Als je nog maar zelden in de kroeg kwam, had je ook geen last van carnaval. In de loop der jaren nam zelfs de ergernis af over al die keurige burgermannetjes, die voor even los dachten te zijn van hun brave, kontenkruiperige kantoor-god.
Zie ook:
Ze liepen nu rond in Michael Jackson-pakjes, waar ze volgend jaar zouden
rondlopen als Nelson Mandela en Gerard Joling, die dan voortleefden als
carnavalsact. Gelaten onderging je deze dagen, zoals je ook de feestdagen
onderging: ze kwamen en gingen ook weer voorbij.
En als ze voorbij waren, leek het of ze er nooit geweest waren, totdat ze
weer voor de deur stonden. Gelukkig stond er met carnaval en de feestdagen
verder bij mij weinig voor de deur, hoogstens de roestige pooierbak van een
van de buren, maar daar keek ik liever tegen aan dan tegen de
carnavalsoptocht.
Misschien moest ik deze dagen van
vrijwillige terugtocht weer eens gebruiken om te stofzuigen, het matras te
verschonen en naar de wasserette te gaan.
Ik kwam op dit weinig
aanlokkelijke idee omdat ik op weg naar mijn flatje een bordeel passeerde,
waar net een grote berg inderdaad vuile was opgehaald werd.
Veel deprimerender kon je het niet krijgen, zelfs niet met die natte dweilen
van carnaval.
Hoogstens wanneer je morgen op de carnavalszondag
als Valentijnscadeau eerst verkleed naar het bordeel mocht.
Ik was nog nooit naar een bordeel geweest en was het ook niet van plan, hoe
noodzakelijk en tegelijk aangenaam ik melancholie en lust ook ervaarde.
Je hoefde niet alles in het leven te doen, om er toch genoegen mee te nemen.
Sommige dingen, zoals carnaval, wintersport en bordelen, waren niet aan mij
besteed.
Dus gunde ik ze maar al te graag aan anderen.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














