President Barack Obama sprak op 24 januari zijn State of the Union (troonrede) uit in het Amerikaanse congres.foto Saul Loeb/EPA
Zie ook:
De VS heeft weliswaar te kampen met een haperende economie en een staatsschuld die waarschijnlijk pas na drie generaties is weggewerkt, maar nog altijd is het land een baken van ondernemerschap, de machtigste militaire natie en zijn er tal van topuniversiteiten en wetenschappers.
Vier jaar geleden wist Obama de Amerikanen te raken met 'hope en change', hoop en verandering. Nu wordt van hem een waar huzarenstukje gevraagd om zijn herverkiezing te realiseren. Het is dan ook niet zonder reden dat hij flink inzet op het tegengaan van de inkomensongelijkheid in de VS.
Amerikanen hebben de laatste drie jaar nog weinig gemerkt van de beloofde verandering: de werkloosheid is hoog, het vertrouwen in de economie laag en het politieke stelsel volledig gecrasht. Of, in de woorden van Obama: Washington is 'broken', blut. De president gebruikte het voorbeeld van de maandenlange onderhandelingen met de Republikeinen over bezuinigingen die op niets uitliepen en de bijna-sluiting van de overheid die hiervan het gevolg was.
Eigenlijk worden beide partijen het nauwelijks over iets eens. Dit is reden tot grote zorg: wanneer de overheid geen regie kan voeren wordt het vertrouwen vanzelf uit de markt geperst. Dit zien de Amerikanen ook: achttien procent van de mensen heeft vertrouwen in hoe het land wordt bestuurd. Met name het congres moet het ontgelden. Met een 'approval rating', goedkeuring, van dertien procent van de voorstellen, is nauwelijks nog sprake van gelegitimeerd bestuur. Over Obama zijn de Amerikanen nog redelijk tevreden: 46 procent geeft hem een voldoende en wil dat de president, in plaats van de Republikeinen, bepaalt welke richting het land opgaat.
Verandering komt inderdaad langzaam en er zijn altijd veel mensen op tegen. Het Republikeinse congres en de tea-party-beweging vormen echter ook een uitkomst voor Obama. Waar op korte termijn een aantal hervormingsplannen in de ijskast moest, zal op de langere termijn de continue tegenwerking en ondermijning van de Republikeinse partij zich uiteindelijk tegen hen keren.
Obama heeft de aanval ingezet op de Republikeinen, en met name op het 'subsidiëren van miljonairs'. De Republikeinse presidentskandidaten Romney en Gingrich zetten vooral in op nog een ronde belastingverlagingen, gebaseerd op de inzichten van econoom Arthur Laffer die Ronald Reagan adviseerde. Al sinds 1986 heeft de staat niemand belast met een tarief van 50 procent of meer.
Het verlagen van belastingen is in deze tijden echter een onverstandig voorstel. Onder die kritische grens van vijftig procent leiden belastingverlagingen niet tot stimulering van de economie, zo stelde ook Laffer zelf. Sterker nog: belastingverlaging en dalende overheidsbesteding kunnen de economie verder in het slop helpen.
Obama noemde de cijfers in zijn recente 'State of the Union': één biljoen dollar verdwijnt vanwege belastingvoordelen voor de rijkste twee procent van de bevolking. Obama wil een eerlijke belastingafdracht en maakt continu duidelijk dat de grote mate van politisering moet stoppen. Iets waar de presidentskandidaten van Republikeinse zijde geen gehoor aan geven. Zij zullen de jacht op de president vol inzetten en daarbij gebruik maken van typische onderbuik-thema's, iets waar Republikeinen bewezen hebben succesvol in te zijn.
Er zal dit jaar een uiterst beroep worden gedaan op Obama's vaardigheden als campaigner. Leunen op succes brengt geen verkiezingsoverwinning. De aftrap die we afgelopen week van hem zagen is dan ook de beste strategie: vooruit en in de aanval. Onlangs zei hij dat 'Amerika niet wint als we ingaan op hetzelfde bandje dat we altijd horen: minder belasting voor mensen die het niet nodig hebben en er niet om vroegen, bedrijven laten doen wat ze doen en hopen dat de welvaart neerdaalt. Het werkt niet.' Wie zijn volledige politieke agenda beoordeelt, begrijpt de boodschap van de president: genoeg is genoeg.
Vier jaar geleden was hij nog een relatieve buitenstaander, nu een man met een geschiedenis, maar óók met een duidelijke agenda. Daarbij ken ik geen betere spreker en inspirator op aarde dan Barack Obama. Als iemand in staat is om te overtreffen wat vier jaar geleden is neergezet, is hij het zelf.
Door Frits Bloemberg, directeur van Het Debatbureau en verzorgt trainingen, workshops en adviezen op het gebied van debat en politiek.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














