Als moeder van twee puberdochters maak ik me ernstig zorgen over de manier waarop jongeren met elkaar omgaan en meer nog over hoe weinig wij daar als opvoeders tegen kunnen doen. Het lijkt alsof er onder ons ouders, leerkrachten en anderen die bij de opvoeding betrokken zijn, een soort gelatenheid is ontstaan.
Heel bewust ben ik mezelf enkele jaren geleden gaan verdiepen in de pc. De
pc is een belangrijk onderdeel geworden in het leven van jongeren en af en
toe moeten ze dus ook in het gebruik daarvan gestuurd worden. 'Ik ben er
niet mee opgegroeid en ik heb geen zin om me daar in te verdiepen', was voor
mij geen optie.
Waar ik zo ontzettend van geschrokken ben, is
allereerst het taalgebruik van kinderen. Zelfs vriendinnen vinden het heel
normaal elkaar aan te spreken met: 'Ha sletje, of ha hoertje van me'. Als
deze vriendinnen ruzie krijgen, zijn deze woorden al lang niet meer
voldoende. Dan wordt het: 'Hé vies dik wijf, dat jij nog niet dood wil met
zo'n lijf' of 'We zullen je straks eens opwachten en in elkaar slaan'. De
jeugd doet dit ook niet één-op-één, face-to- face, maar op msn. Of op hyves
maken ze een speciaal onderdeeltje voor degene die ze willen pesten, een
leerling of een docent. Dan kan iedereen lekker zijn bijdrage leveren.
De eerste keren dat ik deze dingen las, dacht ik nog dat mijn kind daar niet
aan meedeed, wel verstandiger was ná alles wat wij haar meegegeven hadden.
Niks was minder waar. Ook zij is hierin meegezogen. Wil je erbij horen, wat
voor de meeste pubers erg belangrijk is, dan moet je meedoen, of er zelfs
nog een schepje bovenop gooien. Zo zie je het steeds erger, steeds harder
worden. Je ziet dat je kind zich probeert te wapenen. Dat moet wel, wil ze
er niet aan onderdoor gaan. Wie kan ertegen als je te horen krijgt dat je
een lelijk kutwijf bent, beter zelfmoord kunt plegen, of dat je bedreigd
wordt? Het gaat hier niet om een enkel kind. Regelmatig kijk ik rond op
hyves of kijk ik mee op msn, bijna alle kinderen zijn of worden hier bij
betrokken.
Als ik met andere ouders hierover praat, merk ik,
dat we allemaal ongerust zijn hierover. Maar ik zie ook vaak een soort
berusting. "Wat kunnen we? Het is waarschijnlijk een periode waar we
doorheen moeten en het zal vanzelf wel weer verdwijnen."
Leerlingen krijgen op school voorlichting hierover. Elk geval dat aan het
licht komt, wordt uitgepraat, er wordt sorry gezegd, maar vervolgens gaat
het buiten school, gewoon verder. Angst om in elkaar geslagen te worden door
kinderen die een groepje helpers om zich heen verzameld hebben is vaak een
reden om geen actie te ondernemen. Ook als ouder sta je dan machteloos. Zo
lang er niks gebeurd is of geen bewijsbare bedreigingen zijn geuit, kun je
geen stappen ondernemen.
Voorlichting alléén is niet
voldoende. Kinderen hebben meer sturing nodig. Scholen of ouders kunnen dat
niet alleen. Er moet een intensief overleg komen tussen scholen en ouders
over hoe we kinderen kunnen helpen deze neerwaartse spiraal te doorbreken.
We moeten kinderen laten zien dat ze dit geen van allen echt leuk vinden,
maar alleen doen, omdat ze denken dat het moet, dat het van hen verwacht
wordt. De cirkel moet doorbroken worden.
Als we niets doen,
krijgen we een nog hardere maatschappij. Kinderen op weg naar volwassenheid,
die leren dat ze zich moeten afsluiten voor hun gevoel. Ik zou heel graag,
samen met iedereen die zich hierover ook zorgen maakt, iets op poten zetten.
Een groep waarin we ideeën kunnen uitwisselen, samen denken over hoe we iets
aan deze situatie kunnen veranderen. Alle suggesties zijn welkom via
e-mail.
De auteur woont in Veldhoven en is als moeder
onder meer actief in een klankbordgroep op een middelbare school en een
overblijfcommissie van een basisschool.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














