Vooral de uitbaters van kleine kroegen wensen zich niet neer te leggen bij het rookverbod. Zij kunnen rekenop de steun van de VVD. foto Emiel Muijderman
De VVD vindt dat mensen hun eigen keuzes mogen maken. Waar de staat groter wordt, neemt de bemoeienis van de overheid in het leven van mensen toe. De staat bepaalt wat gewenst gedrag is. Zo mag u sinds juli geen sigaret meer opsteken in een café of restaurant. Dit is het type overheidsbemoeienis waar de VVD zich tegen verzet, de staat is geen geluksmachine.
Zie ook:
Op 1 juli is het rookverbod voor de horeca ingevoerd. Van alle
partijen in de Tweede Kamer heeft vooral de VVD zich hiertegen verzet. Een
rookverbod klinkt sympathiek, maar het opsteken van een sigaret is volgens
de VVD niet iets waarmee de overheid zich hoort te bemoeien.
Het
rookverbod is ingevoerd om werknemers het recht op een rookvrije werkplek te
geven. Het klinkt sympathiek om werknemers te willen beschermen, maar de
proportionaliteit en de effectiviteit zijn in de praktijk volledig weg. Een
voorbeeld hiervan is de situatie in Etten-Leur. Hier is goed te zien welke
desastreuze effecten het rookverbod heeft. Kroegbazen die een derde van hun
omzet kwijt zijn. Het legendarische café de Klomp dreigt carnaval niet meer
te halen. Als het zo doorgaat, zullen de bewoners binnenkort helemaal geen
kroeg meer kunnen bezoeken.
Ik pleit voor een kleine en krachtige
staat. De overheid groeit op dit moment buitensporig en pretendeert een
geluksmachine te zijn. De staat geeft de norm aan waaraan de burger geacht
wordt te voldoen. U mag niet roken, moet gezond eten, matig drinken, veilig
vrijen en veel bewegen. In hoeverre mag een mens nog zondig zijn? Waar ligt
de grens van de overheidsbemoeienis? Krijgen we straks nog te maken met
boetes op ongezond gedrag? Gaan we dat ook controleren? Dat is een
beklemmende samenleving waarvan de VVD niets moet hebben.
Dit is
precies de kern waarom de VVD tegen dit overheidsingrijpen is. Een
sympathiek klinkende maatregel pakt in de praktijk vreselijk slecht uit.
Europese regels geven een werknemer het recht op een rookvrije werkplek, maar
in Nederland hebben we hier een plicht van gemaakt. Dit betekent dat het
verboden is als een werknemer zelf wil roken.
In de
transportwereld leidt dit tot een absurde situatie. Een vrachtwagenchauffeur
mag in zijn eigen truck roken, maar niet als hij in de truck van zijn baas
rondrijdt. De reden is dat na hem een andere chauffeur in de cabine zou
kunnen zitten. Zo is het ook merkwaardig dat een kroegbaas zonder personeel
in zijn eigen café niet mag roken. Zelfs niet als zijn klanten allemaal
willen roken. In Duitsland is het rookverbod onwettig verklaard door
verschillende deelstaten, omdat het rookverbod kleine ondernemers
buitenproportioneel raakt.
Wat de VVD betreft, is de balans
volledig zoek. Als de niet-roker beschermd moet worden tegen de roker, zijn
er andere en betere manieren om dat te doen. De VVD bestrijdt niet het recht
van werknemers op een rookvrije werkplek, maar wel de regeldrift van een
overheid om er een plicht van te maken. Zo lang niemand er last van heeft,
hoeft de overheid toch niet te bepalen of een roker zijn sigaret opsteekt?
-
De auteur is fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














