden alleen moeten worden ingezet als zij uiteindelijk verworden tot veiligheidsbevorderende maatregelen! De werkers die dagelijks in de zorg bezig zijn voor mensen met dementie of psychiatrische problemen, weten overigens al lang dat het kiezen voor een vrijheidsbeperkende maatregel tegenwoordig geen sinecure is. Dat doe je niet zo maar. Dan staat het water je als zorgteam tot aan de lippen. Natuurlijk weten de meesten dat het gebruik van dergelijke maatregelen zoveel mogelijk beperkt moet worden, maar een totaal verbod voert echt te ver.
Op basis van eigen ervaringen in de zorgverlening en die van anderen, lijkt een goed geïmplementeerd 'nee, tenzij-beleid' het meeste soelaas te bieden. Dit betekent, dat in alle voorkomende gevallen eerst weloverwogen naar het toestandsbeeld van de betrokken patiënt gekeken moet worden, vervolgens alle eventuele en ook beschikbare alternatieven overwogen moeten worden, voordat in het uiterste geval besloten kan worden tot tijdelijke toepassing van een vrijheidsbeperkende maatregel. In zeg met nadruk tijdelijke, want ook indien eenmaal besloten is tot toepassing van een maatregel, moet in de periode daarna voortdurend gekeken worden naar het moment waarop de toepassing ervan ook weer kan worden gestopt.
In feite geldt dit voor elke maatregel. Of deze nu relatief licht is, zoals het gebruik van camera's of sensoren rond het bed of in de schoenen van de patiënt om het personeel te waarschuwen als de patiënt onverwacht uit bed komt of weg dreigt te lopen, of zwaar, zoals fixatie met een band en het gebruik van psychofarmaca (de chemische dwangbuis).
Om een dergelijke afweging goed en verantwoord te kunnen maken, is het in de intramurale zorg inmiddels usance dat dit weloverwogen multidisciplinair geschiedt. Diverse professionals zijn daar vanuit hun deskundigheid bij betrokken, zoals de arts, verpleegkundigen en verzorgenden, psychologen, paramedici etc. Uiteraard moeten zij goed geschoold zijn en moet de leiding van de instelling zorgen dat de randvoorwaarden voor een goed 'nee, tenzij-beleid' ook daadwerkelijk aanwezig zijn. Ook moet dit beleid bij opname goed zijn uitgelegd aan patiënt en familie.
Inmiddels is de Inspectie van de Gezondheidszorg begonnen met de controle op de uitvoering van dit type beleid. Zij gaat bij een bezoek aan instellingen daadwerkelijk in gesprek met het hele team van betrokkenen. Dat is prima en komt de transparantie ten goede.
De uitvoering van een multidisciplinair 'Nee, tenzij-beleid' zou ook gestalte moeten krijgen, wanneer het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen in de thuissituatie aan de orde is. De huisarts en de professionele thuiszorg kunnen daarbij worden ondersteund door GGZ-professionals of deskundigen uit het verpleeghuis, zoals de specialist ouderengeneeskunde.
We streven nadrukkelijk naar een meer integrale zorgverlening voor mensen met een chronische ziekte die het liefste zo lang mogelijk in hun eigen omgeving blijven wonen. Dan zou het toch een echte uitdaging moeten zijn om door middel van een goede samenwerking tussen professionals deze multidisciplinaire benadering te verwezenlijken.
Laten we derhalve in de praktische verwezenlijking daarvan nu echt energie steken in plaats van eindeloos te blijven discussiëren. De patiënten en ook de professionals die dagelijks voor hen moeten zorgen, hebben daar recht op.
Prof. dr. J. Schols is hoogleraar ouderengeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.


















