Westen faalt in Afghanistan

door A. J. van Vuren. donderdag 04 februari 2010 | 02:42 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 04 februari 2010 | 08:34

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

De militaire interventie in Afghanistan faalt. Wij steunen een corrupt regime, de taliban is aan de winnende hand en in het westen verbrokkelt het draagvlak voor de oorlog.



Daarom werd op 28 januari in Londen andermaal een internationale conferentie over Afghanistan belegd, de zesde al van deze eeuw. Inziend dat militaire operaties eerder averechts werken, werden drie nieuwe speerpunten geformuleerd:

1. Met de taliban moet worden onderhandeld. Strijders die vooral voor geld vechten, moeten met een hoger bod en uitzicht op een nieuw bestaan worden losgeweekt, vooropgesteld dat zij niet aan Al Qaïda zijn gelieerd of bloed aan hun handen hebben.

2. Het Afghaanse leger en de politie worden zo snel mogelijk met ruim 100.000 man uitgebreid tot 300.000 man. President Karzai neemt naarmate die uitbreiding vordert, verantwoordelijkheid voor de rustigste provincies.

3. Karzai zal de corruptie nu echt aanpakken.

We moeten kortom, nog anderhalf jaar volhouden en dan kan het westen beginnen met terugtrekken. Van dit optimistische verhaal klopt geen snars. Waarom zou de taliban, die succes ruikt, willen onderhandelen? Vol zelfvertrouwen eist zij het vertrek van alle buitenlandse troepen voor zij wil praten. Wanneer aan die eis wordt voldaan, kunnen de onderhandelingen alleen maar gaan over de overgave van Karzai.

Zelfs als zonder terugtrekking van de 'geallieerden' besprekingen op gang komen, is er geen garantie dat de taliban zich aan eventuele afspraken houdt. In Pakistan mocht de taliban na onderhandelingen bijvoorbeeld de macht in de Swat-vallei overnemen en daar de sharia invoeren, mits zij zich verder koest hield. Maar de taliban pakte na die vinger de hele hand, waarop de Pakistaanse zich gedwongen zag een offensief tegen de taliban te openen.

Bij talibanstrijders die willen afhaken, is moeilijk na te gaan of zij banden hebben met Al Qaïda of hebben gemoord. En de vele hulporganisaties die miljarden euro's in Afghanistan besteden, zijn er nog altijd niet in geslaagd de omstandigheden te creëren die wankelmoedige talibanstrijders ertoe verleiden brave burgers te worden. Waarom zouden deze organisaties met hun kantoren in Kaboel, grote jeeps, talrijke tolken en beveiligers nu ineens meer succes hebben dan de militairen?

Het uitkopen van weifelende talibanstrijders stuit op praktische problemen. Het is lastig om strijders als zodanig te identificeren. Iedereen kan beweren dat hij bij de taliban is weggelopen. En niemand garandeert dat de strijders niet naar de taliban teruggaan als zij hun geld binnen hebben.

De snelle uitbreiding van het Afghaanse leger en de politie biedt weinig hoop op 'afghanisering' van de oorlog. De huidige 200.000 Afghaanse veiligheidstroepen hebben samen met de westerse militairen geen succes tegen het veel geringere aantal talibanstrijders. Dat komt vooral doordat de veiligheidstroepen de bevolking niet op hun hand hebben en de taliban wel.

Het ontbreekt Karzais troepen ook aan overtuiging en motivatie. Als al mensen losgeweekt kunnen worden, dan zijn het eerder de ineffectieve en vaak corrupte veiligheidstroepen dan talibanstrijders. De uitbreiding van de veiligheidstroepen zal voorlopig geen verandering ten goede te zien geven. Voor het opleiden en motiveren van troepen is meer nodig dan haastige werving, het uitreiken van uniformen en wapens en een oppervlakkige training.

Om de zoveelste belofte van Karzai om de corruptie terug te dringen, kan men slechts meewarig lachen. Zijn regime bestaat immers bij de gratie van corruptie. Kortom: het westen, geconfronteerd met een uitzichtloze guerrillaoorlog, heeft zich in Londen louter overgegeven aan wensdenken.

-

De auteur is generaal-majoor b.d.

Wegens onderhoud aan de website is het tot dinsdagochtend 16 maart niet mogelijk een reactie toe te voegen.