Voor jongeren die gemotiveerd bij de overheid aan de slag willen – en die zijn er echt nog –, daalt de mogelijkheid om ambtenaar te worden pijlsnel. Overigens treffen ook in het bedrijfsleven bezuinigingen de interne arbeidsmarkten. Dat is kortzichtig, omdat de baby boom-
generatie (1945-1950) het arbeidsproces verlaat.
Het bedrijfsleven presteert nog steeds redelijk tot goed, maar rekruteert weinig nieuwe medewerkers. Dat treft vooral de huidige afstudeerders tussen 21 en 25 jaar. En in het bijzonder degenen die een wat afwijkend beroepsprofiel vertonen. Gezondheids- en bewegingswetenschappers, marketeers, sporteconomen en veiligheidsspecialisten, om maar een paar beroepsgroepen te noemen, solliciteren zich suf, maar worden vrijwel over de gehele lijn afgewezen. Enerzijds vanwege een gebrek aan ervaring – acht van de tien antwoordbrieven geven dat beeld, als die brieven al worden geschreven –, anderzijds omdat deze beroepsgroepen kennelijk geen positie in de arbeidsmarkt hebben. Zij zijn op dit ogenblik niet nodig. Dat alarmerende beeld komt overeen met wat Becker in de jaren tachtig 'de verloren generatie' noemde. Hij doelde toen op degenen die vanaf 1955 werden geboren en rond 1975 op de arbeidsmarkt kwamen in een tijd van economische recessie. De overheid nam toen weinig mensen aan en dat voorbeeld werd door het bedrijfsleven gevolgd. De parallel met nu is opvallend en alarmerend. Met die generatie is het nooit meer goed gekomen.
Kunnen we ons permitteren om een forse generatie min of meer te laten 'dood bloeden'? Naar mijn smaak is dat onaanvaardbaar. Zowel voor de direct betrokkenen als voor het zo noodzakelijke herstel van de economie. Jongeren die niet aan de bak komen, verliezen heel snel hun opleidingskwalificaties (zorgvuldig opgebouwde kennis lekt weg) en belanden in tijdelijke baantjes waarvoor scholing nauwelijks nodig is. Met als enige doel inkomen te verwerven!
In deze regio, waarin de Brainport-opvatting stevig heeft wortel geschoten, zouden bedrijfsleven en overheid de handen ineen moeten slaan en 'opleidingsklasjes' moeten vormen om jongeren die staan te springen om een echte baan, daadwerkelijk tegemoet te komen. De Rabobank kan met inzet van coöperatiefondsen nu een vuist maken op de arbeidsmarkt. De vele klanten van de bank die vrijwel louter digitaal contact met hun leverancier van financiële producten hebben, zouden wellicht meer producten kunnen afnemen. Dan is echt persoonlijk contact weer een belangrijk fenomeen in die relatie! Ook hightech bedrijven kunnen zich onder de Brainport- paraplu extra manifesteren om hun toekomstige arbeidsmarktbehoefte nu vast te rekruteren en op te leiden. Dat laatste geldt ook voor de zorg. We weten nu al dat we over tien tot vijftien jaar aanzienlijke tekorten (in alle specialismen) zullen hebben. In de logistieke dienstverlening, vanouds sterk verbonden met de technische infrastructuur van de regio, zullen ook 'handen' hard nodig zijn. Net als in de bouw, zeker op langere termijn wanneer de verduurzaming (energieneutraal bouwen) echt wordt ingezet. Kortom het principe van toekomstgericht denken mag veel meer aandacht krijgen. Dat kan ertoe leiden dat we 25-jarigen nog net op tijd aan de bak helpen. Doen we dat niet, dan ontstaat opnieuw een 'verloren generatie'. Dat is slecht voor de rechtstreeks getroffenen die een leefbare toekomst wordt onthouden, én voor Nederland dat dan volstrekt te weinig gebruik maakt van het menselijk kapitaal dat we op termijn zo hard nodig hebben.
-
De auteur is fractievoorzitter van de PvdA in Best en maatschappelijk begeleider van de selectiespelers van Best Vooruit. Hij beschikt over een kleine tien profielen van goed opgeleide jonge voetballers die al ruim een jaar geen passende baan kunnen vinden.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














