Geert Wilders, na de Europese verkiezingen in debat met Agnes Kant (SP), Mariëtte Hamer (PvdA) en Alexander Pechtold (D66). foto Ed Oudenaarden/ANP
De uitslag van de Europese verkiezingen bracht in Nederland de voorspelbare
overwinning voor de partij van Geert Wilders. Het bracht ook de voorspelbare
reacties van andere politieke partijen, de linkse voorop. Het noodlot heeft
toegeslagen: het populisme heeft gewonnen! Enkele partijen begonnen meteen
met een eigen zielenonderzoek: hoe kon het zo ver komen? Hoe overbruggen we
die vermaledijde kloof tussen burger en politiek? Uiteraard werd daarbij
niet geschuwd de hand in eigen boezem te steken.
De politiek kan haar relevantie niet bewijzen aangezien de meerderheid van
de Kamer vastzit aan een dichtgetimmerd regeerakkoord. Spoeddebatten
verworden tot een schreeuw om aandacht die te pas en te onpas van stal wordt
gehaald, aldus Femke Halsema van GroenLinks.
In België heeft de
bevolking dit proces van zelfreflectie al een aantal malen meegemaakt.
Verkiezing na verkiezing werd men geconfronteerd met een zegereeks van het
Vlaams Belang. 'Zwarte zondagen' regen zich aan elkaar tot een boetekleed
met op de daaropvolgende maandag de steeds terugkerende vraag: hoe heeft het
zo ver kunnen komen?
Het antwoord moet gezocht worden in wat we de
tragische kanten van de hedendaagse westerse democratie zullen noemen. Die
ontstaat uit een combinatie van twee fenomenen: de geringe stuurbaarheid van
samenlevingen en de relatief beperkte rol van de politiek. Ondanks deze
fenomenen kunnen westerse democratieën zich maar niet losmaken van het
ideaal van de maakbaarheid van de samenleving. Mensen blijven naar politici
kijken om problemen op te lossen of om te verklaren waarom ze niet worden
opgelost.
De verwachtingen die men van de politiek heeft, blijven
ongekend hoog; niet enkel een oplossing voor het migrantenprobleem maar ook
voor de economische crisis, het broeikaseffect, de files, de
onderwijsproblematiek, de dreiging van het terrorisme enzovoorts. Steeds
weer kijken we naar de politiek. En we verwachten niet van politici dat zij
hun handen in de lucht steken en zeggen: 'Sorry, de rol van de politiek is
beperkt. Het merendeel van die problemen kunnen we niet oplossen'. Politici
zelf zijn trouwens de eersten die het waanbeeld van de almacht van de
politiek voeden. Ze bemoeien zich immers overal mee. Alle problemen worden
gepolitiseerd.
De grote verwachtingen in combinatie met de
globaliserende wereld, waarin het lokale niveau steeds minder in staat is om
problemen op te lossen, is een tragisch aspect van de politiek. Een tweede
tragisch aspect heeft te maken met de toenemende complexiteit van
maatschappelijke problemen. Wie ooit de verkeersknoop, het
migrantenvraagstuk of de onderwijsproblematiek serieus heeft bekeken, weet
dat dergelijke problemen niet met één pennenstreek zijn op te lossen.
Maatschappelijke sturing is complex. Vaak is er geen uitkomst, behalve tijd
geven en hier en daar wat geduldig bijschaven. En dan krijgt een minister
dertig seconden om op tv te vertellen hoe hij een probleem zal oplossen. Hoe
breng je deze complexiteit over aan de kiezer, aan de ongeduldige kiezer die
er geen boodschap aan heeft wanneer iemand een oplossing voorlegt die zich
over een termijn van dertig jaar uitstrekt? De burger wil klare antwoorden,
nú en met duidelijke resultaten.
Het is vandaag meer dan ooit
mogelijk om een eenvoudige slogan te lanceren, om snelle taal te hanteren en
met één pennenstreek een probleem weg te vegen. De frisheid van die snelle
taal zal altijd schril afsteken tegen het moeizame verhaal van een ernstige
minister die een eerlijke poging doet om toch iets van de complexiteit van
een probleem over te brengen aan het publiek.
Onder de
huidige omstandigheden vergt het verschijnsel populisme geen verklaring,
maar zou het veeleer vreemd zijn als populisme zou ontbreken. Het is gewoon
wachten op de juiste persoon die voldoende retorisch talent heeft om de
populistische boodschap te brengen. In Vlaanderen was dit Filip de Winter.
En Nederland heeft zijn retorisch talent gevonden in de persoon van Geert
Wilders.
Twintig jaar politiek zielenonderzoek heeft in België
weinig opgeleverd. Wat echter wel iets opgeleverd heeft, is het besluit van
de Belgische politieke elite om nooit te regeren met racistische partijen.
Na twintig jaar retoriek is Filip de Winter zijn frisheid kwijt geraakt. De
slogans zijn tot vervelens toe herhaald en ook de meest blinde kiezer heeft
begrepen dat die uiteindelijk geen enkel resultaat hebben opgeleverd.
Het populisme is in België niet verdwenen en zal ook nooit verdwijnen. Men
heeft er Dedecker bijgekregen, maar de racistische boodschap is wel
weggeknipt. Dat is op z'n minst een stap vooruit. Daarom, Nederlandse
politici: zoek niet al te diep in je ziel. Houd vast aan het idee dat wie de
centrale waarden van de democratie niet onderschrijft, niet waardig is om te
besturen. Het succes van populistische partijen is geen ramp, maar een
gegeven.
-
Luc van Liedekerke is filosoof,
werkzaam aan de Universiteit van Antwerpen en Leuven. Wim Dubbink is
filosoof, werkzaam aan de Universiteit van Tilburg.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














