In Eindhoven zien we vaak overlast door toename van kamerbewoning.
Eengezinswoningen worden opgekocht en gereedgemaakt voor kamerbewoning. Van
oudsher zijn de huurders overwegend studenten. De laatste jaren betrekken
ook veel tijdelijke buitenlandse werknemers deze kamers. De verhuurders
verdienen met deze intensieve verhuur veel geld.
Vaak is sprake van gebrekkige voorzieningen in overvolle huizen. De
omstandigheden zijn soms zelfs gevaarlijk. Een moderne gemeente moet dat
niet tolereren. Kamerbewoning lijkt zich echter aan overheidscontrole te
onttrekken. Bewoners zijn min of meer vogelvrij.
Voor de buren
betekent kamerverhuur vaak ellende: vijf televisies naast je en vijf
stereo-installaties met vijf verschillende muziekvoorkeuren kunnen veel
onrust geven. Soms is sprake van parkeeroverlast, om nog maar te zwijgen van
alcohol- en drugsoverlast met de bijkomende geweldsproblematiek. Vooral de
huiseigenaar heeft baat bij deze situatie. Hij ontvangt veel huur en heeft
weinig verplichtingen. Naast de bewoners, die vaak te veel huur betalen voor
miserabele woonruimtes, zijn de omwonenden de grote verliezers. Het pand
wordt – de goede uitzonderingen daargelaten – niet goed bijgehouden en raakt
gaandeweg in slechtere staat. Dit soort huizen gaat slechts met bewoners
erin als melkkoetje van hand tot hand. Daarmee onttrekken ze zich aan de
huizenmarkt en missen ze de vernieuwende werking van een nieuwe koper die
het huis renoveert naar zijn wensen. De eigenaar-verhuurder haalt maximaal
gewin uit een huis ten koste van de leefbaarheid van huis, straat en buurt.
Vandaar de benaming 'huisjes melken'.
Deze huiseigenaren maken
handig gebruik van de mogelijkheid om gemakkelijk veel geld te verdienen.
Wat ze doen is volledig legaal. Het is aan de overheid om aan deze
beschamende situatie een eind te maken.
De gemeente Eindhoven heeft
de problemen natuurlijk opgemerkt en maatregelen genomen. Iedere
woningeigenaar die meer dan vijf personen in een huis wil laten wonen moet
sinds 1 januari 2008 een omzetvergunning aanvragen. Daarbij wordt gekeken
naar de leefbaarheid van het pand en de omgeving. Helaas is de gemeente niet
erg actief in de controle op deze vergunning. Het is ook niet duidelijk of
consequenties verbonden zijn aan het ontbreken van de vergunning. Deze
maatregel heeft tot nu toe dan ook weinig effect. Ook via bestemmingsplannen
legt de gemeente beperkingen op aan sommige wijken voor wat betreft het
aantal huizen voor kamerverhuur. Maar ook daarmee is het probleem niet
opgelost.
Mijns inziens is de oorzaak van het probleem het
onevenredig grote geldbedrag dat kamerverhuur oplevert. Daarom verdient het
aanbeveling om die verdiensten aan te pakken. Het argument dat marktwerking
hier regulerend optreedt is in Eindhoven en elders door de werkelijkheid
ingehaald.
Mijn voorstel is: als de gemeente een
omzettingsvergunning verleent aan een huiseigenaar, stelt ze meteen een
maximale huuropbrengst van het pand vast, ongeacht het aantal personen dat
in de afzonderlijke kamers woont. Die maximale opbrengst zou gekoppeld
moeten zijn aan de (geschatte) huuropbrengst die het huis bij reguliere
bewoning door één huishouden opbrengt. De reguliere huuropbrengst kan
bijvoorbeeld worden verhoogd met 10 procent.
Deze maatregel maakt
het minder aantrekkelijk om huizen op te kopen en ze louter voor het gewin
te gebruiken voor kamerverhuur. Of er nu één huishouden in zit of vijf
buitenlandse werknemers, de opbrengst zal immers bij deze regeling min of
meer hetzelfde zijn. Daarmee valt voor een huisjesmelker de verleiding weg
om ook nog iemand te laten wonen in de bijkeuken of het kippenhok.
Zo'n regeling heeft voor de bewoners alleen maar voordelen. Ze krijgen een
betere leefomgeving en de huur is lager. Naarmate meer bewoners in het pand
wonen betalen ze automatisch minder huur. Ook voor omwonenden zijn er
voordelen: als het huis door minder mensen wordt bewoond geeft dat minder
overlast. De verhuurder zal het huis beter onderhouden aangezien de
geschatte huuropbrengst van een goed onderhouden pand hoger is dan van een
vervallen en uitgewoond pand. Het grote nadeel voor de eigenaar is
natuurlijk dat de huuropbrengst aanzienlijk daalt. Maar dat is mijns inziens
meer in overeenstemming met het rechtsgevoel van de meerderheid van de
bevolking dan de huidige situatie.
Een bestuurlijk voordeel is dat
de gemeente door de vaststelling van de maximale opbrengst een instrument in
handen heeft om het aantal eenpersoons woonruimten te reguleren. Controle op
de naleving van de regeling is eenvoudig door de omzetvergunningen met de
maximale huuropbrengst openbaar te maken. Huurders zullen zich er wel voor
hoeden te veel te betalen! Door die openbaarheid weten ook kopers van de
panden precies waar ze aan toe zijn.
Een nadeel kan zijn dat
minder kamers voor bewoning beschikbaar komen. Dat is een onvermijdelijk
gevolg van iedere oplossing van deze misstand (aangezien het in feite gaat
om misbruik van verborgen woningnood). Als de gemeente deze scheefgroei rond
kamerbewoning corrigeert zijn we binnenkort misschien af van het hatelijke
'huisjes melken' en verdient Eindhoven als eerste stad het keurmerk
'duurzaam kamers verhuren'.
De auteur woont in de Irisbuurt in
Eindhoven, waar gemeente, politie en bewonersvereniging proberen een
oplossing te vinden voor de problematiek van kamerbewoning.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties















