We hebben de kenniseconomie afgebroken

Auteur: door Dick Thoenes |   vrijdag 19 oktober 2007 | 09:26 | Laatst bijgewerkt op: zaterdag 20 oktober 2007 | 00:01

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

Tot de jaren zeventig kende Nederland een sterke kenniseconomie. Daarna hebben we die systematisch afgebroken, stelt Dick Thoenes.

Heeft u het ook gehoord? Nederland moet een 'kenniseconomie' worden! Wat een belachelijk idee. We zijn nu zo'n dertig jaar bezig geweest om de kenniseconomie die we hadden systematisch en grondig af te breken.

Tot de jaren zeventig hadden we een sterke kenniseconomie. De industrie richtte zich op de productie van hoogwaardige materialen en producten, welke weer gebaseerd was op geavanceerde technische kennis.

Maar toen is geleidelijk op allerlei terreinen de afbraak begonnen. Het begon met een systematische aanval van de media op de natuurwetenschappen, eind jaren zestig. Natuurwetenschappen waren ineens slecht en vies, vooral chemie, want die verontreinigde het milieu. Dat alle milieuproblemen door chemici werden opgelost werd er niet bij verteld. En inderdaad is het aantal studenten in deze richtingen enorm gedaald, hoewel de daling pas goed inzette na 1985.

Een tweede stroming was de 'anti-elitaire' beweging. Het werd door velen ineens niet meer nodig gevonden om je ergens speciaal voor in te spannen. Uitblinken was verdacht. Matige prestaties bij de studie waren voldoende. Je hoefde nergens veel verstand van te hebben, als je er maar over kon meepraten.

De politici en de media houden ons voor dat meningen niet gebaseerd hoeven te zijn op inzicht en op kennis van feiten, als ze maar met veel overtuiging worden verkondigd. De politici hebben kans gezien om deze opvatting aan het onderwijs op te leggen. Examens moesten gemakkelijker worden; iedereen had toch recht op een diploma? Het gevolg was dat je op den duur met uiterst middelmatige prestaties en met weinig kennis zelfs academische diploma's kon verwerven.

Gelukkig zijn er op veel plaatsen nog wel leraren die goed onderwijs geven, en er zijn studenten die uitstekend presteren. Maar er is een cultuur ontstaan waarin kinderen zich schamen om op school uit te blinken.

Er zijn twee belangrijke uitzonderingen: de muziek en de sport. Op beide terreinen worden uitstekende prestaties wel belangrijk gevonden. Maar op bijna alle andere gebieden is uitblinken ongewenst.

Er is nog een aantal factoren die verder heeft bijgedragen aan de verslechtering van ons onderwijs. De belangrijkste is het veel te ver doorvoeren van schoolfusies, waardoor onhanteerbare instituten zijn ontstaan. Persoonlijke contacten tussen leraren en leerlingen werden steeds schaarser, leerlingen werden nummers. Vanwege de organisatieproblemen die zo ontstonden werden er 'managers' aangesteld, die de relatie tussen de leraren en de leiding verder verstoorden. We weten het natuurlijk allemaal: een goede school is een kleine school. Dat fusies economisch gunstiger zouden zijn is een vergissing.

Een andere kwalijke ontwikkeling is dat leerlingen op een te vroeg moment in de opleiding moeten kiezen tussen vakken en richtingen, waardoor kinderen op jonge leeftijd hun toekomstige ontwikkeling vergaand kunnen blokkeren.

Nog erger zijn de herstructureringen van het onderwijs, die elkaar in een steeds hoger tempo opvolgen. Zij komen nooit voort uit het onderwijs zelf, maar ze zijn allemaal door de politiek ingefluisterd en in Den Haag achter de schrijftafel uitgewerkt. Door al die onrust zijn leraren steeds meer tijd kwijt aan vergaderingen, terwijl het onderwijs zichtbaar achteruitgaat.

Het ergste is wel het idee van 'nieuwe leren', wat er op neer komt dat leerlingen eigenlijk niets meer hoeven te leren. Behalve praten! Al deze ontwikkelingen zijn dodelijk voor natuurwetenschap en techniek, waar alleen de hoogste prestaties tot succes kunnen leiden. Een andere zorgwekkende factor zijn de ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Tot omstreeks 1980 hadden wij in Nederland een hoogwaardige industrie die voor een belangrijk deel gebaseerd was op onderzoek en ontwikkeling van topkwaliteit. Deze ondernemingen hadden een visie die je kon samenvatten als: 'wij zijn knapper en kunnen betere producten maken dan onze concurrenten en wij zullen hen vóór blijven!'

