Het pleidooi van Ehsan Kermani voor het op de agenda zetten van de mensenrechten in Iran (ED 6 januari) is mij uit het hart gegrepen.
In zijn artikel wijst hij op de schendingen van de rechten van de Iraanse bevolking en noemt hij de honderden moordaanslagen tegen leden van de oppositie in binnen- en buitenland. Een zeker zo belangrijk voorbeeld betreft de vervolging van de bahá'ís in Iran.Deze vervolgingen zijn in 2009 in hevigheid toegenomen. Bij veel bahá'ís zijn huiszoekingen gedaan en werden persoonlijke bezittingen in beslag genomen. Sinds maart vorig jaar zijn zestig bahá'ís gearresteerd en gevangen gezet, variërend van één nacht tot verscheidene maanden. Momenteel worden 48 bahá'ís gevangen gehouden in Iran. Onder hen zijn sinds 2008 zeven bahá'í-leiders, die – na drie keer uitstel – op 12 januari voor de rechter moeten verschijnen.
De toegenomen zorgen over het lot van de bahá'ís zijn mede veroorzaakt door de recente onlusten in Iran. De autoriteiten proberen de bahá'ís hiervoor verantwoordelijk te stellen, terwijl zij daar part noch deel aan hebben. "De bahá'í-gemeenschap in Iran is maar al te vaak slachtoffer geworden van valse beschuldigingen", aldus Diana Ala'i, die de internationale bahá'í-gemeenschap vertegenwoordigt bij de Verenigde Naties in Genève. "En nu, in de dagen voorafgaande aan de rechtszaak, zijn er tekenen dat ze opnieuw tot zondebok worden gemaakt."
In plaats van zelf de verantwoordelijkheid te nemen voor het oproer in eigen land, legt de Iraanse overheid de schuld bij anderen, bij vreemde mogendheden, internationale organisaties, media, studenten, vrouwen en terroristen. Nu zijn de bahá'ís toegevoegd aan deze lange lijst. De afgelopen dagen hebben de officiële – door de staat gesteunde – Iraanse media de bahá'ís ervan beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor de onrust die is ontstaan rond de heilige dag van Ashura. Dit wordt onmiskenbaar gedaan om de publieke opinie over de zeven bahá'ís te beïnvloeden. De Eindhovense bahá'í zijn in het bijzonder bezorgd over het feit, dat de regering – of ultraconservatieve elementen in die regering – de commotie in Iran zal gebruiken als dekmantel voor extreme maatregelen tegen de bahá'ís. Die bezorgdheid nam nog verder toe, nadat afgelopen zondag dertien bahá'ís in Teheran uit hun huizen werden gehaald en naar een detentie-centrum werden overgebracht. Onder de gearresteerden zijn enkele familieleden van de leiders van de bahá'ís, die volgende week terecht moeten staan. Onder de gearresteerden waren ook Jinous Sobhani, voormalig secretaresse van Shirin Ebadi ( winnares van de Nobelprijs voor de Vrede 2003), en haar echtgenoot.
"Als je de feiten bij elkaar optelt, dan is de situatie voor de gevangen bahá'ís uiterst beangstigend", aldus Diana Ala'i. "We vrezen dat het proces de volgende week slechts een showproces zal zijn en dat de uitkomst al vaststaat. Zou er iets gebeuren met de zeven bahá'ís voor of na hun rechtszaak, dan moet de Iraanse regering daarvoor verantwoordelijk worden gehouden. Wij vragen de internationale gemeenschap om Iran duidelijk te maken dat nauwlettend zal worden gekeken naar het verloop van het proces."
Het Bahá'í-geloof wordt beschouwd als de jongste wereldgodsdienst. Het geloof is in 1844 ontstaan in Iran. Centraal thema in het geloof is wereldeenheid. Wereldwijd zijn er naar schatting zeven miljoen bahá'ís. De zeven leiders van de bahá'í-gemeenschap in Iran worden beschuldigd van spionage voor Israël, het beledigen van de Islam en het voeren van propaganda tegen de Islamitische Republiek. Ze zijn ook beschuldigd van 'het verspreiden van corruptie op aarde'. Deze aanklachten zijn vals en volkomen onterecht.
-
De auteur is voorzitter van de Plaatselijke Geestelijke Raad van de Bahá'ís van Eindhoven.


















