Maar Street View, de nieuwe gratis 'service' van Google, nadert de grens van
het toelaatbare. Natuurlijk kun je zeggen: ach, het zijn maar stilstaande
beelden. En: ach, die foto's zijn vanaf de openbare weg gemaakt en laten
feitelijk niets anders zien dan wat elke willekeurige passant in
werkelijkheid ook kan waarnemen. Toch begin ik mij bij het bekijken van
Street View tamelijk ongemakkelijk te voelen.
Wat technisch
mogelijk is, is blijkbaar per definitie geoorloofd. Maar waar ligt de grens?
Hoe lang duurt het nog voordat de camera's van Google, of van wie dan ook,
mijn tuin binnendringen? Wanneer worden we geconfronteerd met bewegende
opnamen die dwars door de gesloten gordijnen mijn huiskamer of zelfs mijn
slaapkamer in beeld brengen? Of gebeurt dat misschien nu al? Zeg niet dat
het niet kan, want technisch is het waarschijnlijk allang mogelijk om nog
veel dieper in ons privéleven te penetreren. Maar de Googles van deze wereld
zijn slim genoeg om dat niet in één klap, maar stapje voor stapje te doen.
Eerst Google Earth en Google Maps, nu Google Street View. Straks Google Home
View? Het lijkt mij geen onlogische ontwikkeling.
Zo komt Big
Brother steeds dichterbij. En zolang wij niet protesteren, wordt hij steeds
brutaler. Daarbij gaat het trouwens niet om Google alleen. Camera's die
officieel bedoeld zijn om crimineel gedrag vast te leggen, registreren ook
de bewegingen van brave medeburgers. Dankzij GPS kan iedereen met een
mobiele telefoon of een navigatiesysteem meter voor meter worden gevolgd.
Gebruik je je bonuskaart bij de supermarkt, je OV-kaart voor de trein, je
spaarpasje bij de benzinepomp? Krabbel je gezellig op Hyves, bel je via
Skype of zet je je bankstel op
marktplaats.nl ? Je gedrag wordt 'ergens' door 'iemand' vastgelegd. Maar
'ergens' is 'nergens' en 'iemand' is 'niemand'. Er wordt geen enkele
controle uitgeoefend op wat de verschaffers van al deze geweldige
verworvenheden met de vergaarde informatie doen.
Ik kan en wil
nieuwe technologische ontwikkelingen niet tegenhouden. Daarvoor hebben ze
(gelukkig) ook te veel goede kanten. Maar ergens moet een grens getrokken
worden, en dat gebeurt niet. Daar maak ik mij zorgen over, niet zozeer voor
mijzelf – ik zal het als zestiger wel overleven – maar wel voor mijn
kleinkinderen. Die leven straks in een wereld waarin ze van minuut tot
minuut worden beloerd, beluisterd, beïnvloed en uiteindelijk misschien wel
bestuurd. Er moet toch een moment komen waarop we als gewone burgers zeggen:
knap dat dit allemaal kan en applaus voor al die superslimme techneuten,
maar dit willen wij niet meer.
Misschien moet er wel een speciale
minister (of nog liever een Europees commissaris) voor de bewaking van onze
privacy komen. Een autoriteit die in het belang van de burger scherpe
grenzen trekt en stevige sancties oplegt zodra die worden overschreden. Die
grenzen behoren niet door technologen met dollartekens in hun ogen bepaald
te worden, maar door democratisch gekozen vertegenwoordigers van u en mij.
Het woord is dus aan de politiek, maar ik hoor niemand.
Frans Dekkers woont in Eindhoven en is copywriter en journalist.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














