Het complex van de TU/e, waar wethouder Mary-Ann Schreurs op woensdag een werkplek krijgt. foto Ronald Otter
Het is een vaak gehoorde klacht dat politici beslissingen nemen vanuit hun ivoren toren of te gehecht zijn aan het pluche. Politici wordt verweten beslissingen te nemen zonder te weten wat er leeft onder degenen die ze vertegenwoordigen. Er zijn wethouders en burgemeesters die dit vooroordeel proberen te doorbreken.
Zie ook:
Zo ook de Eindhovense wethouder Mary-Ann Schreurs (Innovatie). Sinds deze week houdt zij iedere woensdag kantoor op de TU/e. Hiermee wil ze ter plekke de innovatiekracht van studenten en wetenschappers van dichtbij ondervinden.
De stap van Schreurs deed meteen bij raadsleden Dré Rennenberg (Ouderen Appèl) en Paul Leenders (CDA) de wenkbrauwen fronsen. Als 'carnavalesk' serveren zij het initiatief van de wethouder af. Ze vrezen dat ook andere collegeleden buiten het stadhuis willen gaan werken. Cynisch vragen ze zich af of bouwwethouder Mary Fiers in de wijken als klusjesvrouw aan de slag gaat en of burgemeester Rob van Gijzel zelf wietpasjes gaat controleren bij coffeeshops. Rennenberg en Leenders willen onder meer weten hoe het staat met de financiële consequenties en juridische aansprakelijkheid van bestuurders die elders werken. Wat beide raadsleden precies bedoelen met hun jolige toespelingen, blijft vaag. Dat ze zich afvragen of kantoor houden op de universiteit ook financiële of juridische consequenties heeft, is ronduit flauw. Makkelijk scoren voor de bühne.
Natuurlijk is het van Schreurs een slimme manier om zich als betrokken en benaderbaar in de kijker te spelen. Maar waarom zou de wethouder niet oprecht geïnteresseerd zijn in de ontwikkelingen op de TU/e? Erg voorbarig om haar actie af te doen als onzinnig. Voelen medewerkers en studenten aan de TU/e zich alleen al gewaardeerd en gehoord, dan is de actie van Schreurs al geslaagd.
Elders in het land bestaan voorbeelden van de werkwijze van Schreurs. Toen Guusje ter Horst in 2001 burgemeester van Nijmegen werd, verhuisde zij jaarlijks naar een andere wijk om de stad goed te leren kennen. Je zou de oprechtheid van Ter Horst in twijfel kunnen trekken. Ze besefte echter dat ze hiermee het beeld schiep van een betrokken bestuurder. Inwoners van Nijmegen kregen in ieder geval het gevoel dat de burgemeester in hen geïnteresseerd was.
Stoffige wethouders en burgemeesters die het contact met de burgers vooral zien als een noodzakelijk kwaad, zijn er genoeg. Initiatieven waarbij bestuurders zich juist wel tussen inwoners mengen, verdienen daarom op zijn minst een kans. Misschien moeten Rennenberg en Leenders een dag in de week hun intrek nemen in een hutje op de hei. Bang voor contact met stadsgenoten, hoeven ze daar in ieder geval niet te zijn.
Door Diede Hoekstra, verslaggever van de stadsredactie van het ED.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














