Burgemeesters willen de stemcomputer terug. Zij noemen het stemmen met
potlood en papier '19de eeuws'. De stemcomputer is in mei 2008 in de ban
gedaan en als het aan het ministerie van Binnenlandse Zaken ligt blijft dat
zo, ondanks het feit dat de technologie voortschrijdt. Hoe nu verder?
De voorzitter van het Genootschap van Burgemeesters, burgemeester Schneiders
van Haarlem, zei te vermoeden dat bij stemmen met het potlood de kans op
fouten en fraude zeker zo groot is als bij het stemmen met de computer. Hij
wees op onregelmatigheden bij de verkiezingen van 3 maart. Rotterdam heeft
besloten tot een hertelling. Eerder werden – na de ontdekking van kleine
verschillen – de stemmen opnieuw geteld in Helmond, Geldrop-Mierlo, Lopik,
Neder-Betuwe, Capelle aan de IJssel, Druten en Lelystad.
Tot 2007
gebruikten vrijwel alle gemeenten stemcomputers en deden dergelijke
problemen zich niet voor. De stemcomputer was betrekkelijk geruisloos
ingevoerd. Iedereen was het erover eens dat hogere efficiency – de uitslag
is sneller beschikbaar – en minder kans op telfouten van doorslaggevend
belang waren. In 2006 begon het tij te keren. Uit een onderzoek van de AIVD
bleek dat door de stemcomputers van het merk Sdu afgegeven
elektromagnetische straling op enkele tientallen meters afstand nog
opgevangen en geanalyseerd kon worden. Hierdoor was het stemgeheim niet
gewaarborgd. Sdu-computers mochten niet meer gebruikt worden. Maar toen kwam
de beer pas echt los. De actiegroep 'Wij vertrouwen stemcomputers niet'
spande een rechtszaak aan om stemcomputers volledig te verbieden vanwege
oncontroleerbaarheid van de uitkomsten. Omdat er geen papieren bewijsstukken
meer zijn is na afloop immers nooit meer vast te stellen of er fraude is
gepleegd. De actiegroep had succes. Op 27 september 2007 bracht de Commissie
Korthals Altes het adviesrapport 'Stemmen met vertrouwen' uit. Daarin werd
aan het ouderwetse stemmen met papieren stembiljetten de voorkeur gegeven in
verband met de transparantie en de controleerbaarheid. Het gebruik van alle
gangbare stemcomputers werd verboden. Nederland keerde terug naar het rode
potlood. Dat voorbeeld werd in landen als Duitsland, Italië en de Verenigde
Staten gevolgd. In andere landen woedt de discussie nog steeds.
De
commissie Korthals Altes doet aanbevelingen hoe de stemcomputers kunnen
worden verbeterd om de controleerbaarheid te verhogen. Men zou stembiljetten
zo kunnen ontwerpen dat ze door een scanner gelezen kunnen worden. Of men
zou de stemcomputer van iedere uitgebrachte stem een 'bonnetje' kunnen laten
printen, te gebruiken voor eventuele latere controle (paper-trail). Of de
computer zou, nadat de stemgerechtigde zijn keuze heeft ingetoetst, een
ingevuld biljet moeten produceren dat door de kiezer vervolgens in de
stembus wordt gedeponeerd. Dit biljet zou zo ontworpen moeten zijn dat zowel
handmatig als geautomatiseerd tellen mogelijk is. De commissie geeft in het
rapport de voorkeur aan deze laatste stemprinter-methode.
We zijn
nu 2,5 jaar verder. De industrie zit niet stil. Nedap, de belangrijkste
leverancier van stemmachines, had op 3 maart in Groenlo en Doetinchem
prototypes neergezet van zijn nieuwste stemmachine, die naar eigen zeggen
werkt volgens de door de commissie Korthals Altes aanbevolen
stemprintermethode. Ongeveer duizend kiezers stemden eerst met potlood en
herhaalden dat vrijwillig op de nieuwe machine. De fabrikant claimt dat de
proef een succes was. Het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat kennelijk
niet bij deze proef betrokken was, reageerde met zuur commentaar. Niet zo
handig gespeeld van Nedap, denk je dan.
De stemcomputeraffaire
lijkt nu in een patstelling te zijn beland. Belanghebbende partijen – de
rijksoverheid, lokale overheden, de actiegroep 'Wij vertrouwen stemcomputers
niet', de industrie – bekijken elkaar met grote achterdocht. De hakken staan
in het zand. In een tijd waarin onze maatschappij tot stilstand zou komen
zonder computers, waarin 80 procent van de bevolking een computer in huis
heeft en we zonder aarzelen ons leven toevertrouwen aan computergestuurde
treinen, liften, verkeerssystemen en medische apparatuur, is het bizar dat
we nog steeds stemmen en stemmen tellen als in de tijd van Thorbecke. Dat is
folklore, net als het zingen van het volkslied en het hijsen van de vlag op
Koninginnedag. Je kunt volhouden dat deze folklore het democratisch
gedachtegoed levend houdt door de burgers nadrukkelijk en zichtbaar bij het
verkiezingsproces te betrekken, zelfs al is dat inefficiënt en kostbaar.
Maar de prijs begint nu wel erg hoog te worden.
De tijdgeest is
veranderd, we zijn niet meer zo braaf en gehoorzaam als vroeger. Politici
zitten er bovenop en eisen hertellingen als ze ook maar enige
onregelmatigheid vermoeden. Dat dit veel tijd en geld kost is tot daar aan
toe, maar dat het vertrouwen in de handmatige procedures langzaam wordt
ondermijnd is zorgelijk. Op termijn is herintroductie van de stemcomputer
onvermijdelijk. Maar dan moet het er wel één zijn die het vertrouwen heeft
van politiek en publiek. Dat gaat alleen lukken als partijen met elkaar gaan
praten en proberen uit de impasse te komen. Er is nog een lange weg te gaan,
dus wacht daar niet te lang mee.
De auteur woont in Son en
is freelance journalist op het gebied van techniek en wetenschap.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.









Sorteer reacties















