De zorg voor veteranen hoort niet bij Defensie

Auteur: door Louis Timmermans |   donderdag 01 oktober 2009 | 02:39 | Laatst bijgewerkt op: maandag 05 oktober 2009 | 00:41

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Tijdens een emotionele bijeenkomst eind vorig jaar in Doorn maakten veteranen met PTSS hun ongenoegen kenbaar over het niet van de grond komen van een nieuw veteranen-zorginstituut. foto Jeroen Jumelet/GPD

Tijdens een emotionele bijeenkomst eind vorig jaar in Doorn maakten veteranen met PTSS hun ongenoegen kenbaar over het niet van de grond komen van een nieuw veteranen-zorginstituut. foto Jeroen Jumelet/GPD

PTSS (posttraumatisch stress-syndroom) is een ernstige psychiatrische aandoening, die kan ontstaan na een traumatische ervaring. De voornaamste symptomen zijn: herbelevingen (nachtmerries of flashbacks), het vermijden van herinneringen of emotionele uitschakeling hiervan, depressie, ernstige prikkelbaarheid, slaapstoornissen, hevige schrikreacties en extreme spanningen als gevolg van bepaalde prikkels.


Het aantal militairen dat kampt met paniekaanvallen, driftbuien en onbeheerste agressie is vele malen groter dan het aantal gesneuvelden. De gevolgen zijn groot: echtscheidingen, niet meer kunnen werken, kinderen die uit huis worden geplaatst, misdrijven en zelfmoorden.

Zelfs 25 jaar of meer na een traumatische ervaring kunnen mensen nog een ernstige vorm van PTSS ontwikkelen. Dit is duidelijk waarneembaar in het toegenomen aantal Libanon-veteranen dat in de loop der jaren in problemen is geraakt.

Kenmerkend voor mensen met PTSS is dat zij hun ziektebeeld ontkennen. Het zijn vaak wanhopige partners die hun man of vrouw met PTSS naar bijvoorbeeld het Veteraneninstituut in Doorn sturen. Daar geven de veteranen vaak aan gestuurd te zijn, maar volgens hen zelf niets te mankeren. Gelukkig is dit voor de hulpverlener die de intake doet een duidelijke indicatie om door te vragen.

Met lotgenoten die hetzelfde hebben meegemaakt, kunnen PTSS-patiënten goed praten. Bij de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers (BNMO) wordt dit al tientallen jaren met succes toegepast. Lotgenotencontact is, naast professionele zorg, een heilzaam middel om erkenning te vinden, problemen te delen en samen aan mogelijke oplossingen te werken. Het is daarom van groot belang te stimuleren dat veteranen na dienstverlating in een vereniging komen. Daar kan de grote groep die niet geneigd is hulp te zoeken in contact komen met lotgenoten en aldus gestimuleerd worden hulp te vragen. Het is ook belangrijk veteranen te blijven volgen en goede voorlichting te blijven geven, gezien de lange 'incubatietijd' waarin klachten kunnen ontstaan.


Het huidige 'haalrecht' voor nazorg moet overigens hoognodig worden vervangen door een 'brengplicht' van Defensie. Als een gezonde militair na zijn dienstverlating (ernstige) klachten ontwikkelt, moet a priori worden uitgegaan van een verband met zijn dienstverrichtingen, tenzij Defensie het tegendeel kan aantonen. Dat zal een hoop verdriet en ergernis voorkomen.

Niet alle veteranen bij wie PTSS is geconstateerd, voldoen aan alle criteria die voor deze diagnose gelden. Er zijn er bijvoorbeeld die enkel een 'kort lontje' aan hun missie hebben overgehouden. Dan spreekt men van partiële PTSS. Dat komt echter schrikbarend veel voor, met name bij de missies van langer geleden.

Volgens Defensie werd er indertijd geen en wordt nu wél voorlichting over de mogelijke gevolgen van deelname aan een missie gegeven. Dat is juist, maar bij de werving en selectie wordt alleen gevraagd of men bereid is te worden uitgezonden. De echte voorlichting over PTSS en de herkenbaarheid bij anderen wordt pas gegeven bij de daadwerkelijke voorbereiding van een uitzending. Van een heroverweging bij de betrokken militairen kan dan geen sprake meer zijn. Hier kunnen ethische vragen bij worden gesteld.


Enige jaren geleden werden veteranen met PTSS eindelijk erkend en gehonoreerd bij de toekenning van bijvoorbeeld invaliditeitpercentages en smartengeld. Maar dat systeem is helaas alweer verlaten. Bij herkeuringen wordt met de beoordeling van de psychiater geen rekening meer gehouden. Zo komt het nu geregeld voor dat uitkeringspercentages worden teruggebracht van 80 naar bijvoorbeeld 20 of van 40 naar 5. Zo'n enorme terugval in inkomsten levert voor de veteraan en zijn omgeving spanningen op en niet alleen financieel.

