Leerlingen van het Stedelijk Dalton Lyceum in Dordrecht tekenen het condoleanceregister voor Milly Boele. foto Robert Vos/ANP
De vader van Melanie Sijbers sloeg in 2006 vrijwel direct alarm toen het Geldropse meisje niet op tijd thuis was voor het eten. Bij de vermiste Milly Boele uit Dordrecht werd vorige week woensdag pas na enkele uren contact gezocht met de politie.
In beide zaken kwam het politieoptreden onder vuur te liggen. Beide meisjes
hebben voor hun vermissing namelijk contact gehad met een bekende. Melanie
vertrok naar een afspraak met de stiefvader van haar beste vriendinnetje.
Milly vertelde haar moeder aan de telefoon dat een buurman aan de deur
stond. Voor velen is het onbegrijpelijk dat de politie met zo'n gegeven niet
direct aan de slag gaat. Wie weet dat er iedere dag tientallen meldingen van
vermiste jongeren komen, zal daar misschien genuanceerder over denken. Veel
meldingen worden na een uurtje weer ingetrokken, nadat zoon of dochter thuis
is gekomen. Maar het is een feit dat de politie, mogelijk om onrust te
voorkomen, vorige week niet direct heeft gemeld dat een buurman in het spel
was. Kwalijker is dat ze, naar het zich nu laat aanzien, zelf intern ook
niet goed met deze belangrijke aanwijzing is omgegaan.
Het onderzoek is, zo hebben verschillende deskundigen verklaard, te breed en
te zeer volgens vaste protocollen opgezet. Pas op zaterdag zijn rechercheurs
tijdens een buurtonderzoek 'buurmannen' gericht gaan ondervragen. En zouden
ze daarbij hun eigen collega even kritisch hebben benaderd?
Ook in het onderzoek naar de vermissing van Melanie nam de politie niet
direct contact op met de vader van het vriendinnetje, met wie het meisje
immers een afspraak had. De man meldde zich uiteindelijk zelf de volgende
dag, toen in het dorp rondzong dat hij haar als laatste had gezien. De
politie had toen niet mogen negeren dat deze man jarenlang heeft vastgezeten
voor brute verkrachtingen van meerdere vrouwen en daarvoor een lange
tbs-behandeling heeft ondergaan. Voldoende signalen om extra alert te zijn.
Maar pas toen zijn alibi niet bleek te kloppen, zijn agenten hem thuis gaan
aanhouden. Daarbij maakten ze de cruciale fout om de woning niet ook aan de
achterzijde te bewaken, waardoor de als zeer vluchtgevaarlijk bekend staande
verdachte, eenvoudig wist te ontkomen. Een grote misser. Dat nieuws werd
echter niet openbaar gemaakt, waarna de man twee weken kon onderduiken,
alvorens hij zichzelf aangaf.
Ook de verdachte politieman is min of meer gedwongen door zijn vriendin,
notabene ook een agente, om zichzelf aan te geven.
Milly en Melanie hadden vermoedelijk niet gered kunnen worden als de politie
adequater had gehandeld. Er was wél eerder een einde gekomen aan de
afschuwelijke onzekerheid waarin hun ouders hebben verkeerd. De politie kan
de maatschappij helaas niet beschermen tegen iedere vorm van misdaad, hoe
afschuwelijk ook. Maar de burger moet wel kunnen vertrouwen op een deskundig
optreden van de enige instantie die alle registers kan opentrekken om een
misdrijf op te lossen.
In vermissingszaken gaat het nog te vaak mis. Neem ook de zaak Bebe Pana in
Nuenen, die uiteindelijk dankzij Peter R. de Vries pas na jaren van
onzekerheid is opgelost. Heel vaak is de oplossing van een vermissing, zeker
bij een kind, dicht in de buurt te vinden. Met die wetenschap en het feit
dat Milly over een buurman sprak, had het onderzoek in Dordrecht veel
nadrukkelijker op die buurt en de buurmannen gericht moeten zijn.
De auteur is politieverslaggever van deze krant.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














