Minister Maria van der Hoeven arriveert bij de ministerraad in een elektrische auto. foto Ed Oudenaarden/ANP
Wat is er recentelijk nog meer boven water gekomen? De 'weerstationsgate' bijvoorbeeld als vervolg op de climategate , die zijn oorsprong had in de Climate Research Unit ( CRU) waar een hacker de e-mails wist op te vissen waaruit bleek, dat temperatuurgegevens van weerstations selectief werden gemanipuleerd.
In de VS is door D'Aleo en Watts op 29 januari een uitgebreid rapport gepubliceerd (Surface temperature records, Policy Driven Deception) waarin zij gekeken hebben naar de gemiddelde temperaturen van weerstations op aarde sinds 1950 die in het VN-rapport gebruikt zijn. Het is een bekend gegeven dat een gebouwde omgeving tot een lokale temperatuurstijging kan leiden. Zelfs ons eigen KNMI moest vorig jaar erkennen, dat zijn temperatuurmetingen jarenlang 0,5 graden te hoog waren door verkeerde opstelling van het meetstation bij gebouwen. Het klassieke voorbeeld van dit effect is trouwens in Brazilië te vinden. De temperatuur in Sao Paulo is de afgelopen vijftig jaar gestaag gestegen met de groei van deze stad. In de Amazone waar niets is veranderd is de temperatuur constant gebleven. Als je dus wilt bewijzen dat de temperaturen stijgen dan selecteer je urbane weerstations.
Bovengenoemde heren hebben geconstateerd dat het aantal weerstations dat voor het VN-rapport is gebruikt vanaf 1990 – toen het CO2-verhaal bedacht werd – ruimschoots is gehalveerd. Ja, en u raadt het al, de rurale stations zijn er selectief uitgegooid.
Onder aanvoering van minister Cramer moet Nederland massaal windmolens bouwen en op de elektrische auto overstappen, allemaal om CO2-uitstoot te reduceren. Deze plannen van Cramer zijn fysisch gezien grotendeels onzin. De elektrische auto in Nederland loopt per definitie op elektriciteit, die wij voor meer dan 95 procent opwekken met CO2-producerende fossiele brandstof. Als je naar het energetisch rendement kijkt produceer je met de elektrische auto zeker niet minder, eerder meer CO2. Dit staat los van een ander gegeven, dat wij op aarde onvoldoende grondstoffen hebben om alle auto's uit te rusten met oplaadbare accu's.
Tot slot de windmolens , die ons van groene stroom (dus geen CO2) moeten voorzien. Door twee vooraanstaande Nederlands wetenschappers – C. Le Pair en K. de Groot – is zojuist een rapport uitgebracht getiteld 'De brandstofkosten van windenergie; een goed bewaard geheim'. Zij komen tot de volgende conclusie: Elektriciteit uit wind legt beslag op de capaciteit van centrales die in Nederland gestookt worden met fossiele brandstof. Variaties in de wind moeten door elektriciteitcentrales direct opgevangen kunnen worden. Hiervoor moeten inefficiënte open gasturbines gebruikt worden. Hoe groot dat beslag is, en hoeveel extra brandstof het kost, is in het rapport globaal berekend. Dit extra brandstofbeslag moet worden gevoegd bij de brandstof, die bouw en installatie van windmolens met de bijbehorende netinpassingsapparatuur en leidingen vergen. Samengenomen is het twijfelachtig of windelektriciteit brandstof spaart en CO2-uitstoot vermindert. Vermoedelijk is dat niet het geval. Wat overeind blijft, zijn de extra kosten.
De bekende uitspraak dat windmolens niet op wind maar op subsidie draaien krijgt door dit rapport een nieuwe dimensie, namelijk dat het CO2-reductie verhaal helemaal niet vanzelfsprekendis.
Conclusie: Cramer kan niet meer om de feiten heen. Wat doe je dan? Vraag het Planbureau voor de Leefomgeving, waarvan zij de hoogste baas is, een onderzoek te doen. Dit planbureau is al jaren één van de meest actieve verspreiders van Global Warming onder het Nederlandse publiek.
De lezer kan zijn eigen conclusie trekken!
-
Ton Begemann is fysicus en emeritus hoogleraar aan de TU/e.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