De 'core business' van Defensie is het leveren van gevechtskracht. Dat gebeurt zeer professioneel en de waardering voor onze militairen is internationaal groot. Maar Defensie is geen zorginstelling en moet dat ook niet willen zijn. De kosten voor zorg en nazorg van militairen worden echter wel uit het defensiebudget betaald en kunnen in de nabije toekomst aanzienlijk toenemen. Mede doordat de defensiebegroting de afgelopen vijftien jaar alleen maar neerwaarts is bijgesteld, ligt het voor de hand Defensie niet meer te belasten met de zorg voor veteranen, maar deze zorg elders onder te brengen, bijvoorbeeld bij Volksgezondheid en Welzijn.

Het wordt ook tijd dat de eeuwige discussies in en buiten het parlement over definities, status en zorg van en voor veteranen worden beëindigd. Dat kan met een Veteranenwet, waarin alle relevante zaken worden geregeld. Kijk naar Canada: daar zijn 'veteranenzaken' ondergebracht bij een apart ministerie. Dat is voor Nederland een maatje te groot, maar een aparte staatssecretaris Veteranenzaken is zeer wel op zijn plaats. Dat schept duidelijkheid voor alle partijen, verlost Defensie van de spagaat operationele inzet versus (na)zorg, maar doet ook recht aan de erkenning van veteranen die met gevaar voor eigen leven en gezondheid een bijdrage hebben geleverd aan vrede en veiligheid in de wereld.

-

Louis Timmermans is kolonel b.d. en voormalig algemeen voorzitter van de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (BNMO).  


© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
okee...eerst allemaal mooie spotjes om de militairen te ronselen...vervolgens semi-brainwashen,een vuil contract tekenen,dan de dames en heren de oorlog insturen en dan vervolgens wil "" ons"ministerie van defensie niet eens verantwoording nemen voor de veteranen wie hun kloten op t vuur hebben gegooit voor t "goede doel" en dus geen hulp bieden ! het begint amerika te lijken hierzo... lekker hypocriet !!!!!!!
hc. - 05-10-2009 | 00:41
Met alle respect maar zijn het de veteranen niet zelf die wisten of dachten te weten wat er op hen af zou kunnen komen. Wanneer er weer een groep is opgeleid hoor ik voortdurend zowel de politiek maar ook de mensen bij defensie roepen dat deze mensen 'klaar' zijn voor uitzending en dusdanig opgeleid zijn dat men zowel mentaal als fysiek genoeg bagage heeft.
Zijn het bovendien de opgeleide mannen en vrouwen niet zelf die veel te makkelijk tegen dit soort uitzendingen aankijken. Bovendien krijg ik steeds meer de indruk dat men ook steeds minder op kwaliteit let gezien de enorme druk om maar voldoende mensen te kunnen uitzenden. Bovendien is het een utopie om in een land als bijv. Afghanistan een cultuuromslag proberen te bewerkstelligen dmv militair ingrijpen. Je kunt niet winnen van een tegenstander die desnoods bereid is zijn leven hiervoor te geven waardoor het aantal traumatische ervaringen nooit uit te sluiten is en ook eerder zal toenemen. Wanneer gaan we eens inzien dat het uitzenden van militairen naar dit soort gebieden alleen maar verliezers oplevert en waarbij mensen levenslang beschadigd blijven. Heel veel militairen zouden eens eindelijk nee moeten zeggen zodat we ons ook niet meer hoeven af te vragen wie verantwoordelijk is voor de nazorg. Op deze manier blijft het dweilen met de kraan open!
Jan Soldaat - 03-10-2009 | 18:19
Defensie en de gevolgen van haar optreden uit elkaar halen, lijkt me geen gezonde zaak. Met de afschaffing van de dienstplicht hebben we al van defensie een soort bedrijfstak gemaakt met eerzame machoberoepen, kosten-baten analyses, producten, targets, budgetten, jaarrekeningen enz., terwijl het een helaas noodzakelijke oorlogs- en verdedigingsorganisatie is waar betreurenswaardige offers gebracht moeten worden in naam van vrede en veiligheid.

Het kan en mag dus ook geen relatief gewone zaak worden om mensen op pad te sturen om geweld te weerstaan en te gebruiken. Politiek en burgerij onderschatten m.i. teveel wat dit doet met de ziel van mensen, ja hoe beschadigend het is om tijdenlang angst, stress, alertheid uit te houden, temidden van een onzichtbare vijand die het op je leven heeft gemunt. Zulk een situatie conditioneert je hele gestel. In een ver verleden als dienstplichtige militair in vredestijd een jaar in het verre buitenland vertoevend, en een zesde deel daarvan in de jungle, heb ik er iets van mogen ervaren. De daar in zielennood aangeleerde alerte houding, hardheid ook en ongeduld zijn er ongewild een deel van mijn karakter geworden, en geen positieve, zo is gebleken in vele diepgravende conflicten. Kwaliteiten dus die normale relaties en arbeidsverhoudingen in de burgermaatschappij danig in de war kunnen sturen, terwijl jezelf denkt/vindt dat je normaal doet. En dat in vredestijd!

