Plebaan Geert Jan van Rossem zondag tijdens de eucharistieviering in de Sint-Jan in Den Bosch, waarin de communie werd overgeslagen. foto Ed Oudenaarden/ANP
Gedurende een tiental dagen werd in de kerk van 't Heike een programma van
religieuze oefeningen gehouden met als doel alle zonden in de parochie weg
te wassen. Een soort rituele schoonmaak, die overigens periodiek in alle
parochies plaatsvond. Tijdens die Tilburgse missie brak een opstand uit van
gegoede, jeugdige carnavalsvierders, die zich hun feest niet wensten te
laten ontnemen.
Pater Bernard had het veertiguren-gebed ingevoerd.
Veertig uur lang werd gebeden ter compensatie van alle zonden die tijdens
het feest begaan zouden worden. Voor de zekerheid had hij tevens vanaf de
kansel alle carnavalsactiviteiten verboden om de missie niet te ontheiligen.
Dat nu schoot de vierders in het verkeerde keelgat. Voor de kerk verzamelde
zich een joelende menigte feestgangers om een 'lintjesdans' uit te voeren.
Hierop beëindigde de pater onmiddellijk zijn preek. Hij liet het tabernakel
sluiten en alle godsdienstige plechtigheden stil leggen. Dit maakte zoveel
indruk op de inwoners van Tilburg, die zich afgesneden zagen van de voor het
zielenheil noodzakelijke sacramenten, dat het carnavalvieren naar verluidt
eensklaps was afgelopen. Tegen dit radicale klerikale machtsmiddel was men
destijds niet opgewassen.
Als cultuurhistoricus moest ik naar
aanleiding van alle commotie over het weigeren van de communie aan de
carnavalsprins van Reusel, onwillekeurig aan dit oude carnavalsincident
denken. Ook hier werd het sacrament als machtsmiddel gebruikt om uit te
sluiten. In dit geval niet vanwege de aard van het feest, maar vanwege de
geaardheid van de prins. Het aspect van de kerk die de sacramenten inzet als
vorm van symbolisch geweld om de onwelgevallige ander af te wijzen, is tot
nu toe onderbelicht. Deze vorm van geweld wordt veelal niet als zodanig
gezien door kerkelijke ambtsdragers.
De genademiddelen van de kerk
worden ingezet als dwangmiddel om het afgedwaalde schaap in het gareel te
dwingen of 'af te schrijven' door radicale uitsluiting.
Ouderen
onder ons kennen nog wel de uitdrukking 'het schuifke krijgen', waarbij aan
de zondaar de vergeving van de zonden (de absolutie) werd geweigerd in de
biechtstoel. Dit was voor velen een vreselijke straf die tot ernstige
gewetensnood kon leiden. Grote incidenten kennen we uit het verleden ook
rond de weigering om 'zondaren' te begraven in gewijde aarde. Daarnaast
speelden vele kwesties rond het niet verlenen van huwelijksdispensaties. De
katholieke kerk heeft, bezien vanuit het relatief recente verleden, een
flinke staat van dienst als het gaat om het inzetten van sacramenten als
dwang- en strafmiddel.
Met het verdampen van het Rijke Roomsche
Leven in de jaren zestig behoorden dit soort kwesties tot het verleden, zo
dachten we. Maar de huidige reactionaire restauratiebeweging in Nederland –
een overreactie op de ingevoerde vernieuwingen van het Tweede Vaticaanse
Concilie – leert anders. Met een vroom gezicht worden, met een beroep op de
genademiddelen, opnieuw radicaal mensen van het heil afgesneden. Het gebeurt
met een zelfverzekering en overtuiging van het eigen institutionele gelijk
die ver af staat van de evangelische boodschap. Dit kan nooit de bedoeling
zijn geweest!
Er wordt enorme schade aangericht aan het aanzien en
de geloofwaardigheid van de katholieke kerk als bemiddelaar van heil en
geluk. Wat mij het meest verwondert is dat de kerkleiding niet onmiddellijk
adequaat heeft gereageerd op zo'n lokaal incident en het tot onbeheersbare
proporties heeft laten uitgroeien. Bisschop Hurkmans taakte de regie
volledig kwijt. Uit onmacht wordt het sacrament van de eucharistie helemaal
niet meer uitgedeeld, nota bene in zijn eigen kathedraal. Pas gisteren werd
een poging gedaan om het conflict weer onder controle te krijgen.
In onze samenleving hanteren we doorgaans een heel beperkte opvatting van
geweld, die versluierend werkt. Geweld wordt geassocieerd met extreme
omstandigheden, wordt meestal fysiek opgevat en als irrationeel en impulsief
beschouwd. Fysiek geweld is echter maar één aspect uit het spectrum dat
begint met sarren en plagen, beledigen en onteren (pesten). Het meeste
geweld is kortom niet lichamelijk.
De kerk verkondigt
geweldloosheid, maar sluit de ogen voor het geweld dat in eigen gelederen
wordt toegepast, simpelweg omdat men het niet als geweld beschouwt. Het
heilige wordt beschouwd als een kostbare schat die aan de kerk is
toevertrouwd. De opstelling van de katholieke kerk ten aanzien van het
heilige is evenwel sterk ingegeven door smetvrees. Er heerst onder de
kerkleiders een diepe angst dat het heilige wordt bezoedeld en aangetast
door onzuivere, wereldse zaken. Maar het heilige ligt nu juist onontwarbaar
besloten in die rommelige wereld van alledag. Het heilige hoeft helemaal
niet beschermd te worden. Maar goed ook, want het is een kleingelovige
illusie te menen dat je door het weigeren van de eucharistie het sacrament
zuiver kunt houden. Een sacrament dat in de morsige praktijk van alledag
voortdurend aangetast zou worden door gelovigen als het niet als
wezenskenmerk zelf zuiverheid zou bezitten. Niet de zuiverheid van het
sacrament is in het geding, maar de zuiverheid van de kerk als sociale vorm
van geloven.
-
Professor Gerard Rooijakkers is
cultuurhistoricus en katholiek.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties















