Soms mis ik Geert Wilders als maatje. Jarenlang was hij voor mij in de Tweede Kamer een prettige collega, die ik respecteerde om zijn inhoudelijke kennis en gedrevenheid. Het was een plezier om met hem het buitenland te verkennen. Hij was destijds woordvoerder 'buitenland' voor de VVD en ik voor de PvdA.
Ik schrijf dit niet zonder reden. De vreemde situatie doet zich namelijk
voor dat, waar het inmiddels in de nieuwe politieke correctheid als een
deugd wordt gezien moslims uit te schelden, het tegenspreken van Geert
Wilders het luidkeelse verwijt oplevert dat je hem zou 'demoniseren'. Wij
zijn bang de fouten die wij met Pim Fortuyn hebben gemaakt te herhalen.
Fortuyn werd zelden inhoudelijk tegengesproken, maar wel door leidende
politici en journalisten vergeleken met het bruine gevaar uit de jaren
dertig van de vorige eeuw. Hij zorgde ervoor dat een deel van de bevolking
een kristallisatiepunt vond voor veel ongenoegen en verraste daarmee
politiek en pers. Nu heb ik de indruk dat we dermate bang zijn diezelfde
fout nog eens te maken, dat we doorslaan naar de andere kant en veel te veel
meebuigen met de praatjes van rabiaat rechts.
Soms zie je
beter wat je zelf doet als je kijkt naar hoe een ander het doet. Laten we
eens kijken hoe in het buitenland met Wilders wordt omgegaan. De eerste
vaststelling is dat als hij ergens naartoe gaat, de belangstelling gering is
en van zeer korte duur. De meeste aandacht krijgt hij als hij ergens niét
naartoe gaat. In Engeland waren alle kranten, radio en tv het over één ding
roerend eens: hartstikke fout van de regering om Wilders toegang te
weigeren. Keihard veroordeelde men de inbreuk op de vrije meningsuiting, die
Wilders de kans gaf zich te wentelen in zijn slachtofferrol.
De commentaren op Wilders' denkbeelden waren even duidelijk en hard. The Sun
noemde hem een extreem-rechtse 'crackpot' en The Observer noemde Fitna een
'giftige dosis grove propaganda, gemaakt om angst en moslimhaat te kweken'.
Niet één krant had positieve waardering voor Wilders' denkbeelden, terwijl
iedereen wel vond dat hij de ruimte had moeten krijgen om die denkbeelden
gewoon uit te dragen. Heldere taal, beide kanten op.
Interessant was ook de behandeling die de Amerikaanse pers voor Wilders in
petto had, toen hij Fitna voor twee leden van het Congres mocht vertonen.
Alleen het neoconservatieve deel van de media had enige belangstelling. Maar
ook die neoconservatieven zijn niet op hun achterhoofd gevallen.
Illustratief was het gesprekje met Glenn Beck, de vurig antilinkse
praatshowgastheer van Fox News. Hij vroeg Wilders waarom hij toch zo'n hekel
heeft aan moslims. Wilders gaf kort zijn standaard antwoord over de gevaren
van de islam en Beck zei toen: "Ik ben het met u oneens over de islam.
Ik ken moslims die hele goede mensen zijn." Wilders reactie: "
Yeah, ik heb ook niks tegen moslims..." En leeg liep de ballon.
In zowel de VS als Engeland is gewezen op de dubbelzinnigheid van Wilders: hij
claimt zijn recht op vrije meningsuiting, nadat hij eerst op even luide toon
heeft gepleit voor een verbod van de Koran. Hij schreeuwt moord en brand als
hij wordt aangepakt en vindt tegelijkertijd dat moslims zich alles moeten
laten welgevallen. Je zou kunnen zeggen dat zijn gedrag een beetje bij de
tijdgeest past. Hoe vaak maken we niet mee dat mensen van anderen eisen dat
zij zich aan de regels houden, terwijl zij voor zichzelf het recht claimen
zelf te bepalen welke regels zij wel en niet naleven?
De
Tweede Kamer staat pal voor de vrijheid van meningsuiting en komt in het
geweer als Wilders in Engeland niet zijn verhaal kan doen. Uitstekend. Maar
wat zou het mooi zijn als parlementariërs evenveel passie zouden steken in
het geven van inhoudelijke repliek aan Wilders. Niet omdat hij altijd
ongelijk zou hebben of omdat hij zich altijd zou vergissen bij het benoemen
van maatschappelijke misstanden. Want dat is niet zo. Hij heeft bij het
benoemen van problemen vaker gelijk dan mij lief is. Maar zijn oplossingen
helpen ons land geen steek verder en zetten alleen maar mensen die het met
elkaar in dit land moeten rooien tegen elkaar op. Het klinkt vaak zo ferm,
maar het is onbruikbaar.
De grootste valkuil waar wij nu al
jaren met beide voeten in trappen is mee te gaan in de valse krachtdadigheid
van de grootste schreeuwers. Zij hebben ons aangepraat dat nuance slap is,
behoedzaamheid laf en respect voor elkaar ouderwets. Misschien is onze
belangrijkste opdracht dat we de moed hervinden genuanceerd te zijn, de
kracht ontdekken van behoedzaamheid en de schoonheid weer zien van echt
wederzijds respect.
Dan hoeven we het ook niet steeds over
Wilders te hebben.
-
De auteur is PvdA'er en
staatssecretaris van Buitenlandse Zaken.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














