Voor het milieu is globalisering niet alleen een vloek (OPINIE)

Auteur: door Paul van Seters |   dinsdag 07 februari 2012 | 02:39 | Laatst bijgewerkt op: dinsdag 07 februari 2012 | 10:29

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Protesten van anti-globalisten bij een G8-top in Rostock in 2007. foto ANP

Protesten van anti-globalisten bij een G8-top in Rostock in 2007. foto ANP

De internationale financieel-economische crisis werkt niet bepaald in het voordeel van milieudoelstellingen, maar het is niet alleen maar kommer en kwel. In de nieuwe, geactualiseerde uitgave van 'A Handbook of Globalisation and Environmental Policy' (Edward Elgar, 2012), onder redactie van onder anderen ondergetekende, worden naast negatieve juist ook veel positieve effecten van globalisering op milieubescherming gesignaleerd.

Het is in milieukringen bijna een gemeenplaats om te stellen dat globalisering op milieugebied vooral leidt tot een race naar beneden. Een standaardvoorbeeld is de situatie in landen die door middel van een relatief soepele milieuwetgeving proberen bedrijven aan zich te binden. De concurrentie tussen landen heeft dan onvermijdelijk het ontstaan van vervuilde gebieden tot gevolg, waardoor het niveau van de milieubescherming gestaag verslechtert.

Op die gemeenplaats blijkt het een en ander af te dingen. Ons nieuwe boek geeft ook de nodige voorbeelden van negatieve effecten van globalisering, maar de 25 hoofdstukken bevatten méér voorbeelden van het tegenovergestelde: van een race naar boven! Daarbij leggen multinationals zichzelf bijvoorbeeld strenge milieunormen op om hun imago te beschermen, maar ook om schaalvoordeel te behalen en dus meer winst te maken.

De 42 auteurs die hebben meegewerkt aan ons boek zijn geselecteerd op hun expertise op het gebied van globalisering en milieubeleid, maar het zou onzin zijn om te beweren dat zij een representatieve steekproef vormen van alle wetenschappers op dit terrein. De vraag of de race naar boven een sterker effect heeft dan de race naar beneden kan dus niet met zekerheid beantwoord worden, ook niet na dit nieuwe boek. Desondanks lijkt het plausibel om ten minste enige waarde toe te kennen aan de collectieve expertise van onze auteurs en om serieus aandacht te schenken aan de trend die zij collectief waarnemen: dat de race naar boven vandaag de dag een prominentere rol speelt dan de race naar beneden. Daarom hier drie concrete voorbeelden uit het boek van dit positieve verband tussen globalisering en milieubescherming.

1. Buitenlandse investeringen van multinationals zijn de afgelopen decennia veel sterker gestegen dan andere indicatoren van globalisering, in het bijzonder handelsstromen tussen landen. Twee economen van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) hebben gekeken naar het verband tussen deze investeringen en managementopvattingen over 'striktheid van beleid'. Zij rapporteren dat zwakke milieubescherming inderdaad leidt tot een toename van buitenlandse investeringen. Máár zij constateren ook dat het tegenovergestelde geldt voor landen met zéér zwakke milieubescherming. Managers deinzen ervoor terug te investeren in dergelijke landen, omdat zij het gebrek aan milieubescherming zien als een vorm van 'beleidsonzekerheid' en daarom als een te groot risico.

2. Het neoliberale beleid van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) wordt vaak verantwoordelijk gehouden voor het slechts stimuleren van economische globalisering ten koste van milieubescherming. Twee onderzoekers laten zien dat de WTO inderdaad voor veel onzekerheid zorgt bij landen over de vraag welk nationaal milieubeleid nog wel geoorloofd is en welk milieubeleid als 'protectionisme' is verboden. Maar tegelijk maken zij duidelijk dat in de praktijk de regels van de WTO veel ruimte laten aan landen om hun eigen, creatieve milieubeleid te voeren; en dat die landen dat beleid ook overeind blijken te kunnen houden wanneer andere landen daarover bij de WTO protest aantekenen.

3. Een onderzoeker van het toenmalige ministerie van VROM vestigt de aandacht op een effect van globalisering waardoor bedrijven steeds meer opereren in mondiale netwerken van productie, onderzoek en ontwikkeling. De technologieën die worden gebruikt in die netwerken sluiten op elkaar aan, omdat steeds meer wordt uitgegaan van gemeenschappelijke normen. Hetzelfde proces speelt bij de afstemming van normen van milieubescherming in alle landen die te maken hebben met een toename van het niveau van productie en consumptie. De acties van bedrijven om vervuiling te bestrijden of te voorkomen worden – net als de acties van overheden – steeds internationaler, zowel in reikwijdte als in effect op het milieu. Tegelijk geeft deze onderzoeker voorbeelden van de grotere efficiency van nationaal beleid wanneer dat wordt geformuleerd in termen van technische normen, die de internationale verspreiding van 'best practices' bevorderen. Dit door verbetering van de onderlinge afstemming van producten en productieprocessen, reductie van kosten en stroomlijning van het functioneren van markten.

Is globalisering een zegen of een vloek? Die klassieke vraag moet waarschijnlijk beantwoord worden met 'beide'. Maar voor het milieu is globalisering zeker niet meer uitsluitend, of vooral, een vloek. De zegeningen van de globalisering krijgen steeds meer aandacht, ook voor de aanpak van wereldwijde milieuvraagstukken.

Door Paul van Seters, hoogleraar globalisering en duurzame ontwikkeling aan de TiasNimbas Business School (Universiteit van Tilburg).


© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Globalisering is natuurlijk een breed begrip. Wanneer heel breed uitgelegd hoef je geen hoogleraar te zijn om te begrijpen dat een "kleinere" wereld vol met netwerken vanzelf voor een relatief makkelijkere verspreiding van "best environmental practices" zorgt. Dus ja, zo gezien, is globalisering positief voor het milieu. Net zoals het in die zin positief is voor de gezondheid, voor het opheffen van armoede en voor het oplossen van conflicten.

Daarom zal globalisering al onze problemen oplossen, nietwaar? Ja, uiteindelijk wel, maar voorlopig nog even niet. Zolang nationale, regionale, lokale en corporate belangen hoger worden geacht dan globale, humane, animale en milieubelangen, lost globalisering weinig op. Zie de inertie op het gebied van de aanpak van "climate change", van armoede (de relatieve armoede is alleen maar toegenomen in de periode van globalisering - en het is de relatieve armoede die ertoe doet, niet de absolute), van de gezondheid (zogenaamd geen geld om de AIDS-problematiek echt aan te pakken), van de honger (nog steeds niet opgelost terwijl er genoeg voedselproductiecapaciteit op de wereld is voor bijna 2x de wereldbevolking), van de onteigening van kleine landbouwers, veehouders en overige small business, van de ontdemocratisering van de wereld door de omkoping (lees lobbying) door corporates en financiële instituties van regeringen. Kortom, vooralsnog zijn de nadelen van globalisering veelvuldig groter dan de zogenaamde voordelen, vooral nu blijkt dat de voordelen de nadelen geenszins in snelheid kunnen bijhouden.

Dus een academische zoektocht naar een voordeeltje tussen de berg nadelen is aardig, maar niet meer dan dat, omdat het weinig bijdraagt aan het oplossen van al die echte globaliseringsproblemen. En dan bedoel ik dat breed, d.w.z. de globalisering begon met de zogenaamde "ontdekkingsreizen" (lees plundertochten, men was immers op "ontdekkingstocht" naar meer zilver en goud). In die zin is er weinig veranderd in de laatste eeuwen: de zoektocht naar meer zilver en goud duurt nog altijd voort en de wetgeving is zodanig aangepast dat controle vrijwel onmogelijk is. En dit mag je wat mij betreft nou globalisering noemen. Maar ik geloof niet dat het milieu er nou zoveel op vooruit is gegaan sinds de 15e eeuw, ondanks de uitwisseling van zogenaamde "best practices". Dus...
globaal - 08-02-2012 | 02:59

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Forumregels


De website van het ED is een platform voor discussie. Lezers wordt de gelegenheid geboden om in forums te reageren op geselecteerde artikelen, commentaren en columns. Scherpe en kritische reacties dragen bij aan het debat. Om de discussie in goede banen te leiden, gelden de volgende spelregels:


1. Elke reactie wordt vooraf door de redactie beoordeeld. De redactie heeft het recht om zonder verdere toelichting bijdragen te weigeren, te bewerken of in te korten.

2. Reacties moeten kort en bondig zijn (maximaal 250 woorden), leesbaar en begrijpelijk zijn en inhoudelijk betrekking hebben op het onderwerp van het betreffende artikel.

3. Voor de discussie gelden elementaire fatsoensnormen. Schuttingtaal en scheldwoorden zijn niet toegestaan.

4. Reacties die beledigend of discriminerend zijn, (oncontroleerbare) beschuldigingen, bedreigingen bevatten of oproepen tot haat of geweld worden niet geplaatst.

5. Reacties mogen geen privégegevens van derden bevatten.

6. Reacties die anoniem zijn of onder een valse naam worden ingestuurd, kunnen worden geweigerd.

7. Reacties mogen geen auteursrechten overtreden en geen commerciële boodschappen bevatten.

8. Het ED staat open voor kritiek – zowel positief als negatief – op de krant en op haar redacteuren. Correcties en aanvullingen op artikelen zijn welkom. Inhoudsloze kritiek wordt niet geplaatst.

9. Het IP-adres vanwaar wordt gereageerd wordt altijd vastgelegd.

10. Reacties, of citaten daaruit, mogen worden gebruikt op alle publicaties van het ED (websites, krant, sociale media, enz.).


De redactie is niet kinderachtig. Laat u dus niet ontmoedigen door de spelregels. Ze zijn uitsluitend bedoeld om een goede discussie te bevorderen. De redactie gaat zorgvuldig te werk. Mocht u desondanks reacties op de website ontdekken die in strijd zijn met de spelregels of anderszins niet door de beugel kunnen, laat ons dat dan weten via e-mail.