Zie ook:
Als tweelingbroers (3 april 1943) hebben we in de jaren 1956- 1959 op
pensionaat Eikenburg in Eindhoven gezeten. We hebben er van dichtbij
meegemaakt hoe het daar aan toe ging. Dankzij een wederhelft zijn we,
ondanks harde en persoonlijke confrontaties, beiden zonder frustraties of
trauma's uit die 'donkere' jaren gekomen.
Er heerste een ongemeen harde discipline buiten de lesuren. Die werd
gehandhaafd door de zogenaamde refterbroeders, een ander en 'lager slag' dan
de leraren, die overigens een 'handgemeen' ook niet uit de weg gingen.
Onder het 'toeziend oog' van God de Vader, de Heilige Drie-eenheid, de Maagd
Maria, paters en kapelaans, werd er door de Broeders van Liefde lustig op
los geslagen, meestal met een bos sleutels in de hand en altijd onverwacht
en van achteren.
De kwetsbaardere jongens waren een makkelijk slachtoffer voor die zich van
smerige smoesjes bedienende schurken, die seksueel bevredigd moesten worden.
De slaapzaal, de ziekenzaal en het badhuis waren de geliefde 'plaatsen
delict'.
Een beschreven broeder is voor ons duidelijk herkenbaar. Groot, brutaal en
kwaadaardig. Beiden zijn we door hem 'belaagd' – mijn broer via seksuele
voorlichting – en ook nog eens door de kapelaan.
Nadat ikzelf met Sinterklaas (1958) voor straf niet naar huis mocht en voor de
derde maal weg liep, hebben wij onze ouders van alle incidenten op de hoogte
gesteld en in detail verteld wat er op het pensionaat gebeurde. Zij hebben
er toen voor gezorgd dat de betreffende broeder naar het psychiatrisch
gesticht van de Broeders van Liefde in Venray werd gestuurd. Ook zou er een
grotere 'zuivering' hebben plaatsgevonden. We lezen nu dat die weinig
effectief is geweest.
Eikenburg, jaren hebben we met plannen rondgelopen om het letterlijk 'op te
blazen' zodat daar geen leed meer kon worden berokkend. Dat is voorbij nu,
een gevoel dat echt wordt versterkt door de golf aan informatie die ons
overspoelt. Het uitblijven van een duidelijk en eerlijk uitgesproken 'mea
culpa' van de direct verantwoordelijken is misschien onmogelijk omdat ze –
gelukkig – dood zijn. Maar hun opvolgers mogen wat ons betreft wel degelijk
de handschoen opnemen en oprecht aan de grote schoonmaak beginnen.
Het 'wir haben es nicht gewusst' klinkt nog even vals als 'het origineel' van
de toenmalige bewoners van Weimar.
De auteur, woonachtig in Berchem (B), zat in de jaren vijftig samen met zijn
tweelingbroer op jongensinternaat Eikenburg.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