In de meeste grote ondernemingen is het roer echter geleidelijk aan omgegooid. Productiebedrijven van hoogwaardige op research gebaseerde producten werden in snel tempo verkocht, meest aan buitenlandse firma's. De centra van research en ontwikkeling werden sterk ingekrompen. De loyaliteit van het personeel werd zwaar op de proef gesteld. Het personeel weet nu dat ze een grote kans lopen bij een volgende reorganisatie te worden ontslagen, ook al zijn ze nog zo goed en werken ze aan producten die vandaag nog strategisch belangrijk zijn. Maar morgen zijn ze dat misschien niet meer, want een consistente strategie is de moderne directies helemaal vreemd. Die kijken liefst niet verder dan de prognoses voor het volgende kwartaal.

We kunnen nu zien dat Nederland ooit een sterke kenniseconomie had, maar dat daar nu weinig meer van over is. Het is duidelijk gebleken dat de Nederlanders van nu helemaal geen kenniseconomie willen! Eerst hebben we de hoogwaardige landbouw en veeteelt voor een belangrijk deel afgebroken, nu zijn we bezig hetzelfde te doen met de hoogwaardige industrie. En niemand vraagt zich af waarmee we over 25 jaar in dit land ons geld zullen verdienen.

- De auteur is emeritus hoogleraar chemische technologie aan de TU Eindhoven


© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Prof. Thoenes heeft gelijk. Toch een paar overwegingen. Wat is de relatie tussen de genoemde veranderingen bij (technische) bedrijven en het onderwijs? Waarom heeft men niet geprotesteerd tegen de onderwijsafbraak? Had de globalisering en daarmee gepaard gaande korte termijndenken niet sowieso plaatsgevonden. Is dat niet een verborgen oorzaak van de ellende? Ook nu nog hebben technische bedrijven ondanks vrijblijvend getoeter weinig behoefte aan hoog opgeleide technici. Men verkast of haalt de mensen (goedkoper) uit het buitenland. Idem voor de universiteiten. Vergelijk het profvoetbal, waar goede Nederlandse voetballers snel naar het buitenland verkassen en toonaangevende clubs bijna zonder uitzondering vooral spelers kopen ipv opleiden. Ook de politiek heeft zich nauwelijks iets aangetrokken van het onderwijs. De termijnen zijn simpelweg te lang. Beter op korte termijn leuke dingen doen, dan lange termijn kostbare kwaliteit. Kortom: voor wie is de kwaliteit van het NL onderwijs een probleem?
G. Verhoef - 14-01-2012 | 17:10
Dick Thoenes slaat hier mee de spijker op z`n kop.
Eindelijk `n keer een gezond en duidelijk
artikel in het E.D., waarmee al voorheen Fortuyn over "zeurde", met o.a. het verloren contact tussen Bedrijfsleven en Universiteiten.
Maar heeft hier ook de groei naar 1 europa, zie voorheen E.E.G., niet mee temaken ?
Dit onderwerp is duidelijk maar zal in Den Haag jammer genoeg nooit begrepen worden.
Christ Gerits - 19-10-2007 | 23:51

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Forumregels


De website van het ED is een platform voor discussie. Lezers wordt de gelegenheid geboden om in forums te reageren op geselecteerde artikelen, commentaren en columns. Scherpe en kritische reacties dragen bij aan het debat. Om de discussie in goede banen te leiden, gelden de volgende spelregels:


1. Elke reactie wordt vooraf door de redactie beoordeeld. De redactie heeft het recht om zonder verdere toelichting bijdragen te weigeren, te bewerken of in te korten.

2. Reacties moeten kort en bondig zijn (maximaal 250 woorden), leesbaar en begrijpelijk zijn en inhoudelijk betrekking hebben op het onderwerp van het betreffende artikel.

3. Voor de discussie gelden elementaire fatsoensnormen. Schuttingtaal en scheldwoorden zijn niet toegestaan.

4. Reacties die beledigend of discriminerend zijn, (oncontroleerbare) beschuldigingen, bedreigingen bevatten of oproepen tot haat of geweld worden niet geplaatst.

5. Reacties mogen geen privégegevens van derden bevatten.

6. Reacties die anoniem zijn of onder een valse naam worden ingestuurd, kunnen worden geweigerd.

7. Reacties mogen geen auteursrechten overtreden en geen commerciële boodschappen bevatten.

8. Het ED staat open voor kritiek – zowel positief als negatief – op de krant en op haar redacteuren. Correcties en aanvullingen op artikelen zijn welkom. Inhoudsloze kritiek wordt niet geplaatst.

9. Het IP-adres vanwaar wordt gereageerd wordt altijd vastgelegd.

10. Reacties, of citaten daaruit, mogen worden gebruikt op alle publicaties van het ED (websites, krant, sociale media, enz.).


De redactie is niet kinderachtig. Laat u dus niet ontmoedigen door de spelregels. Ze zijn uitsluitend bedoeld om een goede discussie te bevorderen. De redactie gaat zorgvuldig te werk. Mocht u desondanks reacties op de website ontdekken die in strijd zijn met de spelregels of anderszins niet door de beugel kunnen, laat ons dat dan weten via e-mail.