Obama houdt Chinese dromen van VS levend

door Ruud van Dijk. vrijdag 27 november 2009 | 02:43 | Laatst bijgewerkt op: vrijdag 27 november 2009 | 08:59

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Barack Obama op de Chinese muur. foto Diego Azubel/EPA

Barack Obama op de Chinese muur. foto Diego Azubel/EPA

Vrijwel de hele twintigste eeuw heeft Amerika grote verwachtingen gehad van wat het ooit in en met China zou kunnen bereiken. Zakenmensen en hun vrienden in de politiek droomden van schier onbegrensde handelsmogelijkheden in het rijk bevolkte land.


China was een nieuw aandachtsgebied voor het traditioneel op Europa gerichte Amerika. Zoals deze maand tijdens president Obama's eerste bezoek aan het land te zien was, is de toekomst inmiddels gearriveerd. Meer dan ooit speelt China een centrale rol in de wereld, náást de VS. Maar nu het zo ver is weten veel Amerikanen niet of ze verheugd of bezorgd moeten zijn. Vandaar dat de president het nogal voorzichtig aanpakte, ook al noemde hij zichzelf Amerika's eerste 'Pacific-president'.

China was aan het eind van de negentiende eeuw aanleiding tot het formuleren van de 'open door' doctrine, die door veel historici als een centrale drijfveer van het Amerikaanse internationale optreden sindsdien wordt gezien. China was belangrijk of zou dat zeker worden. Daarom kwam Washington tijdens de jaren dertig steeds kritischer te staan tegenover de Japanse veroveringsoorlog daar. Amerikaanse maatregelen om Japan tot de orde te roepen, zoals een olieboycot, droegen rechtstreeks bij aan de Japanse verrassingsaanval op Pearl Harbor in 1941. Met de Japanse overgave in 1945 laaide in China de burgeroorlog op tussen de nationalisten geleid door Tsjang Kai Sjek en de door Mao Zedong aangevoerde communisten. De VS probeerden tevergeefs te bemiddelen. Het aan de macht komen van de communisten in 1949 was het begin van meer dan twintig jaar vijandschap tussen Peking en Washington. Aan het thuisfront werd de vraag gesteld 'Who lost China?' Van 1950-1953 vochten de VS en China rechtstreeks tegen elkaar in Korea. In de jaren zestig was China lang de belangrijkste bondgenoot van de Vietnamese communisten in hun strijd met de Amerikanen. De VS werden de beschermer van Tsjang Kai Sjek's Taiwan, het 'andere China'.

Officieel hadden beide landen al die tijd geen contact. Daar begon pas verandering in te komen aan het eind van de jaren zestig. Richard Nixon, conservatief machtspoliticus, wist gebruik te maken van de toen openlijke vijandschap tussen de Sovjet-Unie en Mao's China. Zijn historische bezoek aan Peking in februari 1972 was het begin van een nieuw tijdperk in de Amerikaans-Chinese betrekkingen. Dat tijdperk kreeg na 1978 een nieuwe impuls, toen Deng Xiao Ping de economie hervormde onder het motto 'rijk worden is glorieus'. Dit was de werkelijke 'opening' van de deur, zij het grotendeels op Chinese voorwaarden. Amerikanen en andere buitenlanders waren welkom om in China zaken te doen, maar de communistische dictatuur hield de touwtjes in handen. Dat werd in 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede bloedig duidelijk. Pogingen van Amerikaanse regeringen om de mensenrechten tot gespreksonderwerp te maken bleven doorgaans zonder succes. Obama deed tijdens zijn recente bezoek slechts een zwakke poging. Echt kwalijk kun je hem dat niet nemen.

China's economische opkomst heeft de basis gelegd voor een buitenlands beleid dat in zijn wereldomspannendheid, zelfvertrouwen en ambities alleen te vergelijken is met dat van de VS. Washington heeft de laatste jaren juist aan invloed ingeboet. Militair kan Peking nog niet tippen aan de status van de VS, maar Amerikaanse strategen zijn desondanks bezorgd. De VS hebben China's medewerking nodig bij belangrijke internationale kwesties, zoals Noord-Korea's kernwapenprogramma, Irans nucleaire aspiraties en een internationaal klimaatverdrag.

Intussen zijn beide landen financieel en economisch van elkaar afhankelijk. Amerika kan niet zonder China, wat niet betekent dat het China's gevangene is. De dictators in Peking hebben binnenslands de handen vol, juist omdat veel Chinezen meer willen van wat Amerika traditioneel zo'n aantrekkelijk voorbeeld maakt: vrijheid. Obama's pragmatisme mag dan saai zijn, het is ook verstandig. Ook in de 21e eeuw blijft Amerika hopen dat China zich op de VS zal oriënteren en dat beide landen – en eigenlijk de hele wereld – daar de vruchten van mogen plukken.

-

Dr. Ruud van Dijk doceert Nieuwste Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Nu in de blogs

Specials