Varkens maakt het niet uit of ze tussen honderd of duizend soortgenoten leven. foto Freekje Groenemans
Laten we om te beginnen vaststellen dat het een varken niet uitmaakt of het tussen honderd of tussen duizend soortgenoten moet leven. Het varken wil slechts ruimte om te leven zoals een varken dat wil, zonder pijn of ellendige omstandigheden. De consument eist terecht steeds vaker dat zijn stukje vlees geen resultaat is van een heleboel dierenleed. De wetgeving past zich daarbij aan. Het varkensbesluit dat de regering begin deze maand publiceerde, bevat gedetailleerde regels voor de huisvesting. Zo krijgen varkens vanaf 2013 meer ruimte; dieren vanaf 85 kilo bijvoorbeeld ten minste een vierkante meter. Verder moeten de dieren bijvoorbeeld in vaste groepen leven. Het varkensbesluit gaat zo ver dat er vanuit de agrarische wereld weerstand tegen bestaat. Varkensboeren overwegen zich alleen nog te richten op het fokken van biggen voor de export. In andere landen, waar de eisen minder streng zijn, worden ze dan tot slachtrijpe varkens grootgebracht. Met het varkensbesluit loopt Nederland voorop in Europa en de wereld. Geïmporteerd vlees is bijna altijd onder slechtere omstandigheden grootgebracht dan dat uit Nederland.
Een varkensbedrijf dat voldoet aan dit varkensbesluit vergt een miljoeneninvestering, die alleen rendabel is voor een grootschalige onderneming. Dit betekent in de praktijk de bouw van de zo vermaledijde megastal. Maar dan wel met een systeem voor langzame ventilatie die energie-efficiënt is. In plaats van langs bulderende ventilatoren die smerige lucht naar buiten blazen, wordt de lucht langs biologische luchtwassers geleid die ammoniak, fijnstof en stank verwijderen. De vervuiling is nog maar een fractie van die van conventionele of biologische stallen.
Megastallen kunnen worden ingedeeld in zones met eigen hygiënische regels. Personeel gaat geheel ontsmet van zone naar zone. Besmettingshaarden kunnen direct worden geïsoleerd. Antibiotica hoeven praktisch niet te worden gebruikt. Een probleem dat in conventionele en biologische stallen niet op te lossen is.
Dan is er nog het ruimtebeslag. Bewoners van gebieden die aangewezen zijn als 'landbouw ontwikkelingsgebied' (log) zien met vreze de stallen komen. Toch zit achter de aanwijzing van logs een bedoeling. De bouwer van een nieuwe varkensstal moet zorgen dat elders bedrijven met net zo veel varkens definitief stoppen. Per saldo blijven dus minder varkensbedrijven over. Voor de logs hebben gemeenten meestal eisen gesteld aan nieuwe bedrijven: maximale hoogte van gebouwen, verbod van hoge silo's en afscherming met groen.
Rest nog het emotionele argument van de vleesfabriek. Allereerst waren en zijn misstanden op kleine boerderijen bepaald niet uitzonderlijk. Terug naar kleinschaligheid moet je uit het oogpunt van dierenwelzijn niet willen. Het is ook nog niet rendabel, zelfs al verdubbelen de vleesprijzen. Het publiek zou wel meer betrokken moeten worden bij wat er gebeurt achter de stalmuren. Gelukkig stellen steeds meer agrariërs zich hiervoor open. In een megastal kunnen inloopsluizen gemaakt worden van waaruit publiek kan zien hoe de dieren er leven.
-
De auteur is economieredacteur van deze krant.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties















