In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen schitterde Europa door afwezigheid. De Nederlandse Europarlementariërs hadden wel flyers en partijparafernalia in de hand gedrukt gekregen, maar was dat nou echt alles wat Europa tijdens de campagne kon bieden?
Nee dus. Op een wijze die deed denken aan struisvogelpolitiek werd
voorbijgegaan aan het feit dat de toekomst van gemeenten en provincies juist
in Europa ligt. De partijen hebben de koppeling tussen lokaal en Europees
bestuur geheel links laten liggen, de goede bedoelingen van flyerende
Europarlementariërs ten spijt.
Aan veel lokale onderwerpen
kleeft ontegenzeggelijk een substantiële Europese kant. Inhoudelijk is
Brussel prominent aanwezig op het gebied van onderwerpen als prachtwijken,
grensoverschrijdende criminaliteit, landbouw, duurzaamheid en
armoedebestrijding. Het wegmoffelen van Europa in de campagnevoering staat
haaks op de invloed die Europa heeft op nagenoeg alle kernpunten van lokale
partijprogramma's.
Burgers hebben het recht dit te weten en
politici, zowel lokale als Europese, hadden de plicht dit naar burgers toe
te communiceren. Door hieraan voorbij te gaan hebben lokale politici een
kans gemist.
De relatie tussen lokaal en Europees bestuur
komt voort uit de wereld van mogelijkheden die de inwerkingtreding van het
Verdrag van Lissabon op 1 december vorig jaar heeft geschapen. Een sterker
Europa impliceert namelijk geenszins een wegkwijnend decentraal bestuur.
Integendeel: als lokale bestuurders gebruik maken van genoemd verdrag,
kunnen ze zich een prominente plaats verwerven aan de ontwerptafel van
Europese wetgeving. Dat wil zeggen dat ze de vaak bespuwde Europeanisering
van de Nederlandse politiek kunnen sturen, indammen of versnellen al naar
het belang van hun gemeentelijke achterban. De twee hoofden van het lokale
en Europese bestuur hebben zich dus stevig op één kussen genesteld.
Lokale politici hebben zo bezien een wereld te winnen. Zo heeft 'Lissabon'
ervoor gezorgd dat beslissingen zo dicht mogelijk bij de burger moeten
worden genomen. Europese regelgeving moet ook echt iets aanpakken dat in
verhouding staat tot het probleem.
'Subsidiariteit' en
'proportionaliteit' heet dat in eurojargon. Ook is het recht op lokaal en
regionaal zelfbestuur voor het eerst expliciet in het EU-verdrag verankerd:
een erkenning dat gemeenten en provincies volwaardig deel uitmaken van de
Europese Unie. Zo wordt de balans tussen Europa en het lokaal bestuur
rechtgetrokken.
Deze vernieuwde machtspositie is geen lege
huls. De Europese Commissie moet het lokale bestuur niet alleen raadplegen,
maar heeft ook de plicht om de lokale financiële en administratieve
lastendruk tot een minimum te beperken. Daar bovenop krijgt het Comité van
de Regio's, de spreekbuis voor lokale politici en bestuurders, een sterkere
adviserende rol naar de Raad van Ministers, de Europese Commissie en het
Europees Parlement toe. Dit Comité kan Brussel zelfs voor het Europees Hof
van Justitie dagen.
Wat kunnen lokale politici dan na 'Lissabon'
met Europa wat ze voorheen niet konden? Dit: het lokaal bestuur kan gasgeven
of op de rem trappen. Afremmen bijvoorbeeld op het gebied van het asiel- en
immigratiebeleid. Mocht Brussel aansturen op een gezamenlijk Europees
asielbeleid met als gevolg meer asielzoekerscentra of een hogere opname van
immigranten, dan kunnen gemeenten via hun belangenclub (in ons land de VNG,
Vereniging Nederlandse Gemeenten) een vuist maken in het Comité van de
Regio's.
Maar plaatselijke bestuurders kunnen ook het gaspedaal
extra indrukken: zo weten Nederlands en Duits Limburg bij hun samenwerking
op het gebied van infrastructuur en openhartcentra direct de weg naar
Brussel te vinden. Zonder een tussenstop in Den Haag.
Omdat
lokale politici van dit tweerichtingsverkeer geen gebruik hebben gemaakt of
het niet hebben gepolitiseerd, hebben burgers bij de
gemeenteraadsverkiezingen geen afgewogen keuze kunnen maken.
Lokale bestuurders moeten ophouden met verstoppertje spelen. Ze moeten
kansen aangrijpen en naar de burger toe openheid van zaken geven. Het moet
voor de burger zichtbaar worden dat Europa zich geworteld heeft in een scala
aan ogenschijnlijk typisch lokale onderwerpen. Het is dan ook een gotspe dat
Europa in verkiezingsdebatten naar voren is gekomen.
Versterking
van het decentraal bestuur door verdragsvernieuwing is mooi, maar lokale
bestuurders moeten deze handschoen wel oppakken. Burgers kunnen hun lokale
politici voortaan ook beoordelen op de vraag of ze de nieuwe kansen in
Europa ook daadwerkelijk benutten. Europa nergens in de gemeentecampagnes te
bekennen? Dat lag aan politici die de deur op slot wilden houden en de
gordijnen dicht lieten. Of die denken dat deze nieuwe regels niet direct
voor Nederland gelden. In beide gevallen een gemiste kans. De echte toekomst
van het lokaal bestuur ligt namelijk in Europa.
-
De auteur is directeur van het Europees Parlement Bureau Nederland, dat in ons
land voorlichting geeft over het Europees Parlement.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties















