Demonstranten in de Verenigde Staten uiten hun woede over de buitensporige bonussen. foto Michael Reynolds
De laatste tijd staan de bonussen volop in de belangstelling. In de samenleving groeit de morele verontwaardiging over exorbitante salarissen en bonussen. Je kunt je inderdaad afvragen of en in hoeverre de bonusstructuur wenselijk is en of er – in internationaal verband – gedacht moet worden om deze beloningssystematiek te beteugelen, dan wel een andere beloningsstructuur te verzinnen. De mens is namelijk kennelijk gevoelig voor financiële prikkels.
Wat nu echter met in het verleden getroffen bonusregelingen? Er gaan stemmen
op in Den Haag om die alsnog wettelijk of fiscaal aan te pakken.
Maar afspraak is afspraak. Zo zit de wereld in elkaar en dat hoort ook zo te
zijn. Als in het verleden bonusafspraken zijn gemaakt, moeten deze afspraken
in beginsel worden nagekomen. In beginsel: niets is echter absoluut en zeker
niet in het recht.
De wet biedt namelijk de mogelijkheid om
gemaakte afspraken te wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden. Die
omstandigheden moeten zodanig zijn, dat de andere partij naar maatstaven van
redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de afspraak niet
mag verwachten. Deze bepaling geldt ook in het arbeidsrecht. Daarnaast biedt
het arbeidsrecht specifieke bepalingen om eventueel eenzijdig in te grijpen
in de arbeidsvoorwaarden. Tot slot geldt dat werkgevers zich als goede
werkgevers behoren te gedragen en werknemers zich als goede werknemers.
Het is naar mijn mening niet voor discussie vatbaar, dat de kredietcrisis en
de daaropvolgende economische crisis, de verleende staatssteun en wat dies
meer zij, een diep ingrijpende onvoorziene financiële en economische
omstandigheid is. Afhankelijk van de concrete bijzondere situatie van een
onderneming betekent dit, dat een werknemer in alle redelijkheid niet meer
onverkort aanspraak op zijn bonus kan maken.
Een aantal werkgevers
heeft dan ook wel degelijk de mogelijkheid gehad om onder de bonusbetalingen
uit te komen. Daar hebben de meeste banken echter niet voor gekozen, naar ik
begrijp uit angst voor onrust binnen de onderneming. Ik begrijp dat veel
banken vreesden dat – juist in deze moeilijke tijden – belangrijke
medewerkers zouden vertrekken. Dat is natuurlijk een risico. Het ongemoeid
laten van de bonussen is daarmee echter een (pragmatische) keuze geweest,
maar (in veel gevallen) geen juridische onmogelijkheid.
In de
meeste gevallen zijn de bonussen over 2008 al onvoorwaardelijk toegezegd of
uitgekeerd. Deze bonustoekenningen c.q. -uitbetalingen vonden plaats nádat
de kredietcrisis in alle hevigheid was uitgebarsten en nádat staatssteun was
verleend. Om daar nu nog op terug te komen is wel heel erg moeilijk. Er is
nú natuurlijk geen sprake meer van een onvoorziene omstandigheid, want de
werkgever heeft een afweging gemaakt van alle relevante omstandigheden en
besloten om – ondanks de kredietcrisis, de recessie en de staatssteun –
bonussen uit te betalen. Nu die afweging is gemaakt, bestaan er geen
mogelijkheden meer om uitbetaalde bonussen terug te halen. Dat zou niet
alleen strijdig zijn met het adagium dat afspraken moeten worden nagekomen,
maar ook met het beginsel van goed werkgeverschap. Het is dan ook niet
zonder reden, dat nu door sommige ondernemingen een beroep wordt gedaan op
het 'goed werknemerschap', een moreel beroep op medewerkers om ontvangen
bonussen terug te storten.
Het extra belasten (bijvoorbeeld met 90
procent belasting) van deze reeds toegekende of uitbetaalde bonussen, zoals
onlangs is aangekondigd in de Verenigde Staten, biedt in Nederland (en
waarschijnlijk ook in Amerika) geen soelaas. Dit soort zaken kun je namelijk
niet met terugwerkende kracht regelen. Verder wordt gevreesd dat dan het
vast salaris ten koste van de bonus zal stijgen, waardoor de loonkosten voor
ondernemingen – ongeacht het resultaat voor de onderneming – structureel
zullen oplopen.
Afspraken over bonussen (in de financiële wereld)
moeten op Europees c.q. mondiaal niveau worden gemaakt, en niet op lokaal
niveau. Het zou niet de eerste keer zijn, dat Nederland het braafste
jongetje van de klas is en zich in de eigen vingers snijdt. Het gaat hier om
mensen met – naar wordt aangenomen – zeer bijzondere capaciteiten, want
waarom zouden ze anders zo exorbitant veel verdienen?. Als die mensen
Nederland zouden ontvluchten of niet meer in Nederland zouden willen werken,
zijn wij misschien – op de lange termijn – nog verder van huis.
Ook hier geldt dus dat verstand geboden is en dat wij ons niet (alleen) moeten
laten leiden door sentimenten.
-
De auteur is advocaat
bij Holla Poelman van Leeuwen Advocaten NV te Tilburg, Eindhoven en
's-Hertogenbosch.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














