Het KNMI staat voor schut, omdat het jarenlang de temperatuur een halve graad te warm heeft gemeten doordat het meetstation te beschut stond (ED 25 september).
In Engeland heeft de Climate Research Unit (CRU), die gebruikt en beschouwd
wordt als de wetenschappelijke databank voor de werelwijde
temperatuurgegevens vorige maand toegegeven dat het originele gegevens
verloren of vernietigd heeft die derden in staat stellen om het
temperatuurverloop op de aarde in kaart te brengen c.q. klimaatpublicaties
te controleren.
De vooraanstaande Scientific American van augustus 2009 meldt onder de kop
'Climate: Stumbling over Data', dat het Amerikaanse National Snow and Ice
Data Center (NSDIC), dat de officiële gegevens over het zeeijs in het
Noordpoolgebied publiceert, vorig jaar wel met een heel grote afname
tevoorschijn kwam. Dit sloeg in als een bom en wereldwijd verschenen koppen
dat global warming op de Noordpool catostrofaal aan het worden was. Dit
leidde echter ook tot een koortsachtige e-mail- en internetdiscussie dat er
iets fout moest zijn. En jawel, binnen een dag moest het NSDIC met een
correctie komen. Een defecte sensor op een satelliet had ervoor gezorgd dat
een stuk ijs ter grootte van Californië niet gedetecteerd was. Deze
correctie was uiteraard geen headline nieuws!
Omdat de aarde de
laatste tien jaar afkoelt en Antartica niet meedoet met de voorspelde
opwarming worden kunstgrepen verzonnen die vallen in de categorie
wetenschappelijke oplichterij. Voor een fysicus geldt het adagium 'meten is
weten'. Kennelijk is er voor de klimaatalarmisten een ander uitgangspunt:
met modelleren en projecteren kun je manipuleren.
Een
essentieel voorbeeld van het spanningsveld dat hierdoor bestaat is de
gemiddelde temperatuur op aarde. Los van het fundamentele probleem, dat die
niet goed is gedefinieerd, is de vraag: hoe, waar en hoe nauwkeurig meet je
die. 60 procent van het aardoppervlak is zee en daar zijn heel weinig
meetpunten, die bovendien geen opwarming laten zien. De rest is land. Op
Antartica zijn maar een paar stations, die ook al geen opwarming laten zien.
Voor Antartica maak je dan een computermodel met fictieve weerstations,
uiteraard met fictieve temperatuurmetingen en zo toon je door modelleren aan
dat Antartica toch opwarmt. De overige landstations, zoals in De Bilt, staan
voor het overgrote deel in verstedelijkte gebieden. Verstedelijking is
gigantisch toegenomen. Veel weerstations worden beïnvloed door beton en
asfalt, dat (zonne)warmte vasthoudt, en dus laten ze stijgende temperaturen
zien in de afgelopen vijftig jaar. Sprekend bewijs zijn bijvoorbeeld de
temperaturen die in Brazilië zijn gemeten in Sao Paulo en de Amazone. In Sao
Paulo stijgt de temperatuur evenredig met de groei van de stad. In de
Amazone, waar de natuur niet is veranderd, is de temperatuur constant. Kies
je dus de meetgegevens van weerstations in stedelijke gebieden dan warmt de
boel op, maar dat komt niet door CO2.
En die satellieten dan? Die
worden wel gebruikt, maar ze zijn nog lang niet uit de kinderziektes. Drie
jaar geleden, dus na de publicatie van het beruchte IPPC Klimaatrapport,
werden nog twee grote fouten ontdekt in de omrekeningsformules naar de
oppervlaktetemperatuur op aarde. De meetfout is van dezelfde grootte als het
vermeende broeikaseffect.
Het KNMI moet heel goed op de hoogte zijn
geweest van het bovenstaande. Wellicht kan het KNMI de klimaatgrafiek van De
Bilt – weergegeven als het voortschrijdend dertig jaar gemiddelde van maxima
en minima – corrigeren, zodat duidelijk is dat er in Nederland niets
wezenlijk veranderd is in de afgelopen 300 jaar.
Ondanks het
foutje mag het KNMI ook de NOS adviseren als die in haar serie de 'Verhitte
Aarde' naar Groenland (ra,ra hoe komt het nu witte Groenland aan zijn naam?)
gaat en daar de premier van een land met 55.000 inwoners laat verklaren dat
de Groenlanders negentien keer zoveel CO2 willen produceren om het ijs op
Groenland te laten smelten, zodat ze hun rijkdom aan delfstoffen kunnen
exploiteren. Dit moet een grap zijn geweest. Het staat echter als serieus op
de NOS-website. Was het geen grap, dan zijn de premier en de NOS niet goed
wijs. Was het wel een grap, dan is de NOS dus..?
-
Prof. dr. Ton Begemann is fysicus en emeritus hoogleraar aan de TU/e.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties















