De Monnikskap – een HAVO/VWO-school voor leerlingen met een lichamelijke handicap of langdurige ziekte in Nijmegen – is onlangs ingetrokken bij het reguliere Dominicus College in diezelfde stad.
Voor Nederlandse begrippen is dit een klein stapje in de goede richting.
Nederland loopt namelijk nogal achter bij veel andere landen als het gaat om
geïntegreerd onderwijs. Verreweg de meeste volwassenen met een handicap die
ik spreek geven aan dat zij liever op een reguliere school hadden gezeten,
omdat zij dan niet zo wereldvreemd waren opgegroeid als op een school voor
Speciaal Onderwijs. Ze hadden zich dan van jongs af aan staande leren houden
tussen leeftijdsgenoten. Nu hebben zij vaak een hele inhaalslag moeten maken
toen ze na school in de samenleving terechtkwamen en hun eigen boontjes
moesten doppen. Toch blijft de Nederlandse onderwijswereld beren op de weg
zien. Leerkrachten hebben het al zo zwaar met hun multiculturele klassen en
het groeiende aantal leerlingen dat niet aan de norm van het gemiddelde
voldoet, dat ze er echt geen kinderen met een handicap bij kunnen hebben. Ik
heb mezelf vaak afgevraagd of de leerlingen in het buitenland dan zoveel
homogener of braver zijn dan hier, of dat de mentaliteit van onze
leerkrachten zoveel anders is dan die van hun buitenlandse collega's. Maar
de Monnikskap en het Dominicus College proberen nu dus het goede voorbeeld
te geven. Leerlingen met een handicap en leerlingen zonder handicap horen
onder één dak, vinden ze daar. Dan kunnen ze elkaar in de pauzes ontmoeten
en eventueel kunnen leerlingen zonder handicap buddy's worden van de
gehandicapte leerlingen. Daarom bouwde men een aparte vleugel aan het
Dominicus College waar de leerlingen met een handicap les krijgen.
Veel mensen zal dit misschien als muziek in de oren klinken. Mijn haren gaan
er recht van overeind staan. Als je vóór geïntegreerd onderwijs bent, pak je
het grondig aan. Dan bouw je geen aparte vleugel maar dan zet je leerlingen
met een handicap gewoon in een klas met andere leerlingen. Het kan best zijn
dat gehandicapte leerlingen soms extra ondersteuning nodig hebben, maar dan
zorg je ervoor dat ze even apart worden genomen door iemand die is
gespecialiseerd in speciaal onderwijs. En waarom moeten leerlingen zonder
handicap zo nodig buddy's worden? Leerlingen moeten gewoon vriendschappen
sluiten, waarbij de handicap geen rol speelt. Pas dan ben je geïntegreerd
bezig. Zoals gezegd hoeven ze maar even over de landsgrenzen te kijken om te
zien hoe het óók kan. De gang van zaken in de VS is daar een goed voorbeeld
van. Daar wordt speciaal onderwijs als een service gezien, die voor alle
scholen beschikbaar moet zijn. Een kind met een handicap gaat in de VS dus
niet naar een school voor speciaal onderwijs, maar het speciaal onderwijs is
in zijn school aanwezig. Dat is vastgelegd in de IDEA (Individuals with
Disabilities Education Act). Toen die wet er pas was, kwamen ook daar
scholen op het idee om aparte klassen voor kinderen met een handicap te
maken. Een ouder heeft daar een rechtszaak tegen aangespannen en gewonnen.
Op grond daarvan is bepaald dat iedere leerling met een handicap tenminste
80 procent van de tijd met leerlingen zonder handicap moet doorbrengen. Dit
werkt prima. Kinderen met een handicap en kinderen zonder handicap leren van
elkaar en gaan gewoon met elkaar om. Dát is geïntegreerd onderwijs en daar
zouden ze in Nijmegen – en de rest van Nederland – van moeten leren.
Ik zou willen dat er in Nederland ook een IDEA-wet kwam en dat mensen hier
niet staan te juichen als leerlingen met een handicap in een aparte vleugel
van een reguliere school worden gestopt. Het móét beter en het kán beter!
-
De auteur woont in Eindhoven en is onderzoeker en publicist op het
gebied van gehandicapten-emancipatie.



Sorteer reacties














