De internationale financieel-economische crisis werkt niet bepaald in het voordeel van milieudoelstellingen, maar het is niet alleen maar kommer en kwel. In de nieuwe, geactualiseerde uitgave van 'A Handbook of Globalisation and Environmental Policy' (Edward Elgar, 2012), onder redactie van onder anderen ondergetekende, worden naast negatieve juist ook veel positieve effecten van globalisering op milieubescherming gesignaleerd.
Het is in milieukringen bijna een gemeenplaats om te stellen dat globalisering op milieugebied vooral leidt tot een race naar beneden. Een standaardvoorbeeld is de situatie in landen die door middel van een relatief soepele milieuwetgeving proberen bedrijven aan zich te binden. De concurrentie tussen landen heeft dan onvermijdelijk het ontstaan van vervuilde gebieden tot gevolg, waardoor het niveau van de milieubescherming gestaag verslechtert.
Op die gemeenplaats blijkt het een en ander af te dingen. Ons nieuwe boek geeft ook de nodige voorbeelden van negatieve effecten van globalisering, maar de 25 hoofdstukken bevatten méér voorbeelden van het tegenovergestelde: van een race naar boven! Daarbij leggen multinationals zichzelf bijvoorbeeld strenge milieunormen op om hun imago te beschermen, maar ook om schaalvoordeel te behalen en dus meer winst te maken.
De 42 auteurs die hebben meegewerkt aan ons boek zijn geselecteerd op hun expertise op het gebied van globalisering en milieubeleid, maar het zou onzin zijn om te beweren dat zij een representatieve steekproef vormen van alle wetenschappers op dit terrein. De vraag of de race naar boven een sterker effect heeft dan de race naar beneden kan dus niet met zekerheid beantwoord worden, ook niet na dit nieuwe boek. Desondanks lijkt het plausibel om ten minste enige waarde toe te kennen aan de collectieve expertise van onze auteurs en om serieus aandacht te schenken aan de trend die zij collectief waarnemen: dat de race naar boven vandaag de dag een prominentere rol speelt dan de race naar beneden. Daarom hier drie concrete voorbeelden uit het boek van dit positieve verband tussen globalisering en milieubescherming.
1. Buitenlandse investeringen van multinationals zijn de afgelopen decennia veel sterker gestegen dan andere indicatoren van globalisering, in het bijzonder handelsstromen tussen landen. Twee economen van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) hebben gekeken naar het verband tussen deze investeringen en managementopvattingen over 'striktheid van beleid'. Zij rapporteren dat zwakke milieubescherming inderdaad leidt tot een toename van buitenlandse investeringen. Máár zij constateren ook dat het tegenovergestelde geldt voor landen met zéér zwakke milieubescherming. Managers deinzen ervoor terug te investeren in dergelijke landen, omdat zij het gebrek aan milieubescherming zien als een vorm van 'beleidsonzekerheid' en daarom als een te groot risico.
2. Het neoliberale beleid van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) wordt vaak verantwoordelijk gehouden voor het slechts stimuleren van economische globalisering ten koste van milieubescherming. Twee onderzoekers laten zien dat de WTO inderdaad voor veel onzekerheid zorgt bij landen over de vraag welk nationaal milieubeleid nog wel geoorloofd is en welk milieubeleid als 'protectionisme' is verboden. Maar tegelijk maken zij duidelijk dat in de praktijk de regels van de WTO veel ruimte laten aan landen om hun eigen, creatieve milieubeleid te voeren; en dat die landen dat beleid ook overeind blijken te kunnen houden wanneer andere landen daarover bij de WTO protest aantekenen.
3. Een onderzoeker van het toenmalige ministerie van VROM vestigt de aandacht op een effect van globalisering waardoor bedrijven steeds meer opereren in mondiale netwerken van productie, onderzoek en ontwikkeling. De technologieën die worden gebruikt in die netwerken sluiten op elkaar aan, omdat steeds meer wordt uitgegaan van gemeenschappelijke normen. Hetzelfde proces speelt bij de afstemming van normen van milieubescherming in alle landen die te maken hebben met een toename van het niveau van productie en consumptie. De acties van bedrijven om vervuiling te bestrijden of te voorkomen worden – net als de acties van overheden – steeds internationaler, zowel in reikwijdte als in effect op het milieu. Tegelijk geeft deze onderzoeker voorbeelden van de grotere efficiency van nationaal beleid wanneer dat wordt geformuleerd in termen van technische normen, die de internationale verspreiding van 'best practices' bevorderen. Dit door verbetering van de onderlinge afstemming van producten en productieprocessen, reductie van kosten en stroomlijning van het functioneren van markten.
Is globalisering een zegen of een vloek? Die klassieke vraag moet waarschijnlijk beantwoord worden met 'beide'. Maar voor het milieu is globalisering zeker niet meer uitsluitend, of vooral, een vloek. De zegeningen van de globalisering krijgen steeds meer aandacht, ook voor de aanpak van wereldwijde milieuvraagstukken.
Door Paul van Seters, hoogleraar globalisering en duurzame ontwikkeling aan de TiasNimbas Business School (Universiteit van Tilburg).
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














