De militaire interventie in Afghanistan faalt. Wij steunen een corrupt
regime, de taliban is aan de winnende hand en in het westen verbrokkelt het
draagvlak voor de oorlog.
Daarom werd op 28 januari in Londen andermaal een internationale conferentie
over Afghanistan belegd, de zesde al van deze eeuw. Inziend dat militaire
operaties eerder averechts werken, werden drie nieuwe speerpunten
geformuleerd:
1. Met de taliban moet worden onderhandeld. Strijders
die vooral voor geld vechten, moeten met een hoger bod en uitzicht op een
nieuw bestaan worden losgeweekt, vooropgesteld dat zij niet aan Al Qaïda
zijn gelieerd of bloed aan hun handen hebben.
2. Het Afghaanse
leger en de politie worden zo snel mogelijk met ruim 100.000 man uitgebreid
tot 300.000 man. President Karzai neemt naarmate die uitbreiding vordert,
verantwoordelijkheid voor de rustigste provincies.
3. Karzai zal
de corruptie nu echt aanpakken.
We moeten kortom, nog anderhalf
jaar volhouden en dan kan het westen beginnen met terugtrekken. Van dit
optimistische verhaal klopt geen snars. Waarom zou de taliban, die succes
ruikt, willen onderhandelen? Vol zelfvertrouwen eist zij het vertrek van
alle buitenlandse troepen voor zij wil praten. Wanneer aan die eis wordt
voldaan, kunnen de onderhandelingen alleen maar gaan over de overgave van
Karzai.
Zelfs als zonder terugtrekking van de 'geallieerden'
besprekingen op gang komen, is er geen garantie dat de taliban zich aan
eventuele afspraken houdt. In Pakistan mocht de taliban na onderhandelingen
bijvoorbeeld de macht in de Swat-vallei overnemen en daar de sharia
invoeren, mits zij zich verder koest hield. Maar de taliban pakte na die
vinger de hele hand, waarop de Pakistaanse zich gedwongen zag een offensief
tegen de taliban te openen.
Bij talibanstrijders die willen
afhaken, is moeilijk na te gaan of zij banden hebben met Al Qaïda of hebben
gemoord. En de vele hulporganisaties die miljarden euro's in Afghanistan
besteden, zijn er nog altijd niet in geslaagd de omstandigheden te creëren
die wankelmoedige talibanstrijders ertoe verleiden brave burgers te worden.
Waarom zouden deze organisaties met hun kantoren in Kaboel, grote jeeps,
talrijke tolken en beveiligers nu ineens meer succes hebben dan de
militairen?
Het uitkopen van weifelende talibanstrijders stuit op
praktische problemen. Het is lastig om strijders als zodanig te
identificeren. Iedereen kan beweren dat hij bij de taliban is weggelopen. En
niemand garandeert dat de strijders niet naar de taliban teruggaan als zij
hun geld binnen hebben.
De snelle uitbreiding van het Afghaanse
leger en de politie biedt weinig hoop op 'afghanisering' van de oorlog. De
huidige 200.000 Afghaanse veiligheidstroepen hebben samen met de westerse
militairen geen succes tegen het veel geringere aantal talibanstrijders. Dat
komt vooral doordat de veiligheidstroepen de bevolking niet op hun hand
hebben en de taliban wel.
Het ontbreekt Karzais troepen ook aan
overtuiging en motivatie. Als al mensen losgeweekt kunnen worden, dan zijn
het eerder de ineffectieve en vaak corrupte veiligheidstroepen dan
talibanstrijders. De uitbreiding van de veiligheidstroepen zal voorlopig
geen verandering ten goede te zien geven. Voor het opleiden en motiveren van
troepen is meer nodig dan haastige werving, het uitreiken van uniformen en
wapens en een oppervlakkige training.
Om de zoveelste belofte van
Karzai om de corruptie terug te dringen, kan men slechts meewarig lachen.
Zijn regime bestaat immers bij de gratie van corruptie. Kortom: het westen,
geconfronteerd met een uitzichtloze guerrillaoorlog, heeft zich in Londen
louter overgegeven aan wensdenken.
-
De auteur is
generaal-majoor b.d.
