Naar mijn stellige overtuiging moeten politici, bestuurders, commandanten en hoge officieren altijd aan den lijve blijven voelen en ook zien wat de gevolgen zijn van de opdrachten die ze aannemen, en de keuzen die zij mede voor anderen maken. Jonge mensen die normaliter nog een heel leven met gezin, kinderen en familie voor de boeg hebben mogen nooit ergens in achterkamertjes gemakkelijk tot kanonnenvlees gemaakt kunnen worden waar de politiek verzaakt om dialoog tot stand te brengen met boze en of verontwaardigde mensen die naar wapens en terreur grepen omdat ze stelselmatig niet werden gehoord. Oorlog - vredesoperatie is na Irak en Afganistan toch wel een bedrieglijk eufemisme gebleken! - kan en mag nooit de voortzetting van luie of gemakzuchtige machtspolitiek zijn met andere middelen!

Ontsporende veteranen zijn geen normale patiënten voor de G.G.Z., maar het gevolg van politiek-psychologisch falen! Dáár moeten we dag na dag indringend aan herinnerd blijven worden!
P.A. - 02-10-2009 | 11:45
Geachte Jan M.,
"Verheugen op een paar moorddadige beelden op TV", vind ik nogal een morbide uitspraak en geeft wellicht uw eigen frustratie van het leven aan. Sorry, ik als veteraan en partner van een actief diendende militair kan hier echt niets mee. PTSS is een probleem, en "is zoals het is". Het is belangrijk om daar op een goede manier mee om te gaan.Er zou gewoon eens naar die mensen geluisterd moeten worden, in plaats van dat anderen (b.v. politiek en deskundigen) dingen voor ze gaan invullen. Jan, M, ga zelf iets doen met uw leven, maar ga niet iets roepen waarover u, niets of te weinig weet.
met vriendelijke groet,
Cato - 02-10-2009 | 11:27
@Jan M

Waar de veteranenzaken thuis horen laat ik in het midden, maar om mij en al die anderen
"gestoorde cowboys" te noemen vindt ik niet rechtvaardig.
Kijk als je er geen verstand van hebt , lijkt het me beter dat je zwijgt, want het is altijd makkelijk om veilig commentaar vanachter je bureau te geven.
De jongen en meiden met PTSS zijn niet gestoord en niet gek, en het is mede door het falen van defensie dat het vaak slecht in het nieuws komt.

Dus Jan , denk voortaan eerst eens even na voordat je iets stoms zegt.


Veteraan
DE_LORD - 02-10-2009 | 09:49

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Forumregels


De website van het ED is een platform voor discussie. Lezers wordt de gelegenheid geboden om in forums te reageren op geselecteerde artikelen, commentaren en columns. Scherpe en kritische reacties dragen bij aan het debat. Om de discussie in goede banen te leiden, gelden de volgende spelregels:


1. Elke reactie wordt vooraf door de redactie beoordeeld. De redactie heeft het recht om zonder verdere toelichting bijdragen te weigeren, te bewerken of in te korten.

2. Reacties moeten kort en bondig zijn (maximaal 250 woorden), leesbaar en begrijpelijk zijn en inhoudelijk betrekking hebben op het onderwerp van het betreffende artikel.

3. Voor de discussie gelden elementaire fatsoensnormen. Schuttingtaal en scheldwoorden zijn niet toegestaan.

4. Reacties die beledigend of discriminerend zijn, (oncontroleerbare) beschuldigingen, bedreigingen bevatten of oproepen tot haat of geweld worden niet geplaatst.

5. Reacties mogen geen privégegevens van derden bevatten.

6. Reacties die anoniem zijn of onder een valse naam worden ingestuurd, kunnen worden geweigerd.

7. Reacties mogen geen auteursrechten overtreden en geen commerciële boodschappen bevatten.

8. Het ED staat open voor kritiek – zowel positief als negatief – op de krant en op haar redacteuren. Correcties en aanvullingen op artikelen zijn welkom. Inhoudsloze kritiek wordt niet geplaatst.

9. Het IP-adres vanwaar wordt gereageerd wordt altijd vastgelegd.

10. Reacties, of citaten daaruit, mogen worden gebruikt op alle publicaties van het ED (websites, krant, sociale media, enz.).


De redactie is niet kinderachtig. Laat u dus niet ontmoedigen door de spelregels. Ze zijn uitsluitend bedoeld om een goede discussie te bevorderen. De redactie gaat zorgvuldig te werk. Mocht u desondanks reacties op de website ontdekken die in strijd zijn met de spelregels of anderszins niet door de beugel kunnen, laat ons dat dan weten via e-mail.